Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Speed

Paul Verhaeghen

Eileens zus zat in de kelder fruitvliegen te onthoofden met een zelfontworpen guillotine, maar wij scheurden tegen honderdtachtig per uur over de verre van verlaten snelweg, asfalt klevend aan de banden. Ze liet haar tong even van tussen m'n tanden glijden om de weg te overzien en gaf zich dan weer, vol Passie als een Ober-ammergause in de paasweek.
'Ik hou van je, koekie,' hijgde ze, handig tussen de achttien wielen van een monstertruck door manoeuvrerend, 'zo meteen schijt ik je hele gezicht vol.'
'Watsj dis, beebie,' zei ik, en ik dook naar de vloer en gaf het rempedaal een kopstoot, wat ons net dat tikje overstuur gaf om die VW Rabbit van de baan te kegelen.
'K--hoeoel!' kraaide ze.
Stoom dampte uit mijn bek en oren. Laat ik haar ontmoet hebben in dat studentenhuis waar voor de ramen hing Gratis Poesjes, en dat was niet gelogen.

De nacht viel snel in deze contreien, dat had men ons verteld, maar toen plots de poel van duisternis uit de hemel zakte, moest ik toch bijzonder haastig de zaklamp uit haar kut vissen, want de hele voorkant van de auto was eraf - men is Scania Vabis niet altijd te snel af. Kafka lezen terwijl ik haar clitoris likte was er niet meer bij. Snel schoof ik de versnellingspook in de vrijgekomen plaats. Eenmaal de letter R verdwenen, zongen we samen gezellig de Marseillaise, terwijl ik de magische lichtbundel op de middenberm richtte en met mijn vrije hand konijnen schepte. Ik smeet ze op de achterbank, waar ze zich krioelend vermenigvuldigden.
Een wegwijzer!
'Wat zegt de reisgids over deze stad, daawling?'

Ik greep naar achteren, de vuige langoren had al zijn touwen losgeknaagd, en ik gaf hem een harde knal voor zijn kop, zodat de prop uit zijn bloedende bek schoot, maar nog steeds gaf de man geen sjoege. 'Dit zal hem doen praten,' beet ze, en ze begon uit haar blote hoofd het eerste hoofdstuk van Das Prozess te reciteren. (En ik die dacht dat ze op het puntje van mijn tong aan het klaarkomen was, terwijl ik bladerde! Oh, verraadster!) 'Genade!' kreunde de reisgids, en dat was voldoende, want waren we net daar niet naar op zoek? Deze town was onze destiny.
Wild tongzoenden we, en bij ontstentenis van remmen knalden we de auto tegen een boom. Ik weet niet of ik gevoel voor esthetiek heb, maar ik kan wel zeggen dat mijn voorkeur uitgaat naar een schilderende, verfijnde, zelfs wellustige muziek. We volgden het zigeunerorkest naar het motel, waar de portier in een heftig dispuut gewikkeld was met een zakenman die beweerde dat Niko's gianducale te prefereren valt boven de Symfonie du Printemps van Wittamer, een dispuut waar pas een eind aan kwam toen de reisgids grote happen uit de dij van de colporteur begon te scheuren.
Een beetje moe waren we wel, en dus schoot ik alle tweeëndertig televisietoestellen in de kamer aan flarden, tot ook de meest hard-nekkige reclameboodschappen voor Beluga-kaviaar en pâté foie gras sissend uit het raam verdwenen. Ik ging maar wat konijnen stropen, en hing de vellen bij wijze van gordijn aan de kale roede, want had tenslotte iemand recht op inzage in ons privé-leven? (Collectief geprotesteer bij het combo muzikanten voor het raam.) Eén van de televisietoestellen moest zijn ontsnapt, want mijn geoefend oog telde maar genoeg glasscherven voor eenendertig. Dus trok ik tergend langzaam een blik cola open, en inderdaad, van onder het bed klonk zachtjes en met tegenzin (maar duidelijk hoorbaar) de bijbehorende commercial voor Bacardi-rum. Ik nam niet eens de moeite de vijand in de ogen te kijken, ik schoot 'm dwars door de matras aan scherven. Nog even hikte het ding een trailer voor een Van Damme-film (Een man op zoek naar slechts één ding... churechtuchheijjjttt) -- dan werd het eindelijk stil.

Blauwe Crissie in de rol van Leah werd door mij volwassen plaatjes ingefist. Rubber gebruikte een kont de spleet op Lilith die kut heeft. Waarom groeide Carries harig reetje video de kloten?

