


|
 |
Aan Het Komitee van Waakzaamheid t.a.v. Jan
Vanriet
Antwerpen, mei 1968
Het spijt mij dat ik deze avond*
niet in uw midden kan vertoeven om mijn stem te mengen in het koor van de vrijheidlievende
malcontenten, maar ik ben verhinderd door omstandigheden buiten mijn wil.
Ik zit namelijk in de gevangenis, en ik zit er voor de zoveelste maal
dat ik de tel kwijt ben.
Mensen, die mij niet kennen, zullen mij allicht verdenken van een
gruwelijk misdrijf. Die mij wel kennen, vragen zich samen met mij en met verbijstering af
hoe het in dit land mogelijk is, dat iemand zeven jaar lang met korte intervallen
systematisch van zijn vrijheid wordt beroofd voor een lichtzinnige maar overigens
inoffensieve contramine.
Op grond van mijn langdurige villegiatuur in de getraliede reservaten
van Antwerpen, meen ik te mogen beweren dat ik wel enige ervaring heb van censuur.
Al die jaren heb ik de boeken niet mogen lezen die ik wilde lezen, de
brieven niet mogen schrijven die ik wilde schrijven, de vrienden niet mogen spreken die ik
wilde spreken. Het manuscript van mijn eerste boek heb ik, zoals deze missive, met
achterbakse hand- en spandiensten moeten buitensmokkelen, en toen die euvele daad aan het
licht kwam, werd mij prompt controle opgelegd op alle verdere geschriften om voortaan te
beletten dat ik door de publicatie van subversief proza de weldenkende maatschappij voor
het hoofd zou steken.
Met mijn excuus aan die weldenkende maatschappij neem ik graag deze
gelegenheid te baat, en ik verzoek de heren van de B.O.B. in de zaal dit getrouw aan hun
meesters te rapporteren, dat ik vastbesloten ben het luisterloze bedrijf van de censoren
met een fanatieke vooringenomenheid te blijven ignoreren.
Niet uit rancune, want ik ben wijs genoeg om te weten dat een schamel
stukje proza even weinig omnipotentie van het gerecht als de machteloze woede van de
Scythen, die hun sidderende pijlen afschoten tegen de zon en de wolken.
Wél uit noodzaak en overtuiging, omdat niemand mij menselijkerwijze
het recht kan betwisten en ontnemen om, zonder haat en zonder wrok maar ook zonder
restricties te getuigen wat ik in de vergeetputten van dit koninkrijk gezien, gehoord en
aan den lijve beleefd heb. En omdat ik nu eenmaal niet kan weerstaan aan die vermaledijde
heerlijkheid waar een gouden vogel jubelt, veel hoger dan de leeuwerik en veel vrijer dan
censoren kunnen begrijpen, of zelfs maar dromen.
* Het Komitee van Waakzaamheid
organiseerde op 20 mei 1968 te Brussel een Protest Read-In tegen censuur,
waarop Roger van de Velde was uitgenodigd.
|
|