Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

1ste prijs verhalenwedstrijd
Stefaan van Ryssen

Een diaboloo

Ik denk de stad en de stad denkt mij. Zij declareert mij een variabele, een methode en een object. Het object heeft methodes. Het erft eigenschappen.

Objecten

Gent public static main('straten') {

De Eendrachtstraat loopt van de Kasteellaan naar de Vlaamse Kaai. En terug.
    Het is een tweerichtingstraat. De Eendrachtstraat is geen straat waarvan je kan zeggen dat ze begint. Of eindigt.

Ze sluit naadloos aan bij het netwerk van straten in de vroegere Heernismeersen. Ze kruist de Forelstraat. Ze laat aan haar linkerkant de Kasterbant toe. Ze zorgt in dien hoofde voor een vlotte uitstroom van het doorgaand verkeer.
    De Eendrachtstraat klimt lichtjes van het eind naar het midden. Als je op het kruispunt met de Forelstraat staat, merk je nauwelijks dat ze daalt naar de Kasteellaan. Of naar de Vlaamse Kaai. Je staat er in labiel evenwicht. Je rolt bij de geringste duw weg uit de Eendrachtstraat. Je spoelt er niet aan. Je glijdt er af.

In de Eendrachtstraat is geen frietkot. Er is ook geen garage of filmzaal.
    Er is een school voor deeltijds onderwijs. En een wasserette waar de plaatselijke verhalenverteller op zoek gaat naar een vrouw met een ezel, die daar ergens in de buurt woont.
    De ezel en de vrouw wonen in de Kasteellaan. Maar de verhalenverteller gaat in de wasserette op zoek naar hen alletwee. Dat is het meest markante feit van de plaatselijke middenstand van de Eendrachtstraat.

Om de hoek van de Eendrachtstraat, in de Kasteellaan, stopt bus 71. Tenminste, wanneer iemand op de bus wil stappen. Of eraf.
    De chauffeur van bus 71 stopt graag aan de halte Eendrachtstraat. Het is een goede halte. Mensen die daar opstappen, weten waar naartoe. Het zijn geen vervelende mensen die vragen naar de halte van de Volkskliniek, of van het Slachthuis, of van de Steinerschool. De halte van bus 71 is geliefd bij de chauffeurs van de hele De Lijn.
    Er staan wel vaak auto's geparkeerd op de halte van bus 71. Maar daar malen de chauffeurs van De Lijn niet om. Ze stoppen dubbel geparkeerd. Ze laten de reizigers opstappen. Wijzen vriendelijk op de ontwaardingsplicht, en koppelen hun halterem af om te vertrekken richting Dampoort. Of ze stoppen om de reizigers te laten uitstappen. Even kijken ze in hun binnenspiegel. Om te checken of de reizigers veilig uitstappen. Dan ontkoppelen ze hun halterem, en vertrekken richting Dampoort.

 

}

Wandeling private main() {

De reiziger stapt uit aan de halte Eendrachtstraat. Het is laat. Het is bijna nul graden. De lucht is koel en het is donker, en zachtjes vloeit de Schelde. De lucht is droog.
    De reiziger dankt de chauffeur hartelijk. Hij trekt zijn jas dicht. Hij voelt het boek in zijn jaszak. Het kleingeld. De sleutels. De aansteker. Het doosje met sigaren.
    De reiziger draait de hoek van de Kasteellaan om en beklimt de Eendrachtstraat. Hij vermijdt de hondendrollen bij het monument voor de gesneuvelden van '40-'45. Hij steekt de Kasterbant zorgvuldig over. Er is geen doorgaand verkeer. De reiziger is rustig. Hij zet het niet op een lopen. Er zijn geen slechte mensen in de Eendrachtstraat.
    Bij de hoek van de Kasterbant merkt hij dat het parkeerterrein van de melkfabriek er netjes onderhouden bijligt. Dat is ooit wel anders geweest. Een echt stort was het. Maar de stedelijke diensten en het socialisme hebben van de Eendrachtstraat een veilige straat gemaakt. Nu is het parkeerterrein geen stort meer. Het grind ligt er netjes geteld en gerakeld bij. Het hek is hoog.
    Aan de overzijde stopt een Audi en knippert tweemaal met zijn koplampen. Een vrouw verschijnt aan het raam. Ze kamt haar blonde haar. Ze kamt het met een gele plastic borstel. Het licht in de kamer wordt gedoofd. De vrouw verlaat haar huis en stapt naast de chauffeur in de Audi. Ze draagt geen hoofddoek. Ze heeft geen handtas bij zich. De Audi vervolgt zijn weg.

