Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Uitgeven in het digitale tijdperk
Het boek in het digitale tijdperk

Leo de Haes

Books? Where we are going, we don't need books

(uit de film Back to the Future)

Heeft het boek nog toekomst? Zullen er over tien jaar nog boeken worden uitgegeven? Hoe vaak zijn me die vragen al niet gesteld. In de intonatie ervan resoneert vaak een toon van bitterheid over de dreigende cultuurloosheid van de komende generaties. Want voor veel boekenliefhebbers is cultuur doorgaans synoniem van literaire cultuur - een grove misvatting. Geletterde mensen maken nog een tweede denkfout. Ze zien niet dat achter de ogenschijnlijk simpele vraag Heeft het boek nog toekomst? twee los van elkaar staande kwesties schuilen: 1) zal het boek in zijn huidige vorm overleven, 2) zal er überhaupt nog gepubliceerd worden? Onlangs vroeg een ernstig journalist me per e-mail (!) of er in het Internettijdperk nog zal worden nagedacht. De vraag alleen al. Zelfs als het boek verdwijnt, verschrompelt de lust tot schrijven en publiceren niet. De vertelkunst bestond lang voor er een geëigend vehikel gevonden was om verhalen en betogen vast te leggen en zal ook blijven bestaan als het medium zich andermaal wijzigt.

