1ste prijs verhalenwedstrijd Een diaboloo Ik denk de stad en de stad denkt mij. Zij declareert mij een variabele, een methode en een object. Het object heeft methodes. Het erft eigenschappen. Objecten Gent public static main('straten') { De Eendrachtstraat loopt van de Kasteellaan naar de Vlaamse
Kaai. En terug. Ze sluit naadloos aan bij het netwerk van straten in de
vroegere Heernismeersen. Ze kruist de Forelstraat. Ze laat aan haar linkerkant de
Kasterbant toe. Ze zorgt in dien hoofde voor een vlotte uitstroom van het doorgaand
verkeer. In de Eendrachtstraat is geen frietkot. Er is ook geen garage
of filmzaal. Om de hoek van de Eendrachtstraat, in de Kasteellaan, stopt
bus 71. Tenminste, wanneer iemand op de bus wil stappen. Of eraf.
} Wandeling private main() { De reiziger stapt uit aan de halte Eendrachtstraat. Het is
laat. Het is bijna nul graden. De lucht is koel en het is donker, en zachtjes vloeit de
Schelde. De lucht is droog. De wandelaar bereikt de top van de Eendrachtstraat. Hij registreert, zakelijk, het late openingsuur van frituur Sympa in de Forelstraat. De wasserette is verlaten. De straatverlichting knippert niet. De groene lichtreclames van de apotheken in de Forelstraat (twee apotheken op tweehonderd meter van elkaar, en er is er nog een in de Kasteellaan ook) vergiftigen het asfalt. Er zijn vast veel zieke mensen in de Eendrachtstraat. En in de Forelstraat.
}
Declaraties In de Eendrachtstraat speelt het meisje met de diabolo. Ze is niet erg geoefend. Ze gooit de gele diabolo hoog en vangt hem, de rechterhand iets hoger geheven dan de linker, eenvoudig weer op. Er zit niet erg veel vaart in de diabolo. Het meisje kent nog geen speciale effecten. Ze oefent de basisvaardigheden van het diabolospel. De diabolo verveelt zich en valt al eens stil. Dan legt het meisje hem met haar voet weer klaar en rolt hem op het touw enkele keren heen en weer. Van de Vlaamse Kaai naar de Kasteellaan. En terug. Ze spreken over het diabolospel. Hij heeft al bijna twintig
jaar niemand meer gezien die diabolo speelde. Hij bewondert diabolospelers. Zelf kan hij
het niet. Het meisje wil het hem leren. Ze reikt hem de stokjes aan. Hij neemt ze van haar
over. Hij legt de diabolo fout klaar. Het meisje laat hem zien hoe het moet. Hij houdt het
touwtje te strak en de diabolo rept zich naar de overzij. Hij verwondert zich erover dat
ze zo laat, in die kou, op straat diabolo speelt. Zij wijst op de open deur. Het licht van
de gang heeft een oranje kleur. Het huis is warm. Zij geeft weer vaart aan de diabolo en
gooit hem een keer, twee keer hoog op. Ze geeft hem de stokjes en legt haar handen over de
zijne. Ze beweegt zijn armen. De diabolo rolt naar de overkant van de straat. Een Audi vertraagt. Achter het stuur zit een vrouw zonder hoofddoek. Ze kijkt door het raampje naar het meisje en haar leerling. Ze rijdt verder. Het meisje neemt de diabolo en de leerling mee naar binnen. De Eendrachtstraat kan verder zonder het oranje ganglicht. De straat is buitengesloten. Ze treurt niet. Ze klimt en daalt, daalt en klimt. De huizen in de Eendrachtstraat werden gebouwd in het begin
van de vorige, de twintigste eeuw. De plafonds zijn nog hoog. De gangen zijn smal, de
trappen zijn van hout. De kamers worden verwarmd met gaskachels. Aan de straatkant hebben
ze twee ramen. De keukens van de huizen hebben een deur naar de woonkamer
met de twee ramen. Voor de ramen hangen ruwe, oranje-rode of bruine gordijnen. In de kamer
is er licht. Er staan een tafel en enkele stoelen. Een boekenkast. Een sofa. Als men de
sofa en de tafel en de stoelen opzijschuift, is er net genoeg ruimte om een diabolo aan
het rollen te brengen. Over de opzijgeschoven stoelen of op de sofa legt men jassen. Een
trui. Ook in de woonkamer verveelt de diabolo zich. Hij krijgt geen
vaart. Hij laat zich gewillig een keer opgooien en raakt vanzelfsprekend het plafond. De
diabolo en de stokjes komen op de grond terecht. Hij rolt naar de Vlaamse Kaai, onder de
tafel. Er wordt naar gezocht. Hij wordt gevonden en gelaten waar hij is. In de woonkamer
heerst rustige eendracht. Men is niet gejaagd. Men is niet verdeeld. Men is het eens. Naast de boekenrekken in de woonkamers van de huizen staat een cd-rek. En daarnaast een cd-speler met luidsprekertjes van 20 watt. Er is goede en slechte muziek in de kamers. Er zijn klassiek, chanson, jazz, hiphop en wereldmuziek. De muziek leent zich tot zeer verschillende situaties. Ze vormt soms ook onderwerp van gesprek. Zoals auto's, werk, studie, de gevangenis, het onkruid in de tuin, het eten op school, de maandelijkse bloedingen. Slechts zelden vindt men op de sofa cd's. Op de sofa zit men ontspannen. Men praat er over muziek en andere onderwerpen. De woorden glijden naar de Vlaamse Kaai en tuimelen in de Schelde. Als de vlam in de gaskachel hoog staat, is het warm. Toch drukken mensen zich tegen elkaar aan op de sofa in de Eendrachtstraat. Dat hoort bij het spel met de diabolo. De leerling maakt van de nabijheid van de leraar gebruik om veel te leren. De eendracht is om te snijden. Er is een sterke aantrekkingskracht tussen de beide helften van de diabolo. Hij leent zich tot veel vergelijkingen. De leraar biedt aan die vergelijkingen te onderzoeken. De onderzoeker wenst ook onderzocht te worden. Men maakt een lijst van te vergelijken objecten. Op de sofa worden ze naast elkaar uitgestald. De onderzoekers zijn het erover eens dat de diabolo een verwarrend en tegenstrijdig voorwerp is. Eén buigt zich over het onderzoeksobject. Vanzelfsprekend komen ook de stokjes ter sprake. En het touwtje. Eén en ander staat strak gespannen nu.
