


|
 |
Debuteren II
'Hoera, ik heb een uitgever'
Een enquête bij de debutanten
Johan Vandenbroucke & Peter Pauwels
Het eerste boek. Hoe komt het bij de uitgever en hoe wordt het tenslotte uitgegeven?
Met dat soort vragen contacteerden we een twintigtal Vlaamse debutanten van de laatste
twee jaar. De antwoorden waren divers, grotendeels positief van teneur, maar ook
relativerend. Geen indianenverhalen, geen geklaag over vriendjespolitiek. Gewone, nogal
secce verhalen van mensen die een boek gepubliceerd hebben.
Een deel van de
debutanten stuurden hun manuscript veeleer willekeurig op naar verschillende uitgeverijen,
en werden blijkbaar uit de grote hoop gepikt. Anderen werden vooraf opgemerkt door de
uitgever, soms na een literaire prijs, vaak na publicatie in een literair tijdschrift.
(Die tijdschriften blijken in de praktijk hun rol als kweekvijver of sluis voor de
uitgevers nog steeds te vervullen.)
Publiceren helpt dus om
opgemerkt te worden. Natuurlijk doet een eventuele journalistieke mediabekendheid dat ook
- het wereldje van scribenten en literatoren is nu eenmaal klein. En in enkele gevallen
fungeert een ancien bij de uitgeverij, meestal een fondsauteur, als boodschapper. Dat moet
echter niet overdreven worden. Meestal doet die schrijver niet meer dan de naam doorgeven
aan zijn uitgever. Hij heeft iets gelezen van iemand die de moeite waard lijkt, of hij
heeft de naam horen vallen op een receptie, en brieft dat over aan zijn uitgever of
redacteur, niet zelden tijdens een cafégesprek. De uitgever neemt dan wel contact op met
de eventuele debutant en zal het werk beoordelen volgens zijn normen.
Kortom, de eerste
vereiste op de weg naar een uitgave is nog steeds een manuscript dat goed genoeg is om aan
de normen van de uitgever te voldoen.
We deden een rondvraag
bij Vlamingen die de laatste twee jaar debuteerden, bij Vlaamse èn bij Nederlandse
uitgeverijen. De lijst van debutanten is niet volledig en kwam veeleer toevallig tot
stand. Met haar specifiek debutantenprogramma is uitgeverij Manteau sterk aanwezig, en aan
Nederlandse zijde valt het aantal Vlaamse debuten bij De Arbeiderspers op. Dat laatste is
wellicht aan de toevallige conjunctuur van de laatste twee jaar te wijten, want
uitgeverijen als Atlas en Prometheus, die ook een sterke Vlaamse aanwezigheid in hun fonds
hebben, zijn dan weer ondervertegenwoordigd.
Jef Aerts, Haeren Majesteit - Manteau -
1999
Jef Aerts had al enkele kortverhalen gepubliceerd in literaire tijdschriften, toen hij in
1998 klaar was met zijn roman. In het najaar stuurde hij het manuscript naar een viertal
Nederlandse uitgevers. Alleen van uitgeverij Prometheus kreeg hij antwoord, namelijk dat
het werk niet in hun fonds paste. Daarop stuurde Aerts het manuscript naar uitgeverij
Manteau. Vijf (!) dagen later kreeg hij al een erg enthousiaste reactie van Dirk Demuynck.
Afgezien van de correctie van taalfouten werd het boek gepubliceerd zoals het door de
auteur ingezonden werd. Aerts heeft een heel goed contact met Dirk Demuynck en is
inmiddels begonnen aan een tweede roman.
Jos Vos, In Kyoto - De Arbeiderspers -
1998
Jos Vos had totaal geen contacten in het Vlaamse literaire milieu, noch enig zicht op het
reilen en zeilen van het uitgeefbedrijf. Limburger van geboorte leefde hij van 1985 tot
1995 in Japan, in de steden Osaka en Kyoto, waar hij Nederlands doceerde. Sinds 1996 woont
Vos in Oxford, waar hij Japanse letterkunde studeert. Het manuscript van zijn roman In
Kyoto stuurde hij naar verschillende uitgeverijen. De eerste positieve reactie kwam van
Peter Nijssen, redacteur bij De Arbeiderspers, die zeer enthousiast was. AP-directeur
Ronald Dietz vond evenwel dat de roman nog ietwat herwerkt moest worden. Wat Jos Vos dan
op eigen houtje ook gedaan heeft.