Elektronisch publiceren

Een boek is een vervoermiddel voor ideeën, emoties, dromen, mythen, zelfbeelden en onze nooit te stuiten drift om via verhalen inhoud en vorm te geven aan ons en andermans leven. Het boek heeft met andere vervoermiddelen gemeen dat sommige verdwijnen, veranderen of louter als folklore overleven - zoals de vélocipède of de telex. Mocht het boek in zijn huidige vorm ophouden te bestaan, dan is dat even betreurenswaardig als de verdwijning van het kleitablet. Grof gezegd: hoe een tekst getransporteerd wordt, is bijzaak.
    Maar zal het boek verdwijnen? Ik betwijfel het. Als het ooit gebeurt, zullen daar twee oorzaken voor zijn: een financiële en een technologische. De consument zeurt me al jaren de oren van het hoofd over de duurte van boeken. Ze kosten een fluitje van een cent, hou ik niet op als uitgever te roepen. Ik heb er ook argumenten voor: de prijs van een boek staat niet in verhouding tot de zware kapitaals- en arbeidsintensieve investering ervan. Die basale werkelijkheid verandert uiteraard niets aan de perceptie van de koper. Handiger Harry's dan uitgevers zijn voor die klaagzangen niet blind gebleven. Ze stellen de vanuit de consument bekeken ene goede vraag: hoe kan een boek goedkoper worden? De zwakke plekken in het kostenplaatje zijn bekend. De grootste smak gaat naar de omslachtige wijze waarop een boek naar de lezer wordt gebracht. Alle stappen van de distributie - voorraadbeheer, verpakking, facturering, vervoer, boekhandelkorting - slokken ruwweg de helft van de winkelprijs van een boek op. Een roman die in de handel 1000 frank kost, kost in eigen beheer maar 500 frank, is steevast mijn boodschap aan ongeduldige wereldbestormers. Ze moeten dan wel leven met het besef dat hun boek niet te koop is in het gangbare circuit. De tweede grootste kost gaat naar het drukken en de (stijgende) papierprijs. Gregory Rawlins van de Indiana University signaleert in Technology's Impact On The Publishing Industry Over The Next Decade dat de laatste twintig jaar het drukken, het papier en het transport voortdurend duurder werden, terwijl computers, elektronische opslagmogelijkheden en digitale communicatie om de vier jaar in prijs halveren. Rawlins voorspelt dat die prijsdaling nog minstens tot 2020 zal doorzetten.
    Het lag voor de hand dat zodra het technologisch mogelijk was de zwaarste financiële posten te drukken, dat ook zou gebeuren. Inmiddels zijn we zover. Via het Internet kunnen boeken worden gedownload naar ieders harde schijf. Dat kan vaak gratis, zeker voor boeken waarop geen auteursrechten meer gelden. Wie de Griekse of Romeinse klassieken wil lezen, Chaucer of Oscar Wilde kan terecht bij het voortreffelijke Project Gutenberg, dat al ruim 1600 boeken heeft gedigitaliseerd. Het heeft ook een Duits filiaal waar gratis Goethe en Rilke op lezers wachten. Voor het Nederlandstalig gebied is er de veelgeprezen, op het Project Gutenberg geïnspireerde site van Project Laurens Janszoon Coster. Je vindt er gratis klassieke teksten van Vondel en Marnix van St. Aldegonde, maar ook verzen van Gorter en Piet Paaltjens of de Ideeën van Multatuli. Voor Scandinavische literatuur is er Project Runeberg en wat het Franse cultuurgebied betreft is er l'embarras du choix: Athena textes français, Cedric, ClicNet en vooral Gallica, de site van de Bibliothèque Nationale de France. Voorts wordt het Franse literaire patrimonium, van de Middeleeuwen tot 1914, door het ongemeen rijk voorziene Librissimo als facsimile aangeboden, maar het vraagt wel boter bij de vis. 00h00 (spreek uit: zéro heure) zet dan weer elke maand gratis een Franse klassieker, inclusief de nodige informatieve links, op het net. De ironie wil dat de nieuwste technologie uitgerekend de verspreiding van de canon activeert - veel van deze teksten zijn overigens nauwelijks of niet meer in de boekhandel. Door de digitalisering hoeft een boek nu nooit meer out of print te zijn. Het kan op elk moment worden opgevraagd en 'verkocht'. Tegelijk is het probleem van verzuring van het papier, waarover Boudewijn Büch zo pakkend geschreven heeft, met één klap van de baan.
    Voor recentere boeken moet je soms dokken, zij het meestal minder dan de winkelprijs, al moet je wel uitkijken en prijzen vergelijken. Voor de rest vind je op het net alles wat je ook in stoffige boekhandels aantreft, maar dan in elektronische vorm: avonturenromans, liefdesverhalen, jeugdboeken, horror of SF, om van misdaad en erotica nog te zwijgen. Interessante elektronische uitgevers van oud en nieuw ongepubliceerd werk zijn onder meer Ebooknet, Bibliomania, Books-on-line, dat meer dan 8000 boeken gratis verspreidt, Online Originals, dat elke maand één gratis boek aanbiedt en de andere tegen 7 dollar per stuk e-mailt, Ebook Central (gespecialiseerd in New Age), het Australische Mindgate (specialisatie sf) en Etext. Bij World Library en Bureau of Electronic Publishing kun je cd-roms kopen met klassieke werken, variërend in prijs van 50 tot 150 dollar. Naar niet-Engelstalige digitale uitgevers is het vaak zoeken, maar er zijn er. In Frankrijk horen 00h00 en Cylibris tot de meer professionele uitgevers. Voor de schrijvende liefhebber die zijn tekst gratis wil afstaan is er onder meer Cleex en Le Site des Auteurs Amateurs. De Franstalige Belgen hebben met Mot à Mot zelfs een eigen elektronische uitgever. In Duitsland kan je onder meer terecht bij de veeleer hobbyistische Autorenweb, Literatuurcafe, Textgalerie of Black ink. In Nederland heb je Album. De uitgeverij verkoopt cd-roms, produceert hypertexten (zie verder) en verspreidt mondjesmaat elektronische teksten via de helaas wat ingedutte homepage. Een andere Nederlandse professionele digitale uitgever is Gopher. Hij publiceert diverse soorten elektronische boeken, met de steun van Amazon. In Vlaanderen is er PCboek. Voor 200 frank of een tientje krijg je een boek uit de catalogus toegemaild. Het gratis boek dat naar aanleiding van het vijfjarig bestaan aangeboden wordt, Hitlers List, heeft me niet echt kunnen overtuigen.
    Ook voor auteurs opent digitaal publiceren mooie perspectieven. Ze kunnen nu via het Internet zonder bemiddeling van een uitgever hun eigen boek verspreiden. Het blijft een vorm van uitgeven in eigen beheer, maar het is nog goedkoper.
    De betere webauteurs vinden via hun site soms een heuse papieren uitgever. Vaak blijft dat de bedoeling. Het reguliere boek geniet, althans wat literatuur betreft, nog altijd een hogere status dan een elektronische publicatie. De proliferatie van erg actieve sites van schrijvers is dan ook niet meer te volgen. Het elektronische tijdschrift Meander telde er voor het Nederlandstalig gebied in augustus alleen al 264. Een van de leukere onder talloos veel miljoenen is die van de Amerikaan Robert Kendall, uitvinder van Softpoetry, ook al omdat hij theoretisch meedenkt over de digitale mogelijkheden van zijn vak. Nog meer poëzie (en interessante links) vind je in de Espace poétique van de Franstalige Canadese Huguette Bertrand. En de Duitser Roger Graf schrijft op zijn homepage aan een Internetkrimi. Sommige elektronische boeksites propageren de collectieve roman. Zo bijvoorbeeld het Franse Cylibris, waar je nog meer links naar dit soort literatuur vindt. In het Nederlands is er onder meer de feministische Boekgrrls-site waar kandidaat-auteurs gevraagd wordt een collectief verhaal te schrijven in de stijl van telkens een andere beroemde auteur. Het Duitse Larissa, Hyperknast en Spielzeugland, dat ook in Engelse versie bestaat, zijn eveneens meeschrijfsites. Lezers kunnen er commentaar leveren of een hoofdstuk bijbreien. Het heeft allemaal een hoog schrijfacademiegehalte. Het nieuwe is alleen dat het via het Internet gebeurt.
    Er bestaan ook elektronische uitgevers die een schrijver bij het elektronisch publiceren helpen. Wie op het net wil en geen whizzkid is, kan bijvoorbeeld iReadRomance proberen, zowat de enige E-publisher die een auteur èn een voorschot èn een royalty betaalt. BiblioBytes, 1stBooks Library, Online Originals, dat ook Franse boeken publiceert, en Hard Shell Word Factory beloven hun auteurs eveneens een honorarium, net als het al genoemde Franse 00h00. Hard Shell Word Factory maakt er zelfs reclame mee: 'Our royalties (paid quarterly) are much higher than those offered by traditional publishers.' Deze onafhankelijke kleine E-publishers vormen een mogelijk tegenwicht tegen de almaar grotere concentratie van papieren uitgevers. Vandaar hun strijdhaftige taal.
    Er is wel een probleem met E-publicaties. Een van het web of cd-rom geplukt boek kun je alleen via het scherm lezen ofwel moet je het printen en je je door een pak A4-tjes heen worstelen - dat laatste is evenmin goedkoop. Annie Proulx zei ooit ferm: 'Nobody is going to sit down and read a novel on a twitchy little screen. Ever.' Ik wil niet zo apodictisch zijn. Ik lees zelf wel eens, zij het beroepshalve, een tekst op de pc en ik hoor meer en meer van jongeren die dat doordeweeks vinden. Maar eerlijk gezegd, ik zie weinig literatuurliefhebbers met een laptop in bed of op het strand een forse klepper van Salman Rushdie doorkomen. Zelfs Bill Gates werd in het maartnummer van The New York Review of Books als volgt geciteerd: 'Reading off the screen is still vastly inferior to reading off of paper. Even I, who have these expensive screens and fancy myself as a pioneer of this Web Lifestyle, when it comes to something over about four or five pages, I print it out and I like to have it to carry around with me and annotate. And it's quite a hurdle for technology to achieve to match that level of usability.'
    De bovenbaas van Microsoft denkt uitsluitend in termen van efficiëntie. Het boek waar het hier om draait, heeft veel meer facetten. Wie literatuur via het scherm leest, mist het tactiele plezier van het bladeren of de specifieke geur van een vers gedrukt exemplaar. Niet weinig lezers hebben een uitgesproken zinnelijke band met romans of dichtbundels. Ze ruiken eerst aan papier en kaft of aaien liefdevol het boek voor ze het opslaan. Lezen is bovendien situatiegebonden. Veel lezers herinneren zich waar en in welke omstandigheden ze een roman verslonden hebben. Albert Manguel beschrijft in Een geschiedenis van het lezen nog een ander aspect: 'Je leest een bepaalde editie, een specifiek exemplaar, herkenbaar aan het ruwe dan wel gladde papier, aan de geur, aan een scheurtje op bladzijde 72 en een kring van een kopje op de rechterhoek van de achterkant.' Zo gaan we allemaal op onze eigen manier om met boeken. Die sensualiteit mis je bij het spellen van pixels. Maar misschien vergis ik me en is dit ouweknarrengezeur van iemand die zo prehistorisch is dat hij eerder kon spreken dan met een pc werken.

