|
Opos Geon
(fragmenten)
Onno Kosters
I
Aardas
En hij schreef:
Het veld heeft ogen
het woud heeft oren
De vleesboom
in de baarmoeder
verstikt haast
de boommens
in de baarmoeder
(één met de natuur!)
vertikt het
te stikken
om niks
aan de hand
klop
op je ogen
schop
onder je hol
vingers in je oren
tong in het vuur
Eelt op je ziel
Jaja
hardnekkig die strijd
jaja
dramatiek!
Wat ons
de gelegenheid geeft
uit de huid
zo doorzichtig nu nog
van het personage te kruipen
en eens te zien
hoe hij er
op dit moment uitziet
(de alfabetweter)
Hij ziet eruit als het veld
als het woud
als het landschap
waarin wij leven
Het veld heeft ogen
Het woud heeft oren
De vleesboom
staat in volle bloed
Het is een somber landschap
waarin wij leven
Geon taalt Geon
een vinger op de lippen
maar verstaanbaarder dan ooit
onder de wolken zijn woord
is geuit
zijn naam genoemd
zijn wezen heeft bekend
een betekenis te wezen
te geven aan de aarde
dat porseleinen postulaat
die lege dop
en Geon daarin met zijn allen
een fase
een luttele millennia
oude
dinosaurus
Geon heeft in zijn stof gebeten
de tanden zijn duidelijk nog te zien
Het is tijd de sporen te poetsen
de plaat
te keren en verder te gaan
Ik heet Geon
Mijn naam is Geon
Ik bedoel Geon
Ik bedoel mijzelf
De voren staan in me
in hoofd en hart en buik
Als de spin Sebastiaan
is het mij niet goed gegaan
Luister:
De grot slaapt
Weer een winter is verdwenen
Het water van mijn aangezicht
getroffen
door de slagen van de stenen
De rimpels
verspreiden zich
meedogenloos
mijn ogen om
mijn kop in
Het is een somber landschap
waarin zij leven
Ik speel er de koprol
en tuimelend door de strengen
van het zichzelve wevend weefsel
expanderend
een tijdshemd
geslagen om de schouders
van mijn denken
een lijkwade
gewikkeld om de heupen
van mijn pijn
kruis ik de armen
prijs mij een ongeluk
verkruimel mijn beenmerg
tot hondenvoer
going to the gods
la folie godot
Want het is hier
voorlopig tenslotte
heel anders geworden
dan de blauwdruk
verwacht had te verschijnen
Luister en huiver
lees en wees
in de volte
van de holte
geblazen uit de palm
van zijn hand
Wees
gegroet!
Niets
anders dan verhuld
een plaats bepalen
tussen de plaatsen die er zijn
tussen de vlekken die er waren
blijft mij te over
blijft over mij
zijn overweldigingen voelen
Almaar door almaar door
Als elke lijn keer op
keer de rand
het eind van de
aarde begrenst
dan wil ik dan laat mij
struikelen
in dit ragfijn spel
dit vaal vechtjasje
gedrapeerd over dit rafelig heden
dit mateloos
immens uitkleden
En zo die volmaakte cirkel
gesloten mocht zijn
de stalen zenuw daarin de kracht
rilt
om de cirkel uit te wijden
in wezensvreemd bewegen
zo draag ik in u op
mijn vodden
Ze zullen u versteld doen staan
En al die mensen
uit mij gekomen
en tot mij gericht
hun verwijtende woordvogels
zo vleugellam
zo operabel
zo spuugzat...
Ik zal hen in me verkleven:
Ik zal me in hen verkleven
Ik spalk eenieders breuken
ben bijgevolg de chirurgijn
de hofnar
en de keizersnede zelf
Ik heet Geon
Mijn naam is Geon
Ik beteken Geon
Ik beketen mijzelf
Niemand
wie dat ook moge zijn
weet of ik nog nodig ben
Ik maal
mijn ronde door het kamp
en lees
mijn eigen stukke vergezichten
De leegte van de levens
schokt me:
Ik ben mijn eigen
ongenode gast
Ik herhaal me aan jouw open en jij jij bloedt
mee
Ik lach me
in deze
val te
pletter tot...
II
Hoe zeg je: lees
Hoe zeg je:
de torens die ik bouwde
kunnen vliegen
kijk maar ze staan op het punt
te vliegen
met deze oersoepstengel
dirigeer ik
het Wereldsymfonieorkest
dat speelt
de sferen van de hemel
de hemel is de aarde
in deze kathedraal
van hardware en hightech
De reis begint want ruimte is tijd
en tijd lijk
Drie handen
verwijzen ons
Daarin gebogen
dienen wij het wijde
hoofd te leven
Wat in talloze leeftijden
is gebouwd
stuk voor stuk
door handen
die stapelden
bogen spanden
staat en zet ons te kijken
te kijk
Onze lenzen de band tussen
vereeuwiging en eeuwigheid
handen
vouwen wij onder constructies
verheid ontzien
vastgelegde gebaren
Een oor dat zich te luisteren heeft gemaakt
een gestrand
vluchtschip in holle handen
Ongevraagd
met vele noodingangen
onvervreemdbaar
weerloos
naakt
woont God nog
in deze woestijn
van welvaart en overvloed
vertelt Sheherazade nog steeds haar verhalen
met het ontbrekende
slot
Vooraleerst zijn dit
twee ribben van de piramide
waaruit wij doodskinderen
tevoorschijnen
het daglicht kunnen velen
het daglicht dat valt uit de zon
die ons hoe dan ook om-
draait
en waar alles steevast
om draait
tot de thesaurus
uitgestorven raakt
hij de vertaling der dingen
onmogelijk maakt
door de kraters die vallen
in en om de tekst
spinsel van losse
eindjes aanelkaar geknoopt
(Wirwartaal...)
¨ ¨ ¨
Het tijdsgewicht
drukt nu de bergen
tot geometrische bollen
vult het denken
vol van het ondenkbaar heden...
III
Dagloos
dakloos
een vluchteling
genomen
onder je smeltwarme vleugels
Door je word ik
mijn laatste ribbe
afgegeleden
Omhoog weer
de diepte in
Wat er rest
van mijn gezicht
is een kop
als een klok:
Digitaal
Mijn gewrichten zijn draadloos bediende
vliegwielen
mijn ballen
gevallen
tot de generatie in staat:
Pillow talk
Wat genen werden gniffelend bij elkaar
gesprokkeld
en in het holst
van na de lach
moest ik zo nodig
ei wezen en
omvatten
de nu zo voor mijn hand
liggende onwrikbare
horrorscoop
Taalsloop:
Want ik heet niet Geon
laat staan
dat ik de aarde ben
ontstegen
Ik zit thuis
Het is nacht
De ramen staan open
Ik kijk
naar de ruiten
Woyzecks Nachtlied
waait mijn ogen binnen
Bedenk daß ich
ein Menschenwesen bin
Ein Mensch wie ihr
So gut ichs eben kann...
Ik kijk naar de nieuwe
langzaammaan
die ik kerfde
met het mes
waarmee ik speelde
rokend
drinkend
schrijvend
spelend
Geon wijs me mijn regels
zwijgend tussen de
snede
door
Want het is niet nacht
het is een weer
verstrijkend etmaal
dat ik eenmaal
als zijn voorgangers
als mijn voorgangers
hier hertaal
in de woorden
die mij werden
Vlekken
stukken
zwarte proppen
Met geweld
ram ik
de met liefde
handgezaagde
schijven inelkaar
... where
will it end
This is the room
the start of it all...
|