Dimitri Verhulst, De kamer hiernaast -
Contact - 1999
In april 1999 verschijnt de verhalenbundel De kamer hiernaast in de debutantenreeks van de
Nederlandse uitgeverij Contact. 'Bij Contact en dat zonder contacten,' lacht debutant
Dimitri Verhulst. Hij stuurde z'n manuscript naar verschillende uitgeverijen. Naast enkele
standaard-afwijzingsbriefjes kreeg hij ook een positief bericht van Sander Blom, uitgever
bij Contact. Na een publicatie van een verhaal in De Brakke
Hond (en Het condominium) betoonden ook enkele andere
uitgeverijen interesse, bijvoorbeeld Houtekiet. Maar wat hij hen daarna opstuurde, ook op
aanraden van mederedacteur Koen Sonck bij Underground, kon blijkbaar niet bekoren.
Houtekiet-redacteur Jan Bosteels deelde hem na twee dagen al mee dat Houtekiet geen
interesse had. Met Contact klikte het wel. De uitgever zei 'enorm genteresseerd' te zijn,
al moest er nog een en ander aan het boek veranderd worden. 'Uiteindelijk hebben we het
nog twee jaar kelder gegeven,' zegt Verhulst die benadrukt dat hij autonoom het boek
herwerkte. De uitgever beperkte zich tot het geven van commentaar. Bij Contact zou Leo
Pleysier uiteindelijk positief advies gegeven hebben. Maar dat heeft Verhulst ook maar van
horen zeggen. Met uitgever Sander Blom had hij een goed contact, gebaseerd op vertrouwen.
Dimitri Verhulst werkt momenteel aan een tweede boek, waaruit hij al voorpubliceerde in
het NWT, en is ondertussen ook actief bij Studio Brussel.
Stefan Brijs, De verwording - Atlas - 1997
Op aanraden van Jeroen Brouwers stuurde Stefan Brijs zijn roman De verwording naar
uitgeverij Atlas. Brijs had eerder nog niets gepubliceerd. Zes jaar had hij gewerkt aan de
roman, daarin gestimuleerd door Brouwers, met wie hij correspondeerde en aan wie hij
fragmenten liet lezen. Toen de roman in augustus 1995 af was, koos hij voor Atlas, omdat
die uitgeverij volgens Brouwers het meest geschikt was voor een serieus literair boek als
De verwording. Zes maanden lang hoorde Brijs niets van Atlas, zodat hij en ook Brouwers
vreesden dat het waarschijnlijk niets zou worden. Dan stuurde hij het manuscript ook naar
Van Halewyck. Maar voor hij bericht kreeg van Van Halewyck - die het niet wou uitgeven -
antwoordde Atlas dat ze het wel deden. Dat het antwoord zolang op zich liet wachten, komt
volgens Brijs omdat uitgever Emile Brugman alles zelf wil lezen en gewoon zoveel tijd
nodig heeft. Jeroen Brouwers had de uitgever wel geattendeerd op de inzending - 'lees het
eens zorgvuldiger' - maar Brijs benadrukt dat hij geen voorkeursbehandeling kreeg. In de
maanden na het insturen van zijn manuscript begon Stefan Brijs aan een artikelenreeks
'Kruistochten', die hij publiceerde in De Morgen. Dat werd in 1998 ook zijn tweede boek
bij Atlas.
Koen Sonck, Blue Roses - Houtekiet - 1998
Door zijn medewerking aan het tijdschrift Underground was Koen Sonck al enigszins bekend
met het literaire wereldje (Koen Sonck in DBH, zie o.a. Histoire
d'amour sentimentale en Détresse). In eerste
instantie kwam het manuscript van zijn debuut terecht bij Hans Vandevoorde van uitgeverij
Manteau. Die zag wel wat in de roman en vroeg Koen Sonck om nog enkele aanpassingen door
te voeren. Toen Vandevoorde bij Manteau werd vervangen door Dirk Demuynck, bleek diens
enthousiasme echter heel wat minder groot. Sonck stuurde zijn roman vervolgens naar een
tiental uitgeverijen in Vlaanderen en Nederland. Prometheus was matig geïnteresseerd,
maar uitgeverij Houtekiet, bij monde van redacteur Jan Bosteels, wilde echter meteen
samenwerken.