Het E-book

De technologie heeft niet gewacht tot de mens gemuteerd is tot een geboren onlinelezer en heeft het E-book gebaard. Het is een toestel ter grootte van een paperback dat (voorlopig) al duizenden pagina's of een tiental boeken van het Internet kan opslaan en dat je, net als een boek, kunt doorbladeren, al heet dat bij een E-book scrollen. Het lijkt nog het best op de leescomputertjes die de personages van Star Trek bij zich dragen.
    Tussen haakjes: de vorige paragraaf was lichtjes demagogisch. Het feit dat niemand dat meteen is opgevallen, bewijst hoe platonisch-dualistisch de gemiddelde literatuurliefhebber over boeken denkt. Het boek is in het romantische hoofd van velen de antipode van technologie. Vandaar dat boekenwurmen vaak een afkeer van computers hebben, terwijl techneuten dan weer graag het boek demoniseren als een aftands medium. Beide houdingen zijn onzinnig. Een boek bevat net zo goed technologie en die is niet blijven stilstaan. Een kwarteeuw geleden werd er nog in lood gezet, nu wordt de digitaal opgemaakte tekst automatisch op de persplaten aangebracht - direct to plate - en gedrukt. Intussen denkt men al aan herbruikbaar papier en digitale inkt. Gutenberg heeft destijds gezorgd voor de massale reproduceerbaarheid van teksten; vandaag experimenteert men met geïndividualiseerde drukken en met print on demand - u vraagt, wij drukken het aantal dat u wenst. In die zin is het E-book geen sprong uit en in het niets.
    Merkwaardig is hoe sterk dit allernieuwste speeltje zich inspireert op het klassieke boek. Het E-book probeert dezelfde fysieke leeservaring als die van het boek te imiteren door het toestel te voorzien van een lederen kaft. Eén van de prototypes - het Everybook - kiest bovendien voor een dubbel scherm, dat je net als een boek kunt openslaan. Het bewijst hoe onuitroeibaar de oervorm is. Zo bezien is het papieren boek alsnog de grootste concurrent voor het E-book. Maar laten we niet flauw doen, deze leescomputer biedt ook voordelen: je kunt zelf de grootte van de letter bepalen, je downloadt het boek in een mum van tijd van het net of via de telefoon, je hoeft op reis geen zware vracht mee te torsen, je kunt er interactief en multimediaal mee omgaan want er kunnen klank en (bewegend) beeld aan toegevoegd worden en je kunt er makkelijk lemma's en zinnen in opzoeken. Er zijn ook nadelen: het toestel zelf kost om en bij de 350 dollar, er zijn nog geen E-book-uitgevers in het Nederlands (wel al in het Engels, het Frans en het Japans) en elk toestel heeft zijn eigen format. In tegenstelling tot het gewone elektronische boek moet je een tekst voor een E-book namelijk conform het gebruikte format downloaden. Dat gebrek aan eenvormigheid kan echter snel veranderen. Sinds juni bestaat er een principeovereenkomst over een te gebruiken standaard. Jennifer Tanaka wijst er in Newsweek nog op dat het aanbod voor het E-book vrij beperkt is. Toch zijn sommige bestsellers al tegelijk als gewoon boek èn als E-book verkrijgbaar. Ik denk aan Monica's Story of de nieuwe Stephen King. Jennifer Tanaka betaalde voor haar digitale kopie wèl meer dan voor de hardcover!
    Hoe levensvatbaar is dit leessnufje? De stelling van de twee belangrijkste E-book-producenten, NuvoMedia en Softbook Press, liegt er niet om: de modale lezer schakelt binnen nu en tien jaar massaal over op hun Rocket eBook en SoftBook. Men gokt daarbij op een spectaculaire prijsdaling van elektronische boeken èn de haast kosteloze verspreiding ervan via het web. Daardoor zal, zo verwachten ze, de verkoop van fictie en non-fictie exponentieel toenemen. Het grote gevecht tussen beide grote concurrenten is al ingezet. NuvoMedia, de huidige marktleider, heeft voor zijn Rocket eBook exclusieve contracten gesloten met de onlineboekhandels Barnesandnoble en Powells en gooit zich via aandeelhouder Bertelsmann eind dit jaar op de Duitse markt.
    Sociaal gezien zal dat in de boekensector voor tandengeknars zorgen. Het geschreeuw om stervensbegeleiding van boekhandels zal feller klinken dan ooit, tenzij voor die boekhandelaren die zich snel omscholen tot E-bookverkopers. Ook de functie van uitgever zal een ongeziene evolutie, zeg maar E-volutie, ondergaan, al zal het beroep zelf niet verdwijnen. In de toekomst zullen manuscripten net zo goed gefilterd en geëindredigeerd moeten worden en zullen auteurs om begeleiding vragen. Ook een elektronisch boek moet gelayout worden, van een aantrekkelijke kaft voorzien en professioneel gepromoot. Het is geen toeval dat Jean-Pierre Arbon, de vroegere directeur-generaal van Flammarion, in 1998 met de Franse elektronische uitgeverij 00h00 is begonnen. Bovendien hebben de meeste huidige uitgevers nog een backlist van boeken waarvan zij de rechten bezitten. Wie die elektronisch, al dan niet in E-book-format, wil publiceren, zal moeten onderhandelen. Kortom, het boekbedrijf zal grondig overhoop gehaald worden, maar in wezen hetzelfde blijven.
    Maar zal het zo'n vaart lopen? Technofreaks zijn vaak even grote fetisjisten als de behoeders van de traditie. In hun euforie vergeten ze dat in dit digitale tijdperk pen en papier zijn blijven bestaan. De voorspelling dat we afstevenden op een papierloos kantoor is inmiddels een gotspe. En dan zwijg ik nog over de speculatie van Marshall McLuhan uit 1962 dat het einde van het boek in zicht was. Ik nam in juni deel aan een Denkdag voor Uitgevers in Antwerpen over uitgeven in de 21ste eeuw. Een van de hoofdstellingen luidde: of de uitgever wil of niet, hij zal en moet digitaal gaan. De organisatoren hadden het in verband met uitgeven uitsluitend over kranten, juridische naslagwerken, tuinboeken en straatatlassen, allemaal producten waar de informatiedrager secundair is. Niet één keer werd er over fictie, laat staan literatuur gepraat. Het zou me dan ook niet verbazen dat er tijdens de volgende eeuw parallelle circuits ontstaan: dat van het ouwe knusse boek en dat van digitale teksten. Sterker, de nu wat labiele status van het boek zou wel eens kunnen worden opgewaardeerd tot het niveau van luxeproduct, precies omdat het zo kostbaar is. Het ouderwetse boek als een specifieke marktniche. Het zou niet het enige voorwerp zijn dat zijn sociale klim te danken heeft aan het feit dat het tot een zogenaamde voorbije tijd behoort.

