Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

A propos Lilian Faschinger

Jan H. Mysjkin

Lilian Faschinger werd op 29 april 1950 geboren te Tschöran, een dorp in het Oostenrijkse bondsland Karinthië. In 1969 vertrok zij naar Graz om er Engelse taal- en letterkunde te studeren aan de universiteit aldaar. Het werd tevens een verhuis van het conservatisme naar de moderniteit. Graz had vanaf midden de jaren zestig aansluiting op de nieuwste culturele ontwikkelingen dankzij de inmiddels internationaal vermaarde Stelrischer Herbst, een jaarlijks terugkerend avant-gardefestival. Graz is literair gezien de thuishaven van het destijds toonaangevende tijdschrift Manuskripte, en van de uitgever Droshl die er tot voor kort een boekhandel bij had, die het trefpunt was voor al wie de vormvernieuwende kunsten liefhad.
    In 1983 debuteerde Faschinger met Selbstauslöser ('Zelfontspanner'), een verzameling gedichten en verhalen, gepubliceerd door Leykam, een andere kleine uitgever te Graz. Een jurylid van de Ingeborg Bachmannwedstrijd nodigde haar in 1985 op basis van die eerste proeven uit om deel te nemen aan deze wedstrijd voor debutanten. De procedure bestaat erin dat de genomineerde kandidaten in het openbaar een tekst voorlezen. Lilian Faschinger koos een fragment uit haar toen niet eens voltooide roman Die neue Scheherazade ('De nieuwe Scheherazade'), en ging naar huis met een prijs en een uitgeverscontract. Het boek verscheen het jaar daarop, en oogstte unaniem lof, ook buiten Oostenrijk. 
    Het lijkt me geen toeval dat Lilian Faschinger werd bekroond met een prijs die van de kandidaten vergt dat ze hardop lezen. Voor elk van haar romans zoekt Faschinger een structuur waarin het (vrouwelijke) hoofdpersonage ongestoord associatief de mond kan roeren. In Magdalena Sünderin ('Magdalena zondares'), de schelmenroman waarmee zij op de Frankfurter Buchmesse in 1995 internationaal erkenning vond, is de biecht de raamstructuur. Op een Pinksterzondag ontvoert Magdalena Leitner een priester tijdens de hoogmis. Op een afgelegen plek in een bos verplicht zij de geknevelde priester haar biechten te aanhoren. Met hier en daar een korte beschrijvende onderbreking, bestaat het boek uit gesproken passages waarin Magdalena alles kwijt kan wat haar op het geweten, respectievelijk op de lever ligt.
    De verhalenbundel Frau mit drei Flugzeugen ('Vrouw met drie vliegtuigen', 1993) is tot nu toe een thematisch en stilistisch buitenbeentje in Faschingers werk. In de romans wordt de lezer meegesleept door de verteldrift van een ik-figuur; in de verhalen wordt hij veeleer op afstand gehouden door een paratactische, emotieloze schrijfwijze. De verhalen behandelen het onspectaculaire leven van alledaagse mensen, verteld in zakelijk registrerende zinnen. Maar er zijn scheurtjes in het schijnbaar gladde oppervlak, die innerlijke ontevredenheid en sluimerende agressiviteit verraden.
    Faschinger slaagt erin om te boeien met momentopnamen van de buitenkant, zonder noemenswaardige psychische ontwikkeling van de figuren. Ook wanneer Faschinger in het hoofd van haar personages kruipt, lijkt zij foto's te maken van het hersenwerk: 'Lechner denkt langzaam. Hij denkt helder. Hij denkt dat hij werd uitgebuit. Hij denkt dat hij heeft gewerkt en niets terug heeft gekregen. Hij denkt dat hij van mensen heeft gehouden en niets terug heeft gekregen. Hij denkt dat zijn trouwdag sinds klokslag middernacht voorbij is.' De foto komt overigens als een leidmotief in alle verhalen terug. Misschien als teken van een samenleving waarin iedereen zijn leven op de 'gevoelige plaat' wil vastleggen, maar alleen plaatjes overhoudt waarin elk gevoel afwezig is. Ook in 'Mooie dingen' speelt de foto een belangrijke rol; ze stelt het hoofdpersonage in staat om zijn familie overboord te gooien, niet zichzelf.


Lilian Faschinger, 'De nieuwe Scheherazade', vertaald door Micha J. Knijn, in De brakke hond, nr. 36, december 1992.

Lilian Faschinger, Magdalena zondares, vertaald door Maria Noordman, uitgeverij Anthos, Amsterdam, 1996. Herdrukt als Rainbowpocket.

© Jan H. Mysjkin