De wandelaar bereikt de top van de Eendrachtstraat. Hij registreert, zakelijk, het late openingsuur van frituur Sympa in de Forelstraat. De wasserette is verlaten. De straatverlichting knippert niet. De groene lichtreclames van de apotheken in de Forelstraat (twee apotheken op tweehonderd meter van elkaar, en er is er nog een in de Kasteellaan ook) vergiftigen het asfalt. Er zijn vast veel zieke mensen in de Eendrachtstraat. En in de Forelstraat.

 

}

 

Declaraties

In de Eendrachtstraat speelt het meisje met de diabolo. Ze is niet erg geoefend. Ze gooit de gele diabolo hoog en vangt hem, de rechterhand iets hoger geheven dan de linker, eenvoudig weer op. Er zit niet erg veel vaart in de diabolo. Het meisje kent nog geen speciale effecten. Ze oefent de basisvaardigheden van het diabolospel. De diabolo verveelt zich en valt al eens stil. Dan legt het meisje hem met haar voet weer klaar en rolt hem op het touw enkele keren heen en weer. Van de Vlaamse Kaai naar de Kasteellaan. En terug.

Ze spreken over het diabolospel. Hij heeft al bijna twintig jaar niemand meer gezien die diabolo speelde. Hij bewondert diabolospelers. Zelf kan hij het niet. Het meisje wil het hem leren. Ze reikt hem de stokjes aan. Hij neemt ze van haar over. Hij legt de diabolo fout klaar. Het meisje laat hem zien hoe het moet. Hij houdt het touwtje te strak en de diabolo rept zich naar de overzij. Hij verwondert zich erover dat ze zo laat, in die kou, op straat diabolo speelt. Zij wijst op de open deur. Het licht van de gang heeft een oranje kleur. Het huis is warm. Zij geeft weer vaart aan de diabolo en gooit hem een keer, twee keer hoog op. Ze geeft hem de stokjes en legt haar handen over de zijne. Ze beweegt zijn armen. De diabolo rolt naar de overkant van de straat.
    Hij is onhandig. Hij leert het nooit. Hij leert het wel. Ze gaat achter hem staan en slaat haar armen om hem heen en beweegt opnieuw zijn handen. Ze kijkt over zijn schouder naar de diabolo en ademt in zijn hals.

Een Audi vertraagt. Achter het stuur zit een vrouw zonder hoofddoek. Ze kijkt door het raampje naar het meisje en haar leerling. Ze rijdt verder.

Het meisje neemt de diabolo en de leerling mee naar binnen. De Eendrachtstraat kan verder zonder het oranje ganglicht. De straat is buitengesloten. Ze treurt niet. Ze klimt en daalt, daalt en klimt.

De huizen in de Eendrachtstraat werden gebouwd in het begin van de vorige, de twintigste eeuw. De plafonds zijn nog hoog. De gangen zijn smal, de trappen zijn van hout. De kamers worden verwarmd met gaskachels. Aan de straatkant hebben ze twee ramen.
    De bewoners zijn ofwel erg jong, ofwel erg oud. Een enkel gezin heeft kinderen. In de meeste huizen staan fietsen in de gang. Op het eind van de gang is er een deur naar de keuken. Daar is een gasfornuis. Op het fornuis kan men water koken voor thee. Naast het fornuis staat een koelkast. In de koelkast bevinden zich boter, frisdrank, een diepvriesvak met enkele pakjes spinazie, boontjes, soep, een kip. In de deur van de koelkast staan melk en een fles witte wijn.

De keukens van de huizen hebben een deur naar de woonkamer met de twee ramen. Voor de ramen hangen ruwe, oranje-rode of bruine gordijnen. In de kamer is er licht. Er staan een tafel en enkele stoelen. Een boekenkast. Een sofa. Als men de sofa en de tafel en de stoelen opzijschuift, is er net genoeg ruimte om een diabolo aan het rollen te brengen. Over de opzijgeschoven stoelen of op de sofa legt men jassen. Een trui.
    Op de tafel staan een kopje, een glas, een asbak. Er ligt een krant en een boek en een gekopieerde cursus. Op de tafel staat ook een leeslamp. Er liggen een schrijfblok en een paar woordenboeken. Soms zet men de woordenboeken in de boekenkast.

Ook in de woonkamer verveelt de diabolo zich. Hij krijgt geen vaart. Hij laat zich gewillig een keer opgooien en raakt vanzelfsprekend het plafond. De diabolo en de stokjes komen op de grond terecht. Hij rolt naar de Vlaamse Kaai, onder de tafel. Er wordt naar gezocht. Hij wordt gevonden en gelaten waar hij is. In de woonkamer heerst rustige eendracht. Men is niet gejaagd. Men is niet verdeeld. Men is het eens.
    Er wordt uit het glas gedronken. Er wordt twee keer uit het glas gedronken.