De internetboekhandel

Zelfs als het E-book een sof wordt, is er nog veel positiefs uit cyberspace te verwachten. Elke nuchtere lezer zal moeten toegeven dat het web nooit eerder gekende kansen biedt. In een mum van tijd kan hij tegenwoordig bij Internetboekhandels als Bol (dat een Engels, Duits, Frans, Nederlands en straks een Spaans en Zwitsers filiaal heeft) of de Belgische onlinewinkels Frontstage, Azur en Proxis titels zoeken, hetzij op auteursnaam, titel of ISBN, hetzij thematisch. Vooral op het vlak van de non-fictie is het hek van de dam. Wie bijvoorbeeld geïnteresseerd is in een thema als 'globalisering' of 'het seksuele leven van de fruitvlieg', vindt alleen maar door het intikken van het lemma enkele honderden titels. Bij sommige onlineboekhandels als Amazon krijg je als additionele informatie recensies als je een titel op je scherm oproept. Af en toe kun je er zelfs een uittreksel uit het boek opvragen. Amazon attendeert de consument bovendien via geïnvidualiseerde leessuggesties op andere auteurs en titels, die bij zijn interessegebied aansluiten. Bol doet eigenlijk hetzelfde maar pakt het sympathieker aan. Hij biedt de klant de kans zelf een boekenplankje samen te stellen. Natuurlijk doen bedrijven dat met commerciële bijbedoelingen, maar je wordt als lezer intussen toch maar mooi informatief op weg geholpen. Ik heb op die manier titels gevonden die ik anders nooit had ontdekt, noch in Antwerpen, noch in Amsterdam.
    Een bijkomend consumentenvoordeel van virtuele winkels is dat de boeken er meestal goedkoper zijn dan in de reguliere boekhandel. Door de felle concurrentie geven Amazon, Barnesandnoble en Borders nu al tot 50% korting op de boeken uit de toptien van The New York Times. Booksamillion geeft zelfs 55% aan wie lid is. Andere zweren bij de vaste boekenprijs, zoals de Nederlandse Bol, Bruna, Libris of Boeknet, jammer genoeg een omslachtige site - als je Hugo Claus intikt krijg je niet alleen alle auteurs voorgeschoteld met 'Claus' in hun naam maar ook Victor Hugo! Ook Duitse internetboekhandels als Bookstra, Libri, Buecherwurm en zelfs het Duitse filiaal van Amazon houden zich aan de vaste boekenprijs. Je kunt dus maar beter uitpluizen wie waar gratis levert - in heel Europa of alleen in de Duitstalige landen? Soms kan het aanbod de doorslag geven. Zo heeft Buchkatalog een onwaarschijnlijk groot assortiment, zelfs van Amerikaanse, Franse, Italiaanse en Spaanse titels, maar misschien ben je voor deze laatste toch beter af bij de Italiaanse groothandels Libri, Gorrilla Bookstore en Internet Bookshop.it of de Spaanse Crisol, Mercado of Spanishbooksellers. De Franse 'webrairies' zoals Alapage, Alibabook, Culturesurf en FNAC (Frankrijk) geven hooguit 5% korting, maar ze leveren gratis aan huis, dat is hun manier om de vaste boekenprijs in Frankrijk te omzeilen. Wie zeldzame, tweedehandse of heel oude boeken zoekt, is goedkoper uit bij gespecialiseerde sites als Abebooks, Alibris, Bookfinder, het Franse Chapitre of het uitstekende Nederlandse Antiqbook dan bij generalisten. Hoe dan ook, het blijft uitkijken en prijzen vergelijken. De meeste onlineshops vragen port- en handlingskosten en dat scheelt een slok op een borrel. Wie bij Amazon een boek koopt, kan het best bij Amazon.co.uk bestellen. Engeland is minder ver dan de VS en dus goedkoper qua transport. Het Belgische Azur geeft geen korting, maar levert gratis binnen de Benelux, terwijl zijn concurrenten Frontstage en Proxis tegen dumpingprijzen werken, maar vaste transportkosten aanrekenen. Proxis geeft de hoogste korting - soms tot 46% op Engelse bestsellers - maar is van de twee het duurst qua vervoer en handling. Kortom, mits een beetje vergelijkend warenonderzoek, kun je als consument uitstekende koopjes doen. Je kunt deze klus ook aan Acses overlaten. Voor Engelstalige boeken vergelijkt deze site gratis de prijzen van 25 internetboekhandels. Voor levering in België en Nederland komt vaak het Oostenrijkse Lesezone als goedkoopste uit de bus. Acses belooft dit nuttige werk in de toekomst ook voor Duitstalige boeken te doen.
    In de slipstream van deze virtuele megastores is ook de inloopboekhandel met e-commerce begonnen. In Duitsland verkopen al honderden boekhandels online; ook in Nederland, Engeland en Frankrijk gebeurt dat meer en meer. In Vlaanderen is het huilen met de pet op. Zowel de betere boekhandels (Walry, De Groene Waterman, De Markies van Carabas...) als de FNAC-keten ontbreken in cyberspace. Alleen Standaardboekhandel is present met overigens een site vol interessante links. Hoe dan ook, het idee dat het Internet, na tv, videogames, cd of cd-rom, de zoveelste vijand is voor de leescultuur, is alleen vol te houden door mensen die met een plank voor hun hoofd door het leven gaan.