Miguel Declercq, Person@ges - De
Arbeiderspers - 1997
Miguel Declercq publiceerde gedichten in de meest diverse literaire tijdschriften; van
kleine, soms gefotokopieerde blaadjes, over Deus Ex Machina en Yang, tot Nederlandse
bladen als De Revisor en Parmentier. Vooral Yang speelde een belangrijke rol in de
'ontdekking' van Declercq. Behalve poëzie publiceerde hij in Yang ook een fragment uit de
roman waaraan hij werkte. Dat werd opgemerkt door uitgeverij De Arbeiderspers. Redacteur
Peter Nijssen belde Declercq op en nodigde hem uit voor een gesprek in Amsterdam. Bij die
afspraak had Declercq zijn poëziebundel Person@ges meegebracht. De Arbeiderspers besliste
om die poëziebundel eerst uit te geven. Pas later vernam Miguel Declercq dat Bart
Vanegeren, toen scout voor De Arbeiderspers, de uitgever op zijn tijdschriftenpublicaties
gewezen had. Na Person@ges in 1997 verschijnt de roman Wat Chloé overkwam in het voorjaar
1999 bij De Arbeiderspers.
Piet Joosten, Aladin in Brussel - Manteau
- 1998
Toen Piet Joosten nog volop aan zijn boek bezig was, bezorgde Jürgen Pieters - die
Joosten kende door Yang en het NWT waaraan ze beiden meewerkten - enkele teksten van hem
aan Hans Vandevoorde, toen nog fondsredacteur bij Kritak-Manteau. Vandevoorde toonde zich
geïnteresseerd, maar toen Joosten Aladin in Brussel voltooid had, was Vandevoorde weg bij
de uitgeverij. Toch stuurde hij zijn manuscript naar Manteau, waar redacteur Dirk Demuynck
enthousiast reageerde. Joosten, die naar eigen zeggen nogal bleu was in dat soort zaken,
was blij dat Manteau meteen toehapte, en heeft niet uitgekeken naar andere uitgeverijen.
Stefaan van den Broeck, Morgenrood -
EPO/De Geus - 1998
Stefan van den Broeck was in het uitgeverswereldje al wat bekend als vertaler van
klassieke teksten (voor uitgeverij Houtekiet) en vooral als zoon van Walter van den
Broeck. In 1998 verscheen zijn debuut Morgenrood bij EPO/De Geus. Eindelijk, want het boek
was al jaren klaar, in 1996 werd Stefan van den Broeck zelfs geïnterviewd in De Morgen
als het voorbeeld van een auteur die niet uitgegeven raakte.
Toen hij het boek in 1993
afgewerkt had, stuurde Van den Broeck het naar enkele uitgeverijen. Van Prometheus,
bijvoorbeeld, kreeg hij het terug met de mededeling dat ze het niet wilden uitgeven,
zonder verdere motivatie. Van Kritak (toen nog onder André van Halewyck) kreeg hij een
brief waaruit hij meende te kunnen opmaken dat de lector alleen de eerste zeventig
bladzijden gelezen had en daarop z'n oordeel gebaseerd had. Ontgoocheld liet hij het
manuscript een tijd liggen. Naast Morgenrood had hij nog een ander boek klaar, en om
beurten stuurde hij de manuscripten naar uitgeverijen. Bij Manteau probeerde hij het
bijvoorbeeld met dat andere boek. Vroeger had hij ook al geprobeerd bij Houtekiet, waar de
vroegere directeur Weverbergh enthousiast was, maar zijn opvolger veel minder. Nadat
André van Halewyck met een eigen uitgeverij begonnen was, vroeg de uitgever zelf om het
manuscript van Morgenrood nog eens te mogen beoordelen. Nu kreeg Stefan van den Broeck een
lieve aanmoedigingsprijs terug, maar voor publicatie werd de roman 'nog een beetje te
jong' beoordeeld. Opnieuw kwam het manuscript voor enige tijd in de la te liggen. Toen hij
van zijn vader vernam dat uitgeverij EPO het literaire fonds meer wilde uitbouwen, stuurde
hij het op. De reactie was positief, en het manuscript werd in het najaar van 1998
eindelijk een boek.
Bekendheid in het
literaire milieu als 'de zoon van' levert volgens Stefan van den Broeck een dubbel
probleem op. Enerzijds krijg je wel vlugger ergens toegang, anderzijds tors je die naam
ook mee, in de zin dat je aan de verwachtingen moet voldoen.
Stefan Broeckx, De offerdans - Manteau -
1997
Stefan Broeckx was weinig of niet bekend met de literaire
wereld en wist dus ook niet bij welke uitgeverij hij het meeste kans maakte met zijn
misdaadroman. Toen hij het manuscript klaar had, stuurde hij het naar vijf uitgeverijen.