Ze kwam uit de douche, achteloos droeg ze haar naakte boezem voor zich uit. Replica van Bardot in Le Mépris, had me een bom duiten gekost.
'Wat zegt de reisgids van dit motel?' wou ze weten.
'Vraag 't 'm zelf.'
Weer moest daar een uppercut bij te pas komen. De tanden spatten uit 's mans mond, vers bloed sijpelde langs de scheur die ooit zijn lippen waren geweest. Pas toen ik hem bij de ballen greep. En ernstig kneep. Terwijl ik hem recht in de ogen staarde. Liet hij. De informatie. Los.
'Bijzonder gunstige prijs-kwaliteitverhouding.'
Hij poogde me in het gezicht te spuwen, maar ik duwde zijn smoelwerk diep in de sprei. De rest van de repliek klonk gesmoord.
'Netjes. Goed onderhouden. Bedienend personeel heel snel en vriendelijk. Kluisje in elke kamer. Verzorgd ontbijtbuffet.'
'Noem je dat netjes, vlerk?' brulde Eileen. Ze wees op de plassen bloed, de her en der verspreide tanden, de kleverige afdruk in de sprei.
'En dit is: goed onderhouden?' Haar arm van puur albast zweefde over de poel van glasscherven.
De man kon het weer niet laten. 'Dat ebben ullie elf edaan,' tierde hij, 'ijf inuten eleden.' Eileen trapte hem met haar plateauzolen vlak in de darmen en gillend viel hij op de berg glas.
Ik kwam tussenbeide eer Eileen hem aan haar stalen turbotepels rijgen kon. Een beetje had de man gelijk, tenslotte - toch? 'Laten we het erop houden dat het personeel niet erg snel is komen opruimen,' zei ik. Door de ruimte, nog gevuld met kruitdamp, keken Eileens ogen me bliksemend aan. Ik bracht de ninja-ster in aanslag voor wat onze eerste lover's quarrel zou worden, maar er werd aan de deur geklopt.
Gezien de reputatie van de keet - reisgidsen liegen nooit - verwachtte ik een schoonmaakploeg, maar wie zou dát hebben verwacht: een zesvoets fruitvlieg, met moord in de ogen en een gemeen stinkende rauwe zalm in de aanslag, en een riem Brusselse kazen om haar afzichtelijk behaarde tors. Ik pareerde de aanval door d'r dreigend mijn tennisracket voor te houden en te brullen 'Vliegenmepper! Vliegenmepper!', met mijn andere hand haar de snel slinkende reisgids toeschuivend - oude musketierstruc - en ze hapte toe ook, en in die kwartseconde kon ik mijn been uit haar malende kaken bevrijden, enkel mijn voet bleef achter, en ik hinkte op de bloedende stomp Eileen door het raam achterna.

Achteraf valt zoiets makkelijk te reconstrueren. Ons spoor van bloed en dampend asfalt moet makkelijker te volgen zijn geweest dan de minder spectaculaire afdaling van Eileens zus naar de kelder. Een heel leger genetisch gemuteerde vliegen had het motel omsingeld en het was pas toen ik hen kon overtuigen dat schaalvergroting gewoon niet werkt, dat de ranke benen van een vlieg haar dragen kunnen in normale proporties, maar niet als ze zichzelf opblaast en haar gewicht tot honderd kilo toeneemt, - ik moest het tot tweemaal toe aan de generaal uitleggen, met rekenmachine en al - dat het hele collectief gezamenlijk door de poten zakte. Nu, pas nu kwam de schoonmaakploeg aanzetten, en we maakten gebruik van hun wat oppervlakkig professioneel klinkende protesten om een van de minivans te stelen. Hoe vertrouwd was dat scenario ons al - bijvoorbeeld hoe Eileen me vol op de mond kuste terwijl de salvo's blauwe bonen met rode staarten ons om de oren floten.
Des trucs, quoi, qui vous relèvent le Yang!
Om onze vlucht te dekken gooiden we brandende staven dynamiet uit het raam, alleen waren we vergeten dat de raampjes dicht waren, zodat de staven recht in onze schoot belandden, luttele milliseconden voor de explosie. Wat Eileens orgasme, dat er toch al een hele tijd zat aan te komen, zeer ten goede kwam. (Wat riepen we elkander toe, in zulke ultieme momenten? Lesbisch-fascistische hondentrainster! Uitgerokken schuivestumperd!)
O zo!
Wat zijn we anders, tenslotte, zij en ik, dan twee eenzame zielen, op zoek naar iemand om van te houden, naar iemand om vast te houden? Bende kluitjeneukers!

© Paul Verhaeghen