De digitalisering van het boek

Doemdenkers wijzen er vaak op dat onze beschaving een uitgesproken print culture is. Als het fysieke boek als cultuurspreidend medium verdwijnt, wordt die print culture zelf ondergraven. Helemaal ongelijk hebben ze niet. Ook een auto is meer dan een voertuig. Hij is tegelijk een statussymbool en heeft de organisatie van ons leven en de maatschappij grondig beïnvloed. Op soortgelijke manier is rond het boek een complex sociaal weefsel ontstaan, een waardeketen die wordt gevormd door bibliotheken, scholen, universitaire opleidingen, de pers, tekstkritiek - de filologie heeft als wetenschap zijn bestaan aan het boek te danken -, religies (christendom, islam, jodendom), uitgeverijen, het besef van de intellectuele eigendom van teksten, boekhandels, leesclubs, recensenten, enzovoort. Het is nogal wat.
    De vraag is of je nieuwe technologie kunt invoeren zonder dat het bestaande cultuurpatroon wordt aangetast. Wie de boekdrukkunst als voorbeeld neemt, kent het antwoord. Gutenbergs uitvinding heeft op termijn de greep van de Kerk op de mensen verslapt, tot de Reformatie geleid, de humanisten en de Verlichtingsfilosofen een wapen in de hand gegeven, bijgedragen tot de verspreiding van literatuur en wetenschap en zo de emancipatie van de mens bevorderd. Gerrit Komrij heeft de (lees)cultuur ooit als volgt omschreven: 'Al onze basisideeën over democratie, recht, beschaving en duizenderlei dingen meer waarmee we te maken hebben in de dagelijkse omgang, in de politiek en in onze bestaanszekerheid, dat alles is ontstaan uit de ideeën die een paar mensen ooit neerschreven in de literatuur en de filosofie. Zonder dat iemand een boek leest of wil lezen, heeft hij indirect veel, zo niet alles te maken met het gedrukte woord.' Komrij heeft gelijk. Ik wil de mensen niet te eten geven wier inzichten doorspekt zijn van Marx of Freud, zonder dat ze ooit één pagina van die auteurs hebben gelezen.
    Is onze cultuur ten dode opgeschreven door de digitalisering van het boek? Volgens Sven Birkerts, auteur van The Gutenberg Elegies. The fate of Reading in an electronic Age, wel. Hij is er heilig van overtuigd dat de betekenis van een woord afhankelijk is van het medium. Een in steen uitgehouwen woord is met andere betekenisvelden omringd dan hetzelfde woord in druk. Een woord op een scherm functioneert inhoudelijk dus ook anders. Geoffrey Nunberg, editor van The future of the book, formuleert het probleem zeer pregnant: can there be print culture after print? Op het eerste gezicht is dat een schokkende vraag, maar er is iets mis mee. Het is een variatie op de vraag van de journalist uit mijn eerste paragraaf, die zich zorgen maakte over de mogelijkheid tot denken in het digitale tijdperk. Moet er echt inkt vloeien om van print culture te kunnen spreken? Gaat het om het fysieke verschijnsel boek of de inhoud? Het doet me denken aan Mitterrands Bibliothèque Nationale de France. Op het moment dat die gebouwd werd, was het al een megalomaan toekomstgericht project. Vandaag is de bibliotheek, bekeken in het licht van de digitale opslagtechniek, precies door Mitterrands hang naar eeuwigheid hopeloos gedateerd en voorbijgestreefd. Het kan niet langer onze culturele opdracht zijn om alle nog te verschijnen boeken in hun oorspronkelijke vorm en herdrukken voor de mensheid te bewaren. Voor de meeste boeken geldt: als je er één hebt gezien, heb je ze allemaal gezien. De inhoud kan net zo goed virtueel bewaard worden.
    De overgang van print culture naar digitale cultuur behelst overigens niet dezelfde kwalitatieve sprong als die van het handmatig kopiëren naar de boekdrukkunst. Kopiisten durfden wel eens bewust fouten in manuscripten in te lassen waarmee hun politieke voogd beter zijn bedenkelijke praktijken kon legitimeren. De originele werken waren immers moeilijk te consulteren, als ze al niet vernietigd waren. Die tekstlabiliteit zorgde voor rechtsonzekerheid. De boekdrukkunst heeft daar een einde aan gemaakt. Plots kon een wettekst massaal vermenigvuldigd, gefixeerd èn bewaard worden. Men kan er sindsdien altijd als rechtzoekende een beroep op doen. De overgang van een gedrukte pagina naar het scherm is weliswaar groot, maar verandert verder geen komma aan een tekst. Een burger kan niet interactief zitten knoeien in de grondwet of de rechtspraak van zijn land aanpassen in zijn voordeel.
    Geoffrey Nunbergs wanhopige vraag spruit voort uit een onheldere definitie. De term print culture legt te veel de nadruk op het louter mechanische van het drukproces. Wie de Engelse uitdrukking vertaalt als intellectuele cultuur, trapt niet in die zelf gegraven put. Dat naslagwerken of bibliografieën worden vervangen door cd-roms of als hypertext in cyberspace, maakt het opzoeken alleen maar praktischer en draagt veeleer bij tot die intellectuele cultuur. Aan de universiteit van München houdt de nieuwe studierichting 'computerfilologie' zich specifiek bezig met het aanleggen van een digitale bibliotheek. Ze nemen alle klassieke literaire en filosofische Duitse teksten op cd-rom op om de bestudering ervan te vergemakkelijken en aan te moedigen. Overigens blijft het menselijk gedrag onvoorspelbaar.
    De verkoop van encyclopedieën in boekvorm is door de digitalisering in elkaar gestort, de verkoop van woordenboeken niet. Een even opmerkelijk feit is dat de dure papieren versies van programmeertalen, stuurmechanismen en Internet-inleidingen razend populair blijven, terwijl die informatie net zo goed gratis van het net kan gehaald worden.

Het boek voorbij

Een hypertext is een netwerk van teksten, die je via kruisverbindingen (hyperlinks) kunt raadplegen. Het principe is eenvoudig. Het artikel dat u nu aan het lezen bent, zit vol verwijzingen naar boeken en artikels. Wie ook daarin geïnteresseerd is, moet die teksten opsnorren in een bibliotheek of boekhandel. Of ze bestellen, op gevaar af van lange wachttijden. Hetzelfde stuk in cyberspace wordt een hypertext als je bij elke verwijzing naar een artikel of site door één klik van de muis in de geciteerde tekst terechtkomt. Al die nieuwe teksten bevatten op hun beurt weer links, zodat je eindeloos door kunt gaan. Je kunt uiteraard ook elk moment terug naar de oorspronkelijke tekst en die verder lezen, afhankelijk van je humeur of belangstelling. Mijn ervaring is dat, zodra je begint te hyperlinken, je vaak op bijzonder boeiend materiaal stoot, ook al dwaal je af van je oorspronkelijke lectuur. Pessimisten zien in hypertext de ondermijning van de macht van de auteur over de lezer, want die laatste kan op elk moment hyperlinken, wegzappen zeg maar, naar iets boeienders. Een hypertext zet bovendien de lineaire opbouw van een betoog op losse schroeven en dat steekt nogal wat serieuze wetenschappers. Tophistoricus Robert Darnton is minder somber. In The New York Review of Books van maart van dit jaar voorspelt hij zelfs een 'nieuw tijdperk voor het boek'. Hij ziet in Internet-publicaties de redding van veel universitaire uitgeverijen. Die durven alsmaar minder het financiële risico van strikt wetenschappelijke studies over kleine of onmodieuze onderwerpen aan. Ook voor de academicus die onder het juk van de categorische imperatief publish or perish gebukt gaat, is het volgens Darnton een mogelijke redding. In zijn artikel maakt Darnton zijn optimistische visie over de mogelijkheden van hypertext duidelijk via het beeld van een piramide. Een tekst heeft vandaag, net als vroeger trouwens, diverse lagen, maar nu kan elke lezer zelf makkelijk bepalen hoe diep hij een studie wil aanboren. Sommigen willen alleen het oppervlakkige verhaal kennen, anderen willen het verticaal lezen en zich via allerlei hyperlinks naar bijbehorende essays of documentatie in het onderwerp verdiepen, weer anderen zullen nog meer verbanden leggen, naar eigen voorkeur en interesse. In dat oerwoud van verwijzingen bepaalt de vrager wat hij met het rijke aanbod doet.
    Het verwijt van oppervlakkige lectuur of van gebrek aan concentratie door het scherm is daarmee goeddeels weerlegd. Het hypertextidee is trouwens niet echt nieuw. In wezen is hypertext, althans voor academische studies, niet meer dan een modern voetnotenapparaat. Alleen maakt de digitale technologie door haar eindeloze kruisverbindingen een tekst nu veel opener en gebruiksvriendelijker. En minder autoritair, want wie wil krijgt er meteen de kritiek en reacties met een druk op de muis bijgeleverd. Of zoals een van de belangrijkste theoretici en zelf ontwerper van hypertexten, George P. Landow, het graag formuleert: hypertext brengt de lezer 'beyond the book' want elke hypertext is een 'elektronische miniatuurbibliotheek'. Hypertext draagt dus in potentie bij tot verdieping. Vooral in het onderwijs is er nog veel heil van te verwachten, maar dan moeten we wel afstappen van een eenzijdige interpretatie van geletterdheid, zoals Ronald Soetaert en Guy van Belle al lang bepleiten. Hoe dan ook, zonder hypertext had ik dit artikel niet zo grondig kunnen aanpakken. De humane wetenschappen wachten nog bijzonder boeiende tijden.