Proceduraal Het meisje en de wandelaar hebben een gesprek. Zij drinken
van het glas. De thee wordt koud. Het meisje staat op, trekt haar T-shirt uit, opent de
rits van haar jeans. De wandelaar knoopt zijn schoenen los, trekt ze uit, staat op, trekt
zijn broek uit. Het gesprek stokt. Na de vereniging is er geen bruuske stilte. Ze nemen de draad van hun gesprek weer op. Over de planten in de tuin, het werk, de kerk, de reclame op VTM, het kapsel van de kroonprins. Tevens blijven ze elkaar verder opwinden. Ze hebben een donsdeken over zich heen getrokken en houden een plekje warm wanneer ze elk om beurt naar de wc gaan. De vrouw, het meisje, haalt het glas. Ze drinken om beurt. Ze laten elkaar uit hun mond drinken. Zoals Kinsey reeds beschreef en wat later door verschillende auteurs werd bevestigd, is hun intimiteit nu eerder van emotionele dan van fysieke aard. Dat uit zich in enkele nonchalante nieuwe copulaties die echter niet tot orgasme leiden. Tenminste, niet bij hem. In de slaapkamers van de Eendrachtstraat breekt de dag gewoonlijk aan omstreeks hetzelfde uur als in de rest van de stad. Niet zelden worden mensen daar wakker. Minder vaak gebeurt het dat men dan in slaap valt. De diabolo kruipt, zonder zich om touw of stokjes te bekommeren, mee onder de donsdeken. Hij verveelt zich niet. Hij luistert naar het rustige ademen van de man en de vrouw, het paar nu. Hij nestelt zich tegen de buik van het meisje dat zich nestelt tegen de buik van de man die zich tegen de rug van het meisje vlijt. In gedachten converseert de diabolo met het lege glas naast het bed. Het is zijn halfbroer.
Erfelijkheid 'Nifty,' zegt de diabolo. (Iets gaat zijn gang, quelque chose suit son cours.) In bed wordt een besluit genomen. Ze zullen er blijven tot de
late middag. Men gaat boterkoeken met rozijnen halen. In de Eendrachtstraat is geen
bakker. Zingend wandelt men naar de Forelstraat en men koopt daar zes boterkoeken, een
cake eigen recept, frambozenijs van eigen makelij, een bruin brood en twee stokbroden.
Zingend verlaat men de kleinhandelszaak. De bloemenzaak is al enige jaren over kop. Men
plukt er alle bloemetjes af. Bij de kruidenier koopt men een ruiker margrieten en anjers,
een pakje gemalen dessertkoffie, een fles rode port, een doos Kleenex, een sixpack
Guinness, een grote zak paprika- en een grote zak zoute chips, vleessla, salami, yoghurt
en twee flessen Spa rood. 'Goochee,' zegt de diabolo, 'nift.' Verzadigd met yoghurt, koffie en rozijnen, liggen de man en het meisje in elkaars armen onder de donsdeken. De diabolo rekt zich uit en installeert zich tegen het hoofdeind, half onder het kussen, half erboven. Hij plaatst een plastic geurbaken boven de waaier van heur haar. Een gesprek vangt aan.
Spraakherkenning 'Bij elke glimlach die ik hem schenk, haat hij me meer.'
Debugger Langs de hals van de diabolo sijpelt aardbeiencoulis. Men likt gretig elkaars lippen en lepelt ijs in de helften. Geen mens denkt aan de zwaartekracht. Men maakt keelgeluiden. Men maakt smakgeluidjes. Huidplooien zwellen, lichamen plooien zich. Een navel wordt gevuld met port. Het gele plastic stijgt naar het zenit. Twee halve zonnen. In het kamerbreed tapijt lijdt een glazen maan schipbreuk. Buiten slingert zich de Eendrachtstraat naar de avond. Motorfietsen kleven vast in het asfalt. Uit de huizen klinkt het zoemen van duizend draden aan tweeduizend stokjes. De deuren vallen uit hun hengsels en het oranje licht van de woonkamers overspoelt de geparkeerde auto's. Een Audi valt stil op het kruispunt. Bus 71 slaat een halte over. Een fanfare, een harmonieorkest, een brassband speelt Fiddler on the roof. De kroonprins neemt zijn kroon af en buigt voor de vrouwen van het verenigingsleven. Maandelijkse bloedingen breken eindelijk door. Een vrouw en een meisje delen een diabolo, het is hun enige kledingstuk. Zij kammen hun gouden haren met een gele kam.
Prolog Boven de Heerniswijk, hoog boven de Kasteellaan en de Kasterbant, mijlenver boven de Eendrachtstraat, schittert een gouden diabolo. Een kunstmatige intelligentie vervult ons hart.
(Opmerking: enkele eigenaardigheden zijn zo bedoeld: de diaboloo met dubbele 'o' in de titel, en Prolog met enkele 'o' op het einde. Prolog is een programmeertaal. Met mijn excuses voor wie dat zelf ook al wist.)
|
|||||||||