|
Kees Engelhart
Zijn ogen vulden zich opnieuw
Ik zal het niet zijn
Die zich hier een oordeel over velt
Zijn stem verhief zich
Zijn vuist sloeg op tafel
Brumming was erg kwaad
Zo kenden we hem niet
Hij straalde iets bezetens uit
Het is Bach alleen kreette hij
Luister toch
Zo zijn wij
Neem elke dag Bach
Hij zal u vermilden
Nederig laten zijn
Gelijk u wenst
Brumming bedaarde lichtjes
Dat zagen we
Dat hoorden we
In hoe hij de greep op zijn zinnen
Hervond
Hier Theodoor
Sprak de kalmste onder ons
Neem een slokje brandewijn
Brumming deed het
God is groot
Zei hij tot slot
|