Literatuur en hypertext

Hypertext biedt ook nieuwe mogelijkheden voor de Letteren. Dat verneem je althans op gespecialiseerde websites. Tik op de zoekfunctie maar eens 'hypertext and multimedia bibliography' in en je wordt ondergesneeuwd met zoveel hyperlinks over dat onderwerp dat je zin krijgt om gezellig weer een gewoon boek te lezen. Wat opvalt is de wilde retoriek over de vernieuwingspotentie van hypertext voor de literatuur. Het ene visionaire manifest tracht daarbij het andere te overtroeven. Net als in politieke pamfletten uit de jaren '60 wordt er kwistig met termen als 'revolutie', 'bevrijding' en 'democratisering' gegooid. Jay David Bolter is zo'n technobevrijdingstheoloog. Hij heeft zich tot 'revolutionair' doel gesteld de tekst 'te bevrijden uit zijn bevroren structuur van de pagina'. De al geciteerde George Landow ziet in hypertext een manier om de lezers 'te bevrijden van de tirannieke, eenstemmige klank van de roman'. Dankzij hypertext kan de lezer volgens hem eindelijk 'ontsnappen aan de psychologische, sociale en historische determinismen van de tekst'.
    Niemand bakt het zo bruin als Mark Amerika, hypertextauteur en virtueel artiest. Hij kraamt zonder meer mystieke taal uit: 'The cyborg-narrator, whose language investigations will create fluid narrative worlds for other cyborg-narrators to immerse themselves in, no longer has to feel bound by the self-contained artifact of book media. Instead of being held hostage by the page metaphor and its self-limiting texture as a landscape with distinct borders, Hypertextual Consciousness can now instantaneously link itself with a multitude of discourse networks where various lines of flight circulate and mediate the continued development of the collective-self as it rids us of this need to surrender our thinking to outmoded conceptions of
rhetoric and authorship.'
    Vanwaar deze hyperventilerende prietpraat? Waar gaat het echt om? Een literaire hypertext of hyperfiction bevat links die de lezer naar eigen keuze kan aanklikken of niet. Elke lezer leest daardoor een ander verhaal. Hyperfiction heeft namelijk geen centrale plot. Het is een labyrint van narratieve mogelijkheden. Op dat punt is een hypertext perfect postmodernistisch. Bij hyperfiction is de lezer gedoemd tot zelfinitiatief. Hij wordt zogenaamd coauteur of in de enthousiasmerende woorden van Jay David Bolter: 'In een elektronische tekst kan de lezer deelnemen aan het dynamische schrijfproces.' Terwijl je een boek zin voor zin en bladzijde voor bladzijde spelt, stelt de hyperfiction-auteur materiaal ter beschikking waaruit de lezer zelf zijn verhaal 'kiest', zoals een wandelaar in een bos bij elke driesprong moet beslissen welk pad hij zal inslaan. Het klinkt revolutionairder dan het is. De wereldliteratuur heeft al enkele klassiekers voortgebracht die het opheffen van de lineariteit van het verhaal als inzet hadden. De monumentale labyrintische roman, Rayuela. Een hinkelspel, van Julio Cortazar kan je bijvoorbeeld lineair lezen maar ook volgens een alternatieve route aangegeven door de auteur. Ook het indrukwekkende Het leven een gebruiksaanwijzing van Georges Perec, een poging tot het inventariseren van het hele leven in een totaalroman, kan je willekeurig bij elk hoofdstuk beginnen. Een derde groot voorbeeld is Het Chazaars woordenboek. Lexiconroman van Milorad Pavic, een boek dat verschillende boeken tegelijk bevat. De lezer beslist zelf of hij hem als liefdesroman wil lezen, als detective, avonturenroman of als historisch document. Je kan het boek diagonaal spellen, van achteren naar voren of alfabetisch zoals een lexicon. Het Chazaars woordenboek bestaat bovendien in een mannelijke en vrouwelijke editie. Ook de boeken van Raymond Queneau en Italo Calvino of Bleekvuur van Nabokov en zelfs Tristram Shandy uit de achttiende eeuw horen in dit rijtje thuis.

Ik link, dus ik ben

Het hoeft nauwelijks gezegd dat een auteur via de huidige digitale technieken de starheid van een lineaire vertelstructuur nog makkelijker kan doen exploderen. Een klassieker in het genre is Patchwork Girl van Shelley Jackson, een hervertelling van Frankenstein met in de hoofdrol een vrouwelijk monster. Deze literaire hypertext is te koop bij Eastgate Systems, de belangrijkste hypertextaanbieder van het moment, zowel op het vlak van de fictie als de non-fictie. Bij Eastgate vind je ook Victory Garden van Stuart Moulthrop, een van de leesbaarste hyperfictie-teksten - hij is gedeeltelijk via de homepage van Eastgate op te vragen - en afternoon, a story van Michael Joyce uit 1987, algemeen beschouwd als de eerste echte literaire hypertext, 'the granddaddy of hypertext fiction' om met Robert Coover te spreken, zelf medewerker aan Hypertext Hotel en auteur van het ruchtmakende artikel The End of the books. Sommige van deze hypertexten worden in Nederland aangeboden door de winkel van Album.
    Hypertexten zijn niet echt goedkoop, zo'n 40 gulden, transportkosten inbegrepen. Hoewel je hier en daar ook hyperfiction via het net kunt lezen, onder meer bij Hyperizons, wordt professionele hyperfiction verkocht als floppydisk of op cd-rom, zowel in Macintosh-versie als voor Windows. Dat lijkt een grote handicap. Een hypertext kun je namelijk niet printen, zoals een elektronisch boek. Zelfs wie opgaat in de salestalk van hypertextfreaks zal moeten toegeven dat met de 'dynamisering' van het verhaal de lezer zelf statischer is dan ooit: hij wordt vastgeschroefd op een kruk achter zijn pc. Maar wie er een stijf gezeten kont voor over heeft, kan best een aantal leuke tot bevreemdende uren beleven. Een paar tips. Het neusje van de zalm volgens de kritiek is Grammatron Project van de al eerder geciteerde Mark Amerika. Hij noemt het zelf een 'vertelomgeving'. Je hoeft bij hem aanvankelijk geen woorden aan te klikken. Opperwachtmeester Amerika houdt het zaakje liever zelf in de hand. De tekst flitst zin voor zin - soms bestaande uit één woord - over het bloedrode scherm. De zeven eerste pagina's (?) gaan als volgt:

'Interfacing,' she was quoted as saying
ecriture
a creature
I am
I am a machine
a writing-machine
Not this tragic dream that mourns the loss of unity.

