


|
 |
Aan Jeroen Brouwers
Merksplas, 7 maart 1970
Hartelijk dank voor je vriendelijk briefje en de reacties van
Strieleman en Lampo, alsmede het artikel van Weverbergh in Vrij Nederland. Brief van Lampo
zend ik hierbij, zoals gevraagd, terug.
Wat de actie betreft, heb ik de indruk dat veel gecentraliseerd en
gedirigeerd wordt langs Frans Strieleman, die niet alleen in artistieke maar ook in
politieke kringen over heel wat relaties beschikt (uiteraard zijn functie van
hoofdredacteur van een progressieve krant) en invloed kan laten gelden. Ik meen je
trouwens reeds geschreven te hebben dat Strieleman, ook in meer uitzichtloze tijden,
steeds mijn trouwste vriend en mijn vurigste supporter is geweest. Op zijn
onvoorwaardelijke steun kan in alle omstandigheden gebouwd worden als op een rots. Dat is
wel belangrijk.
Uit de brief van Lampo word ik, evenmin als jij, veel wijzer.
Sonneville en Van den Broeck hadden mij destijds laten weten dat hij als voorzitter
fungeerde van een werkgroep, maar dat blijkt nu niet het geval te zijn. Ik kan mij
trouwens best inbeelden dat Lampo feestelijk bedankt voor een titulatuur die ietwat
komisch aandoet en die overigens niet het minste belang heeft. Het komt niet aan op
voorzitters, secretarissen of penningmeesters; wat telt is: resultaat. Lampo heeft
trouwens reeds herhaaldelijk bewezen dat hij zich persoonlijk wil inzetten voor het
bekomen van resultaat, en daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor.
Met dit al heb ik er zelf geen idee van hoever het op dit ogenblik
praktisch staat met die actie en welke concrete vooruitzichten zich aftekenen. Sonneville,
Van den Broeck en zelfs Jonckheere laten mijn hoop wel op een gezellig pitje branden, maar
zij drukken zich doorgaans uit in veeleer sibillijnse termen. Soms is er wel eens te veel
literatuurderij mee gemoeid, naar mijn zin, en dan betrap ik mezelf op een meewarige
glimlach want aan stijlbloempjes heb ik niet veel. Men kan er niet eens de naakte muren
van een cel mee versieren. Feit is in ieder geval dat mijn boek (Recht op antwoord, red.),
en daarmee samenhangend de onthulling van mijn Kafkajaanse situatie de jongste tijd reeds
heel wat bemoedigende reacties heeft uitgelokt in de pers.
(
)
Ik heb Sonneville (die niet alleen mijn
uitgever maar ook mijn vriend is) reeds bij herhaling laten weten dat het volstrekt
noodzakelijk is zo vlug mogelijk en uiterlijk voor 20 maart e.k. een petitie bij elkaar te
krijgen met de handtekeningen van een aantal toonaangevende mensen van onverdachte
literaire, politieke en andere zeden. (
) In die petitie zou bondig en duidelijk
dienen geformuleerd te worden dat de ondertekenaars mijn vrijlating om humanitaire redenen
wenselijk achten en van oordeel zijn dat medische assistentie verkieslijk is op
gevangenisopsluiting.
(
)
Wat die medische assistentie na mijn
vrijlating betreft, mag men zich vooral niet laten misleiden door de nogal rancuneuze
uitlatingen die ik in mijn boek laat ontvallen aan het adres van sommige psychiaters. Die
kritiek, waar ik geen woord van terug neem, slaat uitsluitend op de gerechtelijke
psychiaters die mij (bij gebrek aan tijd, bij gebrek aan middelen, bij gebrek aan
interesse, of om welke redenen dan ook) met een verbijsterende nonchalance zovele jaren in
de gevangenis hebben laten rotten. Tegen ernstige psychiatrische bijstand heb ik echter
niet het minste bezwaar. Integendeel, ik vraag niets liever.
(
)
Je vraagt mij met een ontroerende
spontaniteit hoe je mij kunt helpen, Jeroen. Welnu, je zoudt mij een onbetaalbare dienst
bewijzen als je er kon toe bijdragen om die hogervermelde petitie er tijdig door te
drukken. Sonneville weet er ook wel van maar hij heeft het momenteel blijkbaar zo druk dat
hij nauwelijks de tijd vindt om te ontsnappen aan zijn uitgeversbeslommeringen. Overigens
heb ik er niet het minste bezwaar tegen dat je mensen als Lampo en Strieleman kennis geeft
van deze brief.
Ik durf des te meer aandringen op spoed omdat ik op dit ogenblik op
familiaal vlak geweldig in de penarie zit. Wat volgt is uiteraard vertrouwelijk. Mijn
jongste zoon is reeds een tiental dagen ondergedoken als deserteur. Op maandag 2 maart jl.
moest hij zich in de kazerne te Mechelen aanmelden voor zijn militaire dienst maar sinds
woensdag 25 februari is hij spoorloos verdwenen met zijn persoonlijke bezittingen en zijn
loon. Ondanks inschakeling van politie, rijkswacht en opsporingsdienst is er na nagenoeg
twee weken nog steeds geen spoor van hem ontdekt en wij hebben er niet het minste
vermoeden van waar hij kan ondergedoken zitten. Je kunt je allicht inbeelden wat het
betekent, Jeroen. Mijn vrouw alleen thuis en ik hier alleen tussen die muren. Alsof wij
nog niet genoeg ellende om ons hoofd hadden. Excuseer deze sentimentele opwelling.
Ik hoop dat ik je niet te veel gevraagd heb. Wat je ook moge doen met
de bedoeling mij te helpen, ik ben en blijf je dankbaar omdat ik het gevoel heb dat ik een
échte vriend heb gewonnen. Het is een zeldzame en kostbare winst.
|
|