Manteau betoonde interesse, maar het manuscript raakte er op een of andere manier
verloren. Na enkele maanden wachten riep Broeckx de hulp in van Jef Geeraerts die
blijkbaar wel iets zag in de roman, want prompt kwam Manteau met een concreet voorstel tot
publicatie. Samen met de uitgever, Dirk Demuynck met wie Broeckx een goed contact heeft,
werd nog een drietal maanden aan de roman geschaafd. Na De offerdans publiceerde Stefan
Broeckx ook nog de jeugdroman Kadogo bij uitgeverij De Standaard.
Peter Terrin, De code - Veen - 1998
In 1996 won Peter Terrin met zijn verhaal 'Fidji' de verhalenwedstrijd van het tijdschrift
Zulma en werd hij laureaat van de wedstrijd van De Brakke Hond.
Het waren zijn eerste stappen in de literaire wereld. Hij stuurde daarna verhalen naar
Kreatief en naar Hollands Maandblad. Marie Anne Van Wijnen, redactrice van Hollands
Maandblad èn werkzaam bij uitgeverij L.J. Veen, vond de inzending van Terrin uitstekend
en vroeg hem om meer verhalen. Onder impuls van Thomas Verbogt van uitgeverij Veen
herwerkte Peter Terrin zijn verhalen. Iets meer dan een half jaar na zijn eerste contact
met Veen, lag de verhalenbundel De code in de boekhandel. Terrin is erg tevreden over de
samenwerking met de Nederlandse uitgever. Bij Veen is hij de enige Vlaming in het fonds,
maar volgens Terrin speelde dat niet mee in de beslissing. Peter Terrin werkt momenteel
aan zijn eerste roman.
An Moorthamer, De seizoenen van een heks -
Van Halewyck - 1997
An Moorthamer, onderwijzeres van opleiding, trok naar de Antwerpse Academie voor
schrijfkunst, ook al om eens te zien of ze het nu kon of niet, dat schrijven. In het derde
jaar kreeg ze er les van Gie Bogaert, met wie het bijzonder goed klikte. Hij was zeer te
spreken over wat ze schreef en moedigde haar aan. Toen ze in het vierde jaar aan de
Academie een eindwerk moest maken, koos ze voor Gie Bogaert als begeleider. Dat eindwerk
werd haar debuutroman De seizoenen van een heks. Geregeld stuurde ze tekstfragmenten naar
Bogaert, die er commentaar op leverde. Preredactioneel werk, zeg maar. Hij stimuleerde
haar ook om het boek naar een uitgever te sturen. De keuze viel haast automatisch op Van
Halewyck: de uitgeverij waar Bogaert publiceert en waar An Moorthamer ook een intutieve
sympathie voor had. Gie Bogaert had haar naam al eens laten vallen in een gesprek met
André van Halewyck, en toen Moorthamer haar boek af had, stuurde ze het naar de
uitgeverij in Leuven, met een briefje dat verwees naar het gesprek met Bogaert. Ongeveer
zes weken later kreeg ze een telefoontje van de uitgever met de enthousiaste mededeling
dat ze heel tevreden waren en het boek liefst nog in het najaar wilden uitgeven. Zo simpel
ging het. Toen ze het manuscript opgestuurd had, deed Bogaert wel nog een telefoontje naar
de uitgeverij om dat te melden, wellicht kreeg ze daardoor enige voorrang bij het bekijken
van de ingezonden manuscripten, en bleef ze niet bij de grote hoop liggen. Nu werkt ze aan
een tweede boek voor Van Halewyck.
Jos de Wit, Grensbewoners -
Meulenhoff/Manteau - 1997
In 1996 zond Jos de Wit enkele van zijn verhalen naar Herman de Coninck, hoofdredacteur
van het Nieuw Wereldtijdschrift (NWT). Eén van deze verhalen verscheen in het NWT. Enige
tijd later contacteerde uitgeverij Meulenhoff hem en vroeg hem om meer verhalen. Zes
maanden later kreeg hij reactie van uitgever Maarten Asscher die hem introduceerde bij
uitgeverij Manteau, toen nog bij hetzelfde concern als Meulenhoff. In samenspraak met Hans
Vandevoorde, en later zijn opvolger Dirk Demuynck, werd er nog wat aan de teksten
gesleuteld. Jos de Wit schreef ook nog een paar nieuwe verhalen. Grensbewoners verscheen
in 1997, en werd een jaar later bekroond met de debuutprijs. Eind 1998 publiceerde Jos de
Wit zijn eerste roman Herinneringen van een tomatenkweker. Gezien de scheiding tussen
Meulenhoff en Manteau werd de roman alleen door Manteau uitgegeven.