De tekst flasht zo nog enkele tientallen schermen door; pas dan treedt er een personage op en kan de lezer zelf termen hyperlinken. Het geheel doet lichtjes overspannen aan. Het betreft dan ook, volgens The New York Times, een vorm van spiritualiteit op het net. Maar een belevenis is het wel.
    Een veel aardiger voorsmaakje op het web biedt 'my body', a Wunderkammer van de eerder genoemde Shelley Jackson. Je vindt dat werk gratis op www.altx.com/thebody. Shelley Jackson toont op deze site een tekening van een vrouwenlichaam dat je op alle mogelijke plekken kan aanklikken, van de schouders, de tepelhof, tot de grote teen. Als man ben ik uiteraard naar binnen gegaan via de vagina. Dat leverde meteen enkele schokjes op. Shelley blijkt genummerde staaltjes urine, speeksel en vaginaal vocht te koop aan te bieden. Het vaginale vocht - iets moeilijker op te vangen, geeft ze zelf toe - kost 1000 dollar. Ook een hypertextauteur moet leven. Via welk lichaamsdeel je ook een link maakt, het levert interessante weetjes op over Shelley Jackson. Ze verpakt het gelukkig algemeen genoeg zodat ze eigenlijk een groot verhaal vertelt over 'das ewig Weibliche'. Boeiend is het allemaal wel, maar de vraag blijft of dat soort 'literatuur' of beter gezegd digibody-art ooit een groot publiek zal bereiken. Maar misschien is dat wel een hoogst impertinente vraag voor deze zelfbenoemde nieuwe avant-garde.

Hypertext en hype

De voorstanders van hypertext zijn bijzonder gevoelig voor kritiek. Dat is de ommekant van hun euforie. Zo reageerde Mark Amerika in een van zijn vele artikels in Amerika Online (met k, woordspeling!) nogal opgewonden op het 1998 HyperHalloween Festival. Enkele conventionele auteurs hadden de hele hypertextkermis afgedaan als hobbyisme en spielerei. Dat pikte Mark Amerika niet. De oubollige romanciers waren te dom om het revolutionaire van hypertext in te zien, vond hij. Hoe kan een beetje lezer of auteur trouwens nog plezier beleven aan een traditioneel voorgekookt verhaal? Amerika staat niet alleen met zijn pretenties. Hypertextfanaten barsten van ambitie. Volgens George Landow heeft de literatuur maar drie grote revoluties gekend: de uitvinding van het schrift, van de boekdrukkunst en van hypertext. De laatste slaat alles en zal de hele wereld veroveren. De grote vijand die dat mondiale succes in de weg staat, is de oude vertrouwde verteller, die hardnekkig lineair gestructureerde verhalen blijft verzinnen en de lezers bij het handje leidt.
    In verhouding tot de hoge aspiraties blijven de feiten schraal. Veel hypertexten zijn er alsnog niet op cd-rom verkrijgbaar, ook niet na meer dan tien jaar praktijk. De catalogus van Eastgate telt amper 18 exemplaren. Er bestaan er uiteraard meer op het net, maar die laten vaak veel te wensen over of zijn al verdwenen. Bij Hyperizons vind je een lijst van collectieve, individuele, halve en halfslachtige hypertexten. Ik heb sterk de indruk dat er meer cursussen 'hypertext leren schrijven' bestaan dan dat er hypertexten te koop zijn. Aan vele universiteiten, van New York tot Rotterdam (waar filosoof Jos de Mul wel eens een hypertextcollege doceert) en van Nieuw-Zeeland tot Zimbabwe (waar de bevrijding van de tekst van de pagina van uiterst vitaal belang is) is zo'n cursus hip. Wat de productie van hyperfiction betreft gooit Vlaanderen geen hoge ogen, Nederland evenmin.
Ik heb op het net Engelse, Franse en Duitse hyperfiction gevonden, maar nauwelijks Nederlandstalige. Album uit Amsterdam heeft er wat mee geëxperimenteerd, op een vrij aandoenlijke manier soms en op gallery.uunet.be/vilt laat onder anderen Didi de Paris, die met Braindrain ook al het eerste Nederlandstalige literaire tijdschrift op diskette lanceerde, zijn gedicht Ensor, behoorlijk goed geanimeerd door Dirk Vekemans, in regels over het scherm dwarrelen. Verder vertelt Lydia Rood op Ouders Online een (uiterst simpel) hypertextueel Kerstverhaal. Pas echt knettergek is de homepage van het Instituut voor Betaalbare Waanzin. Maar dat is de hyperfiction voorbij.
    Ook de verkoop is niet om te juichen. Het innovatieve Voyager is failliet en Eastgate laat me weten dat hun cd-roms gemiddeld enkele duizenden exemplaren verkopen. 'Evenveel als veel gedrukte fictie in de VS,' voegt Mark Bernstein, de directeur, er laconiek aan toe. In boekhandels of in computershops zijn ze niet te koop - de handelaren weten niet wat ze ermee moeten. Voorlopig moet je hypertexten dus nog altijd online bij het bedrijf bestellen. Een bijkomend probleem is die van de kritiek. Als elke gebruiker van een hypertext zijn eigen verhaal samenstelt, als er dus geen verhaalkern is, hoe beoordeel je dan de kwaliteit? Volgens uitgever Mark Bernstein zijn de criteria voor een hypertextpublicatie moeilijk te omschrijven.
Een avondje gericht surfen leert dat veel laaiende recensenten betrokken partij zijn. Het zijn ontwerpers van hypertextsoftware, hypertextproducenten, hypertextauteurs of hypertextdocenten. De meeste cd-rom's beginnen bovendien met een vrij technische gebruiksaanwijzing. Des te utopischer klinkt Mark Amerika die 'een enorm narratief potentieel wil aanboren voor een bevrijdende schrijfpraktijk die het valse bewustzijn van de modernistische nostalgie bombardeert om een gat in de heelheid (van de tekst) te slaan'. De realiteit is minder verheven. Iedereen kan lezen en schrijven, maar niet elke auteur kan geavanceerde computerprogramma's besturen en ervoor schrijven. Dat verklaart mede waarom ook de beste hypertextschrijvers een relatief kleine bibliografie kunnen voorleggen.
    Ook voor de lezer is er een probleem. Hoe kan hij in zo'n doolhof navigeren zonder de weg te verliezen? In tegenstelling tot papieren teksten hebben hypertexten namelijk geen paginering. Het gebrek aan verhaalkern van het verhaal maakt het er al niet makkelijker op. Eastgate stuurde me twee hypertexten ter recensie. In True North van Stephanie Strickland ben ik nooit binnen geraakt en in de negen kleine hypertexten van Samplers door Deena Larsen verdwaalde ik steeds weer. Ik kwam voortdurend op dezelfde fragmenten uit. Ik mag dan al een kluns zijn, Howard S. Becker, een vriend van Michael Joyce, maker van afternoon, vertelt een soortgelijke ervaring in A new Art Form: Hypertext Fiction. Hij was uren in afternoon bezig en wist niet meer hoe of wat. Hij belde zijn vriend en vroeg: 'Wanneer eindigt jouw verhaal?' 'Als je het beu wordt,' was het antwoord van Michael Joyce.
    Een en ander relativeert het veel geroemde coauteurschap van de hyperfictionlezer. Uiteindelijk bepaalt de auteur nog altijd welk woord een link krijgt, heeft hij zelf vooraf alle narratieve vluchtwegen uitgestippeld en blijft hij meester van het computerprogramma. Het is niet zo dat de lezer zinnen kan wijzigen of zelfverzonnen verhaallijnen mag toevoegen. Het is en blijft dus, ondanks de interessante mogelijkheden, op zijn best een aardig tekstueel videogame, af en toe bijgekleurd met klank- en lichtspel. Kortom, verliteratuurde multimedia.