Naast de boekenrekken in de woonkamers van de huizen staat een cd-rek. En daarnaast een cd-speler met luidsprekertjes van 20 watt. Er is goede en slechte muziek in de kamers. Er zijn klassiek, chanson, jazz, hiphop en wereldmuziek. De muziek leent zich tot zeer verschillende situaties. Ze vormt soms ook onderwerp van gesprek. Zoals auto's, werk, studie, de gevangenis, het onkruid in de tuin, het eten op school, de maandelijkse bloedingen. Slechts zelden vindt men op de sofa cd's. Op de sofa zit men ontspannen. Men praat er over muziek en andere onderwerpen. De woorden glijden naar de Vlaamse Kaai en tuimelen in de Schelde.

Als de vlam in de gaskachel hoog staat, is het warm. Toch drukken mensen zich tegen elkaar aan op de sofa in de Eendrachtstraat. Dat hoort bij het spel met de diabolo. De leerling maakt van de nabijheid van de leraar gebruik om veel te leren. De eendracht is om te snijden. Er is een sterke aantrekkingskracht tussen de beide helften van de diabolo. Hij leent zich tot veel vergelijkingen. De leraar biedt aan die vergelijkingen te onderzoeken. De onderzoeker wenst ook onderzocht te worden. Men maakt een lijst van te vergelijken objecten. Op de sofa worden ze naast elkaar uitgestald. De onderzoekers zijn het erover eens dat de diabolo een verwarrend en tegenstrijdig voorwerp is. Eén buigt zich over het onderzoeksobject. Vanzelfsprekend komen ook de stokjes ter sprake. En het touwtje. Eén en ander staat strak gespannen nu.

 

Proceduraal

Het meisje en de wandelaar hebben een gesprek. Zij drinken van het glas. De thee wordt koud. Het meisje staat op, trekt haar T-shirt uit, opent de rits van haar jeans. De wandelaar knoopt zijn schoenen los, trekt ze uit, staat op, trekt zijn broek uit.
    In de woonkamers van de huizen aan de Eendrachtstraat staan plots een man en een vrouw tegenover elkaar. Ze grijpen elkaar bij het geslacht. Ze betasten elkaars bovenlichaam. Ze ontsluiten elkaars bovenkleding. Op de sofa liggen, naast een jas en een trui, een beha, een broek, een jeans, een herenslip, een damesslip.
    Onder de sofa ligt een diabolo.

Het gesprek stokt.
    Het meisje, de vrouw, leidt hem, de man, naar de trap, naar de slaapkamer, naar het bed, naar haar liezen, bij haar binnen. Ze copuleren lang en met zorg. Beiden genieten. Er doen zich geen problemen voor bij het klaarkomen. Ze doen dat elk op hun tijd, elk naar hun aard. Ze volgen in dezen de goede raad dat het beter gaat wanneer het niet hoeft. Dat werd al door Masters en Johnson beschreven, lang voor de vrouw en de man elkaar ontmoetten. Ook heeft het meisje zich voorbehoed. En ze hebben elkaar verzekerd dat ze niet seropositief zijn en niet lijden aan seksueel overdraagbare aandoeningen. Men zou kunnen stellen dat ze toch een zeker risico nemen. Eendrachtig hebben ze dat risico echter onder ogen gezien. Ze gebruiken dus geen kapotje.

Na de vereniging is er geen bruuske stilte. Ze nemen de draad van hun gesprek weer op. Over de planten in de tuin, het werk, de kerk, de reclame op VTM, het kapsel van de kroonprins. Tevens blijven ze elkaar verder opwinden. Ze hebben een donsdeken over zich heen getrokken en houden een plekje warm wanneer ze elk om beurt naar de wc gaan. De vrouw, het meisje, haalt het glas. Ze drinken om beurt. Ze laten elkaar uit hun mond drinken. Zoals Kinsey reeds beschreef en wat later door verschillende auteurs werd bevestigd, is hun intimiteit nu eerder van emotionele dan van fysieke aard. Dat uit zich in enkele nonchalante nieuwe copulaties die echter niet tot orgasme leiden. Tenminste, niet bij hem.

In de slaapkamers van de Eendrachtstraat breekt de dag gewoonlijk aan omstreeks hetzelfde uur als in de rest van de stad. Niet zelden worden mensen daar wakker. Minder vaak gebeurt het dat men dan in slaap valt. De diabolo kruipt, zonder zich om touw of stokjes te bekommeren, mee onder de donsdeken. Hij verveelt zich niet. Hij luistert naar het rustige ademen van de man en de vrouw, het paar nu. Hij nestelt zich tegen de buik van het meisje dat zich nestelt tegen de buik van de man die zich tegen de rug van het meisje vlijt. In gedachten converseert de diabolo met het lege glas naast het bed. Het is zijn halfbroer.

