|
Samuel Beckett
(vertaling Mon Nys)
Enueg I
Exeo met een huivering
moe van het rode spuwsel van mijn liefste
weg uit de privé-kliniek in Portobello
haar verborgenheden
en strompel naar de kam van de steile gevaarlijke brug
en daal wezenloos af onder de schreeuw van het reclamebord
om de helle strakke vlag van het reclamebord heen
naar een donker
door wolken versmoord westen.
Boven de villa's de sandelbomen
de heuvels
hapt nukkig mijn schedel
klonter woede
op een spies gestoken gewurgd in het schandbord van de wind
als een hond naar zijn kastijding.
Ik spoed mij nu voort op mijn kapotgelopen
voeten
vlak naast het grauwe kanaal;
bij de Parnell Bridge wiegt een stervende schuit
met een lading spijkers en timmerhout
zachtjes in het schuimende klooster van de sluis;
aan de overkant werkt een stel schooiers aan een balk of zoiets.
Daarna mijlenver enkel wind
en de striemen die naast mij over het water kruipen
en de wereld die opengaat naar het zuiden
over een karikatuur van een vlakte naar de heuvels toe
en de doodgeboren avond die vuilgroen wordt
en de nachtzwammen mest
en de geest gedoofd
gesloopt door de wind.
Ik ploeterde een vermoeid oud mannetje
voorbij,
Democritus,
die tussen een kruk en een stok voortscharrelde,
een afzichtelijke stomp, een opgetrokken klauw, onder zijn
[broekspijp, een sigaret in zijn mond.
Daarna, omdat links aan mij een speelveld plotseling ontvlamde
in geroep en schel gefluit en rode en blauwe tricots
bleef ik staan en klom op de dijk om naar het spel te kijken.
Een kind dat bij de ingang stond te talmen, riep naar omhoog:
'Mogen we erin, meneer?'
'Jij in elk geval,' zei ik.
Maar bang liep hij de weg op.
'Hé,' riep ik hem na, 'waarom wil je er nou niet in?'
'Tja,' zei hij wijs,
'ik heb het al eens geprobeerd en ben eruit getrapt.'
En voort,
verlaten,
als van een doornstruik die na zonsondergang tegen de heuvel brandt
of, op Sumatra, het junglehymen,
de nog flakkerende rafflesia.
Daarna:
Een zieltogend troepje vuile grijze kippen
ergens op een verzonken veld,
rillend, half in slaap, tegen een gesloten schuurpoort aan
bij gebrek aan een hok.
De grote wakke paddestoel,
groenzwart,
die achter me opwelt,
en de rafelige hemel opzuigt als een pestilente inkt,
in mijn schedel gaat de wind stinken,
het water...
Daarna:
op de helling van de Fox and Geese naar Chapelizod
een boosaardig geitje, naar de weg verbannen,
dat van verre naar zijn weipoort stoot;
in hun zondagse pak,
die van de hurleymatch daarboven in Kilmainham
gauw om een glas nepenthes of molu of half-en-half komen afgezakt.
Gele vlekken in de hellepoel van de Liffey;
de gekromde vingers van de ladders over de kaaimuur,
lokkend;
een brij van alerte meeuwen in het grijze spuugsel van het riool.
O, de vlag
de vlag van bloedend vlees
op de zijde van de zeeën en de poolbloemen
die niet bestaan.
Beknopte toelichting
Enueg: de naam van een genre uit de
Provençaalse troubadourspoëzie, een soort klacht
Exeo: Latijn voor ik ga naar buiten
Haar verborgenheden: citaat uit Dantes Hel (le segrete cos, Hel,
III, 21)
Sandelbomen: komen op verschillende plaatsen in het Oude Testament voor
Democritus: de 'lachende filosoof', die een atomenleer verkondigde en
gelijkmoedigheid predikte
Doornstruik: verwijst naar Exodus
3,2, waar God Mozes toespreekt uit een brandend braambos
Rafflesia: plantengeslacht uit
Maleisië, met reusachtige, naar aas stinkende bloemen
Nepenthes: de drank der vergetelheid
Molu: de drank die Odysseus tegen de
toverij van Circe beschermt in de Odyssea
O, de vlag... bestaan: citaat uit het
gedicht 'Barbare' uit de Illuminations van Rimbaud
|