Literatuur of spielerei?

Is hyperfiction literatuur? Kan er literatuur bestaan zonder dat een auteur aansprakelijk is voor het eindresultaat? Wordt de literaire betovering niet doorbroken als de lezer zelf het verloop van het verhaal dient te bepalen? Het vreemde is dat de makers zichzelf en hun werk graag op de Parnassus bijgezet willen zien. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de nog altijd hoge status van de letteren, alleszins meer dan met de literaire kwaliteit van hun teksten. Mijn grootste bezwaar ten opzichte van hyperfiction is namelijk de stilistische armoede. De meeste auteurs concentreren zich meer op programmeerkunstjes, de navigeermogelijkheden en de grafische vormgeving dan op inhoud en stijl. Wat mij betreft is hyperfiction, zoals gepresenteerd op het net of op cd-rom, een totaal nieuwe tekstsoort. Hyperfiction is niet met zingeving, spanning of literair plezier bezig, maar met leesopties. Hij stelt de gebruiker telkens weer voor de vraag: welk pad wil je inslaan? Glenn Kurtz merkt in From work to Hypertext: Authors and Authority in e Reader-Directed Medium, terecht op: 'Wie de activiteit van de lezer beperkt tot keuzes, verwart lezen met consumptie. Navigeren tussen keuzemogelijkheden, of dat nu in hypertext is of in meer geavanceerde multimedia, is alleen maar een andere naam voor winkelen.' Kortom, hyperfiction reduceert de lezer tot een shopper in een supermarkt van tekstfragmenten. Dat maakt zoveel hypertexten, althans die ik heb getest, zo onbevredigend. Aangezien alle hyperlinks en elke uitkomst nominaal dezelfde waarde hebben, word je als lezer nauwelijks gestimuleerd om verder te lezen. Je wordt overgeleverd aan keuzes. Die worden weliswaar als de ultieme vrijheid van de lezer voorgesteld, maar ze zijn wel door de auteur vooraf in de software ingebakken. Hoe dan ook, hyperfiction heeft (alsnog) geen meesterwerk als Rayuela, een hinkelspel opgeleverd.
    Het gaat uiteraard niet om pro of contra hypertext. Zowel de traditionele manier van vertellen als de multimediale hebben hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Het wordt dus hoog tijd dat de discussie de tweedeling conventioneel/revolutionair overstijgt. Voor de betere hypertexten zal ongetwijfeld een publiek zijn maar wel, gezien het innovatieve en avant-gardistische karakter, een klein publiek, even beperkt als er lezers zijn en waren voor James Joyce of Georges Perec. Dat hebben beide soorten auteurs alvast met elkaar gemeen. De behoefte van het grote publiek aan passief amusement is nog altijd duizend keer groter dan die aan actieve participatie. Er mag nog zo hard geroepen worden dat we in een postmodernistische tijd leven, dat er geen zekerheden meer zijn, dat mensen geen vaste identiteit hebben, dat alles vloeit en iedereen zijn leven bij elkaar zapt, daarom wil het publiek nog niet massaal op een scherm onvaste, springerige, zelf te monteren verhalen zonder kern, begin of einde lezen. Integendeel. Uitgerekend een conventioneel verhaal geeft even structuur aan de chaos van ons leven, dat zelf overigens een voorbeeld van lineariteit is. Daarin schuilt waarschijnlijk de kracht van het traditionele boek, of het nu fictie of non-fictie is. Samen met zijn handzame vorm maakt dit dat het boek nog wel enkele eeuwen al zijn concurrenten zal overleven, of het nu hypertext-cd-rom's zijn, internetpublicaties of E-books.

 

Webliografie

Howard S. Becker, A new Art Form: Hypertext Fiction, 1996
Daniel Bermond, 'Le Web, va-t-il tuer la librairie?' in: Lire, juni 1999
Sven Birkerts, The Gutenberg Elegies. The fate of Reading in an electronic Age, Faber & Faber, 1994
Jay David Bolter, Writing Space: the Computer, Hypertext, and the History of Writing, 1991
Jay David Bolter, Degrees of Freedom, 1996
Robert Coover, 'The End of Books' in: The New York Times Book Review, 21, juni 1992
Julio Cortazar, Rayuela. Een hinkelspel, Meulenhoff, 1973
Gundolf S. Freyermuth, Ein Nachruf auf die Hypertext-Bewegung. Mit einem Ausblick auf die Rolle der Literatur im Zeitalter ihrer Digitalisierung, 1999
Michael H. Goldhaber, Das Zeitalter des elektronischen Buchs, 1998
Robert Darnton, 'The New Age of the book' in: The New York Review of Books, maart 1999
Robert Kendall, Writing for the New Millennium. The birth of electronic Literature, 1995
Robert Kendall, The Electronic Word, Techniques and Possibilities for Interactive Multimedia Literature, 1991
Gerrit Komrij, Zwavel en pek, De Arbeiderspers, 1997
Glenn A. Kurtz, From work to Hypertext: Authors and Authority in e Reader-Directed Medium, 1991
George P. Landow, Hypertext: The Convergence of Contemporary Critical Theory and Technology, 1992
George P. Landow, 'Twenty minutes into the future, or how are we moving beyond the book?' in: The Future of the book (ed. Geoffrey Nunberg), 1996
Albert Manguel, Een geschiedenis van het lezen, Ambo, 1999
Geoffrey Nunberg, The Places of Books in the Age of Electronic Reproduction, 1994
Geoffrey Nunberg (ed.), The Future of the Book, Brepols, 1996
Milorad Pavic, Het Chazaars Woordenboek, Lexiconroman, Bert Bakker, 1989
Georges Perec, Het leven een gebruiksaanwijzing, De Arbeiderspers, 1995
Gregory J.E. Rawlins, The New Publishing: Technology's Impact on the Publishing Industry Over the Next Decade, 1991
Glenn Sanders, Confessions of an eBook User, 1998
Ronald Soetaert/Guy van Belle, 'Schermen met geletterheid' in: De Vlaamse Gids, 78, 1994
Laurence Sterne, Het Leven en de Opvattingen van de Heer Tristram Shandy, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1990
Jennifer Tanaka, 'Books with no Pages' in: Newsweek, 7 juni, 1999
Dominique Wolton, Internet, et après? Une théorie critique des nouveaux médias, Flammarion, 1999  

© Leo de Haes