 

Erfelijkheid

'Nifty,' zegt de diabolo.
    Hij reist in de antitijd. Het glas staat er onbewogen bij. Hij kent zijn plaats.
    De diabolo, een negatieve buiging in de ruimte, een roterende hyperbool van gestold licht, waant zich de meer kosmopolitische van beide. Hij neemt het arrogante air aan van de politieagent die op de halfvolle bus 71 stapte aan de halte Eendrachtstraat toen daar een groep niet-geďntegreerde oudjes, werklozen, bruggepensioneerden, huisvrouwen deelnemend aan het verenigingsleven en hafabra-dirigenten de rust van De Lijn dreigde te verstoren. Binnenkort zijn er verkiezingen. Er is weer veel politie op straat.

(Iets gaat zijn gang, quelque chose suit son cours.)

In bed wordt een besluit genomen. Ze zullen er blijven tot de late middag. Men gaat boterkoeken met rozijnen halen. In de Eendrachtstraat is geen bakker. Zingend wandelt men naar de Forelstraat en men koopt daar zes boterkoeken, een cake eigen recept, frambozenijs van eigen makelij, een bruin brood en twee stokbroden. Zingend verlaat men de kleinhandelszaak. De bloemenzaak is al enige jaren over kop. Men plukt er alle bloemetjes af. Bij de kruidenier koopt men een ruiker margrieten en anjers, een pakje gemalen dessertkoffie, een fles rode port, een doos Kleenex, een sixpack Guinness, een grote zak paprika- en een grote zak zoute chips, vleessla, salami, yoghurt en twee flessen Spa rood.
    Men draait zingend de hoek om van de Eendrachtstraat. Men wordt binnengelaten. Men zet koffie.

'Goochee,' zegt de diabolo, 'nift.'

Verzadigd met yoghurt, koffie en rozijnen, liggen de man en het meisje in elkaars armen onder de donsdeken. De diabolo rekt zich uit en installeert zich tegen het hoofdeind, half onder het kussen, half erboven. Hij plaatst een plastic geurbaken boven de waaier van heur haar. Een gesprek vangt aan.

 

Spraakherkenning

'Bij elke glimlach die ik hem schenk, haat hij me meer.'
    'Ik wou dat mijn liefde door jouw lachen werd gevoed.'
    'Zijn schitterend oog schenkt me een fletse blik.'
    'Jouw ogenblik maakt flauwe melk tot sprankelende sekt.'
    'Mijn blos doet hem als door de noordenwind verstijven.'
    'Zo moge mijn stijve jou aan 't blozen brengen.'
'...'
    'Op een dag zal de afrekening volgen, dan delft hij het onderspit.'
    'Maar ondertussen rijdt hij wel rond in zijn zwarte BMW.'
    'Ze kunnen niet met de kloten van de mensen blijven rammelen, gij hebt toch ook een diploma.'
    'Misschien geeft hij nog geen vijftigduizend frank per maand aan.'
    'Dat was allemaal anders toen de vakbonden nog echt van de werkers waren.'
    'Ik krijg niet eens een dagvergoeding als ik naar Brussel moet voor een vergadering, maar hij gaat wel naar 't Noordstation.'
    '...'

 

Debugger

Langs de hals van de diabolo sijpelt aardbeiencoulis. Men likt gretig elkaars lippen en lepelt ijs in de helften. Geen mens denkt aan de zwaartekracht. Men maakt keelgeluiden. Men maakt smakgeluidjes. Huidplooien zwellen, lichamen plooien zich. Een navel wordt gevuld met port. Het gele plastic stijgt naar het zenit. Twee halve zonnen. In het kamerbreed tapijt lijdt een glazen maan schipbreuk. Buiten slingert zich de Eendrachtstraat naar de avond. Motorfietsen kleven vast in het asfalt. Uit de huizen klinkt het zoemen van duizend draden aan tweeduizend stokjes. De deuren vallen uit hun hengsels en het oranje licht van de woonkamers overspoelt de geparkeerde auto's. Een Audi valt stil op het kruispunt. Bus 71 slaat een halte over. Een fanfare, een harmonieorkest, een brassband speelt Fiddler on the roof. De kroonprins neemt zijn kroon af en buigt voor de vrouwen van het verenigingsleven. Maandelijkse bloedingen breken eindelijk door. Een vrouw en een meisje delen een diabolo, het is hun enige kledingstuk. Zij kammen hun gouden haren met een gele kam.

 

Prolog

Boven de Heerniswijk, hoog boven de Kasteellaan en de Kasterbant, mijlenver boven de Eendrachtstraat, schittert een gouden diabolo. Een kunstmatige intelligentie vervult ons hart.

 

(Opmerking: enkele eigenaardigheden zijn zo bedoeld: de diaboloo met dubbele 'o' in de titel, en Prolog met enkele 'o' op het einde. Prolog is een programmeertaal. Met mijn excuses voor wie dat zelf ook al wist.)

© Stefan van Ryssen