Stefaan Desmet, Reiger en andere verhalen
- Davidsfonds/Clauwaert - 1997
Stefaan Desmet had al enkele verhalen gepubliceerd in literaire tijdschriften toen hij op
zoek ging naar een uitgever. Op basis van de door Davidsfonds/Clauwaert uitgegeven boeken
besloot hij zijn kans bij die uitgever te wagen. Niet alle verhalen werden goedgekeurd,
zodat hij er een paar nieuwe moest schrijven. Aanwijzingen over wijziging in opbouw kreeg
hij niet, wel werden zijn teksten gezuiverd van taalfouten. Zoals wel in meer contracten
gestipuleerd staat, moet een volgend manuscript in eerste instantie aangeboden worden aan
Davidsfonds/Clauwaert. Na een periode van non-activiteit is Stefaan Desmet opnieuw bezig
met het schrijven van verhalen.
Anke Helsen, De wraakengel - Manteau/De
Harmonie - 1997
In de Mechelse bibliotheek had Anke Helsen adressen van uitgeverijen opgezocht en het
typoscript van haar boek nogal willekeurig naar zeven of acht uitgeverijen gestuurd,
waaronder zelfs enkele die niet eens fictie publiceerden. Ze had zelf geen voorkeur, al
hoopte ze wel op een uitgeverij met een beetje naam: 'één die de mensen kennen'. Dan
begon het wachten. Elke keer dat ze een nogal zware, grote enveloppe in de bus kreeg, zat
ze in zak en as, want dat betekende dat een uitgeverij het hele typoscript teruggestuurd
had. Dat kwam drie keer voor, en telkens zonder motivatie. Van Rudy van Schoonbeeck, toen
verantwoordelijke bij de Standaard-uitgeverij, kreeg ze een positief antwoord. Hij vroeg
haar wel om het boek nog wat te herwerken en meer vaart in het verhaal te brengen. In de
tijd dat ze daarmee bezig was, fusioneerde Standaard-uitgeverij met Manteau, en werd
geoordeeld dat haar debuut beter bij Manteau kon verschijnen. Redacteur Dirk Demuynck van
Manteau stelde haar voor om het boek ook aan te bieden bij de Nederlandse uitgeverij De
Harmonie, waar uitgever Jaco Groot tevens instemde met een uitgave. De wraakengel
verscheen dus als coproductie Manteau/De Harmonie. Volgens Anke Helsen, die herhaalt wat
Demuynck haar zei, is het een onmiskenbaar voordeel om zowel in Vlaanderen als in
Nederland uitgegeven te worden. Demuynck vertrouwde haar toe dat hij dat doet als hij erg
enthousiast is over een manuscript. Waarom hij dat voor haar boek wel deed en voor andere
debuten niet, weet ze niet. Nu werkt Anke Helsen aan haar tweede roman, ook bij Manteau.
In het niet door haar geschreven voorstellingstekstje wordt ze aangekondigd als: 'Bekend
van Collage op Studio Brussel en Nonkel Pop op tv.'
Mark Naessens, Met twee messen - Lannoo -
1996
Mark Naessens stuurde zijn gedichten weinig of nooit op naar literaire tijdschriften, maar
hij nam wel geregeld deel aan poëziewedstrijden. Na enkele vermeldingen en prijzen in
kleinere poëziewedstrijden, won hij in 1995 de poëzieprijs van de gemeente Harelbeke. In
de jury zaten toen, onder anderen, Hugo Brems en Willy Spillebeen. Naar aanleiding van die
eerste prijs werd hij benaderd door uitgeverij Lannoo, met de vraag om werk op te sturen.
In overleg met de uitgeverij werd een selectie gemaakt van zijn gedichten, die gebundeld
werd onder de titel Tussen twee messen. De uitgeverij informeert geregeld of er nieuw werk
op komst is.
Yves Petry, Het jaar van de man - De
Bezige Bij - 1999
Na de publicatie van het eerste hoofdstuk van zijn boek in Dietsche Warande & Belfort
(DWB) vroeg Yves Petry aan de redactie wat hij nu verder kon doen. Het tijdschrift raadde
hem aan zijn manuscript op te sturen naar twee uitgeverijen, of beter naar twee personen:
naar Sigrid Bousset, die 'een beetje redactrice' is voor De Bezige Bij, en Jan Bosteels,
redacteur bij Houtekiet. Sigrid Bousset was erg enthousiast over het werk van Petry en
stuurde het door naar Nederland met de volgende aanbeveling: 'In de paar jaar dat ik op
zoek ben naar nieuw Vlaams talent, is dit manuscript het meest gave, affe en beloftevolle
dat ik onder ogen kreeg.' De uitgeverij besloot (eindelijk) weer eens een jonge Vlaming in
het gerenommeerde fonds op te nemen. Voor Petry een aangename verrassing. Het had net zo
goed Houtekiet kunnen zijn, zegt hij, maar die weifelden nog wat toen De Bezige Bij als
eerste toezegde. Petry meent dat de publicatie in DWB doorslaggevend was in zijn zoektocht
naar een uitgeverij. In het verleden had hij al eens werk naar uitgeverijen gestuurd,
zonder te publiceren in tijdschriften, en dat kwam heel snel en volgens hem ook ongelezen
weer terug.
Frank Druyts, De spiegels van toen en later
- De Vries-Brouwers - 1998
Frank Druyts had niet echt de intentie om een uitgever te zoeken voor de roman die hij
geschreven had. Het was een vriendin die het manuscript aan uitgeverij De Vries-Brouwers
bezorgde. De uitgever nam daarop contact met hem op. Er werden nog wat aanpassingen
aangebracht aan de tekst maar al vrij snel werd tot publicatie overgegaan. Druyts vindt
evenwel dat er zowel bij de voorbereiding als na het verschijnen weinig 'echt' contact was
tussen de redacteuren of lectoren van de uitgeverij en de schrijver. Hij werkt momenteel
aan enkele kortverhalen en een nieuwe roman. Er is geen enkel engagement ten overstaan van
De Vries-Brouwers.
Wim Geysen, Lek - EPO - 1997
Wim Geysen trok op zoek naar een uitgever voor zijn boek naar de Antwerpse boekenbeurs in
1996. De eerste twintig bladzijden van zijn manuscript gaf hij af aan enkele uitgevers. De
selectie maakte hij op basis van de boeken die op de standjes lagen. Hij koos een vijftal
uitgevers uit, voornamelijk Vlaamse, waaronder Van Halewyck, Manteau en Kritak. Van enkele
uitgeverijen kreeg hij een brief dat zijn manuscript niet paste in het fonds, maar van EPO
kreeg hij een positief antwoord, dat ze graag de rest van de roman zouden willen lezen:
'Dat vond ik al een overwinning.' De uitgeverij liet vervolgens, zoals gebruikelijk bij
EPO, het boek lezen door een aantal lectoren en die oordeelden positief. Lek was in het
jaar 1997 de enige literaire uitgave die door de lectoren van EPO geselecteerd werd. Nu
werkt Geysen aan een volgend boek, opnieuw voor EPO.
Luc Huybrechts, De wijnmaker - De
Arbeiderspers - 1997
Luc Huybrechts schreef zijn debuutroman al eind jaren zeventig in het Engels. Tot een
uitgave kwam het echter nooit. Hij vertaalde de roman in het Nederlands en herwerkte de
tekst voortdurend onder impuls van enkele literaire vrienden (zoals Paul Verhuyck). Hoewel
hij heel wat mensen uit literaire kringen kende en van die relaties best gebruik had
kunnen maken om zijn manuscript gepubliceerd te krijgen, stuurde hij het op eigen houtje
naar de Nederlandse uitgeverijen Atlas en De Arbeiderspers. Hij kreeg van beide positieve
reacties en opteerde uiteindelijk voor De Arbeiderspers. De uitgeverij had weinig of geen
opmerkingen over het manuscript van De wijnmaker. Huybrechts' resolute keuze voor
Nederland werd ingegeven door het prestige en de grotere naambekendheid van een
Nederlandse uitgeverij. Zijn tweede roman De blauwe ruiter is ondertussen klaar en
verschijnt in april 1999. Aan dat tweede boek werd, in tegenstelling tot aan zijn debuut,
in samenspraak met redacteur Peter Nijssen, heel wat gesleuteld voor het persklaar werd
geacht.
Erwin Mortier, Marcel - Meulenhoff - 1999
De naam van Erwin Mortier werd bij uitgeverij Meulenhoff ter sprake gebracht door Marianne
de Baere. Zij kende hem omdat hij als freelancer geregeld werkte voor De Morgen. Op vraag
stuurde hij enkele verhaalflarden naar Meulenhoff. De reacties waren positief en de
uitgeverij vroeg om meer. Mortier had net zijn roman Marcel afgewerkt en stuurde die op.
Twee dagen later kreeg hij telefoon van redacteur Will Hanssen: Meulenhoff wilde het boek
zo snel mogelijk uitgeven.
Eerder had Erwin Mortier
nog niets literairs gepubliceerd, wel was hij al enigszins bekend in het journalistieke en
mediamilieutje. Naast voor De Morgen ('De Bijsluiter' en 'Leonardo') schreef hij teksten
en feuilletons voor radioprogramma's en werkte hij mee aan het programma De Lieve Lust.
Johan Dirkx, Mijnland - De Arbeiderspers -
1997
Johan Dirkx stuurde zijn boek op naar zes of zeven uitgeverijen. Na ongeveer zes weken
kreeg hij de eerste antwoorden, zowel negatieve als positieve. Eliek Lettinga, redactrice
bij De Arbeiderspers contacteerde hem telefonisch en was erg enthousiast. Er volgde een
ontmoeting in Amsterdam, waar hem gevraagd werd het boek nog wat bij te werken. Dat deed
hij en zijn roman werd uitgegeven. Veel meer valt er niet te melden, behalve misschien dat
hij best tevreden is bij De Arbeiderspers.
Geert van Maele, De vier seizoenen van Mary
- Davidsfonds/Clauwaert - 1999
Toen Geert van Maele het manuscript van zijn historische, romantische thriller klaar had,
stuurde hij het naar uitgeverij Manteau omdat dat één van de weinige uitgeverijen was
die hij bij naam kende. Dirk Demuynck vond zijn werk boeiend en hallucinant maar vond het
evenwel niet passen in het fonds van Manteau. Hij raadde Geert van Maele aan om zijn boek
aan te bieden bij uitgeverij Davidsfonds/Clauwaert. Een personeelswissel bij de redactie
van de uitgeverij maakte dat Van Maele nogal lang moest wachten op enig antwoord.
Uiteindelijk kreeg hij toch een positieve reactie van de nieuwe redactrice. Op vraag van
de lectoren gebeurden nog enkele aanpassingen.
Johan Vandenbroucke, Verzonnen vrouwen -
De Arbeiderspers - 1998
Nadat Johan Vandenbroucke in het najaar van 1995 de
verhalenwedstrijd van De Brakke Hond gewonnen had, waren diverse uitgevers
geïnteresseerd om werk van hem uit te geven. Vandenbroucke genoot in het Vlaamse
literaire milieu al enige bekendheid als freelance journalist en literatuurmedewerker bij
diverse media (De Morgen, Knack, Poëziekrant, NWT). Terwijl hij verder werkte aan nieuwe
verhalen (en tussendoor ook een theatertekst schreef voor Kunstencentrum Limelight),
hielden verschillende uitgeverijen zich aanbevolen. Naast Van Halewyck, Houtekiet en
Manteau meldden zich ook de Nederlandse uitgeverijen De Arbeiderspers, Atlas en
Wereldbibliotheek. In tegenstelling tot de Nederlandse deden de Vlaamse geen voorstellen
tot een financieel voorschot, wat Vandenbroucke als freelance journalist niet onbelangrijk
vond. Uiteindelijk werd het De Arbeiderspers, ondanks de polemiek tegen AP-directeur Dietz
van Jeroen Brouwers, die enthousiast was over Vandenbrouckes verhaal in De Brakke Hond en
vond dat hij bij Atlas thuishoorde. Voornamelijk door de goede relatie met redacteur Peter
Nijssen opteerde Vandenbroucke toch voor De Arbeiderspers.
Peter Theuninck, Berichten van de pan American
Airlines & Co - Manteau - 1997
Peter Theuninck begon begin jaren negentig met het schrijven van gedichten. Hij stelde een
bundel samen en stuurde die naar enkele uitgeverijen. Slechts ëën uitgever was bereid om
de bundel uit te geven maar het kwam nooit tot concrete afspraken. Theuninck zag zelf in
dat zijn gedichten nog niet klaar waren voor publicatie. Hij herwerkte zijn materiaal
grondig en begon in 1996 gedichten uit zijn bundel op te sturen naar literaire
tijdschriften. Zo publiceerde hij in De Brakke Hond,
Dietsche Warande & Belfort, De Revisor en De Gids. Theuninck was bevriend met Hans
Vandevoorde, toen nog redacteur bij Manteau, en liet hem zijn werk lezen. De uitgeverij
was bereid de bundel uit te geven. In 1997 verscheen Berichten van de pan American
Airlines & Co. Het vertrek van Vandevoorde bij Manteau had geen merkbare invloed op de
al gemaakte afspraken tussen de uitgeverij en de dichter. Ook zijn tweede bundel De bomen
zijn paars en de hemel verschijnt in 1999 bij Manteau.
Bruno de Vuyst, Het lied der Vlaamse zonen
- Houtekiet - 1999
Bruno de Vuyst verbleef als medewerker van de Wereldbank en de Verenigde Naties gedurende
een tiental jaren in de VS. In die periode schreef hij theaterstukken in het Engels. Hij
was aangesloten bij een theateragent en een aantal van zijn stukken werden ook opgevoerd.
Begin jaren negentig keerde hij terug naar Europa. In 1995 bracht het MMT zijn
Wintergezellen op de planken. Na de opvoering van een eenakter waarmee hij een
theaterprijs had gewonnen, groeide zijn misnoegen over het gebrek aan respect dat
theatermakers aan de dag leggen voor de tekst van de toneelauteur. Het schrijven van proza
leek hem de nodige controle over zijn eigen werk te garanderen. Hij stuurde, onder
pseudoniem, een lange novelle naar twaalf uitgeverijen uit Nederland en Vlaanderen. Hij
ontving maar vier reacties waarvan die van uitgeverij Houtekiet de enige onvoorwaardelijk
positieve was. Het werd uiteindelijk een uitgave met twee novellen die in het voorjaar van
1999 verschijnt met als titel Het lied der Vlaamse zonen.
Tom Naegels, Het heelal in! - Manteau -
1998
Tom Naegels noemt zichzelf een 'tamelijk ambitieuze jongen'. Al van in zijn jeugd stuurde
hij zijn literair werk naar verschillende uitgeverijen maar zonder enig succes. In 1996
stuurde hij ëën van zijn verhalen naar enkele meer bescheiden uitgeverijen zoals Kritak,
Dedalus en het Nederlandse In De Knipscheer. Van Kritak kreeg hij bij monde van redactrice
Karin Kustermans een positieve reactie. Gecoacht door Kustermans en later, na het
samengaan van Kritak met Manteau, ook door Dirk Demuynck, schaafde en herwerkte Naegels
zijn verhalen, die uiteindelijk in 1998 gebundeld werden als Het heelal in! Vijf stukjes
van de kosmos. Naegels houdt zeer regelmatig contact met Demuynck. Hij stuurt voortdurend
zijn werk naar de uitgever die het voorziet van commentaar. Op die manier kwam ook de
eerste roman Meester Kader tot stand die in 1999 wordt gepubliceerd. De voortdurende
interactie tussen uitgever en auteur maakt Naegels wel erg afhankelijk van Manteau, meent
hij zelf.
Jean-Pierre Dumoulin, Café la Lune -
Querido - 1998
Jean-Pierre Dumoulin schreef Café la Lune, z'n eerste
roman, gedeeltelijk tijdens een verblijf in Spanje. Hij stuurde nu en dan fragmenten op
naar zijn echtgenote, de dichteres Patricia Lasoen, die nog in België verbleef. Lasoen
legde het proza van haar man, zonder diens medeweten, voor aan Jan Kuyper, de
poëzieredacteur van haar uitgever Querido en sprak er ook over met uitgever Van Halewyck.
Querido's interesse was blijkbaar hierdoor voldoende gewekt. Eerst was er het plan om
Dumoulins (autobiografisch) verhaal te combineren met teksten van zijn echtgenote. In
samenspraak met redacteur Anthony Mertens werd uiteindelijk besloten alleen het boek van
Dumoulin te publiceren. Hij is weinig tevreden met het lange proces dat aan de publicatie
voorafging. Ook vindt hij dat de promotie voor zijn boek in Nederland weinig tot niets
voorstelde, in tegenstelling tot in Vlaanderen. Voor Café la Lune uitkwam, had hij al een
tweede boek geschreven en aan Querido bezorgd. Als een van de weinige Vlamingen in het
fonds van Querido (naast bijvoorbeeld Leonard Nolens) voelde hij zich nogal
stiefmoederlijk behandeld, vooral toen er na ettelijke maanden nog altijd geen reactie
kwam op zijn tweede boek. Blijkbaar was de uitgeverij niet meer genteresseerd. Dumoulin
bezorgde zijn tweede manuscript dan aan Van Halewyck die zonder aarzelen toehapte. De
bedrieger bedrogen verschijnt nog in het voorjaar van 1999, een derde boek (waarvan DBH in dit nummer een fragment publiceert) wordt later dit
jaar uitgebracht onder de titel De dames nodigen uit.
|
|