Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Cannabis en champagne

Jan Posman

Ze draagt meestal van die puntige venijnige schoenen die een beetje aan de middeleeuwen doen denken en waarmee ik haar na jaren volop aan het vereenzelvigen ben, en nu verschijnt ze alsof het nooit anders geweest is met ietwat klompachtige zwarte leren hoge schoenen, half laars, half schoen, en met haakjes en veters. Telkens een halfuurtje om ze uit en aan te doen. I like your shoes. Dat zeggen wat cynisch geworden oudere jongeren in New-Yorkse bars. Ze weten zelf niet goed wat ze ermee bedoelen. Het is iets om je bek mee open te doen en verder eigenlijk niets. I like your shoes. Johanna houdt de broodzak van bakker Vandegenachte op neushoogte en begint te lachen zoals heksen lachen in het meest geconditioneerde gedeelte van mijn verbeelding.
'Hou eens op met dat akelig gelach!'
'Daar kan ik niets aan doen, dat komt door al die zotten.'
Johanna is al sinds een twaalftal jaar, en dus sinds mensenheugenis, verpleegster in de psychiatrie en begint allerlei symptomen te ontwikkelen die voor goede vrienden draaglijk zijn, maar haar sociabiliteit niet bepaald aanwakkeren.
'Dat is toch alweer een tijd geleden, bopper.'
'Bopper?'
'Een trendy woordje in het zottenkot, overgenomen van die Nederlandse televisiefiguur die per se nog wat grenzen wou verleggen terwijl er eigenlijk geen meer waren. Zijn naam ontgaat me. Hij is dik en kalend en desondanks homo, en hij heeft laadbakken vol succes.'
'Die figuur noemt zichzelf wel eens Paul de Leeuw, Joan.'
'Dat is 'm. Stel je voor dat je je geroepen voelt om grenzen te verleggen terwijl er eigenlijk al geen meer zijn.'
'Een mens maakt wat mee in zijn leven.'
Johanna ploft neer in de oude leren fauteuil en wijst me erop dat ze tegenwoordig met Hanna wil aangesproken worden. Haar schoenen lijken me anders wel redelijk grensverleggend.
'Zoals in Hannah and her sisters. Vind je het mooi, Hanna?'
Ik vind het mooi, en beter dan Joan. Haar benen vind ik ook mooi. Hanna heeft duidelijk een paar zonnebanksessies achter de rug. Haar bruine benen tussen het zwarte leer en het gebroken wit van haar jurk doen denken aan het mateloze geluk van zomerse seks in een Zuid-Europese villa. Door het openstaande raam waait nu en dan een koele bries langs haar kut en mijn kloten. Volop krekels. Plannen voor de volgende dag zijn er niet en in het stopcontact zit zo'n apparaat tegen de muggen. Zo te sterven. Doe maar. Geef maar gas. Samen met die muggen. Door mijn gedroom zie ik hoe ze haar benen over de twee dikke armen van de fauteuil heen legt. Achter haar een hyperrealistische Antoon de Clerck uit de jaren zeventig, het tijdperk waarin schilders met benzinepompen, autosnelwegen en viaducten op onwaarschijnlijk grote doeken hun lol niet op konden. Haar witte broekje zit strak als een gespannen touw tussen die gave billen van haar en de vorm van haar kut is minutieus afgetekend. Ik kan het allemaal al ruiken en voelen. Door tegen het aanrecht te staan krijg ik een halve stijve. Ik heb vandaag maar weinig hinder van de dalende middagcurve. Gewoonlijk dommel ik tegen deze tijd als een verwend volgevreten huisdier op mijn gemakje in. Nu sta ik zomaar met een halve stijve een ijsemmer te vullen. Een halve stijve hebben is altijd nog een graadje prettiger dan het staalharde stadium. Dat komt doordat je dan nog genoeg bloed in je hersenen hebt om Überhaupt nog iets prettig te kunnen vinden. Hevige drift bemoeilijkt het genieten. Naar beneden gezakt bloed. Voor hedonisten is seks vanaf een bepaald stadium een teleurstellend gebeuren. Hitsigheid doet afbreuk aan de waarneming. Voor een hedonist voelt het na een partijtje vrijen aan alsof hij vanaf een zeker moment van alles heeft gemist.
'Zullen we eerst maar een bak koffie drinken?'
'Ja, met slagroom in.'
'Schlagsahne.'
'Ik heb een patiënt die voortdurend op andere talen overschakelt. Pas maar op. Het eigenaardige is dat hij als hij Duits spreekt, meteen een andere toon aanneemt en eigenlijk alleen maar lelijke dingen zegt.'
'Interessant. Het Frans voor de liefde en het Duits voor de verwijten.'
'Daar komt het wel ongeveer op neer. Hoewel dat Frans meer bestaat uit formules die je in zakelijke brieven gebruikt. Nos salutations distinguées. Dat zegt hij dan zo'n keer of vijftien, perfect gearticuleerd en met lange tussenpozen, alsof hij het telkens weer vergeet en het zich dan weer herinnert. De liefde lijkt me dan toch meer iets anders. Hij wordt ook voortdurend andere mensen en daardoor zit er niet echt een lijn in.'
'Als hij op een andere taal overschakelt, wordt hij ook iemand anders?'
'Ja, maar hij hoeft niet op een andere taal over te schakelen om iemand anders te worden. Het gezellige is dat hij ook met zichzelf dialogeert. Hij neemt zichzelf bijvoorbeeld wel eens een interview af.'
'Dat verschijnsel is me niet onbekend, daar heb ik zelf ook wel enige ervaring mee.'
'In de auto zeker?'
'Ja, hoe weet je dat?'
'Nogal typisch. Het verschil is dat jij op dat moment ook weet dat je gek aan het doen bent.'
'Gelukzak.'
Ik weet zeker dat haar broek als een touw tussen haar billen gespannen zit. Dat hoort bij haar. Zoals ook het feit dat je meestal die broek kan zien als zij ergens op een terras met je een glas zit te drinken, en zoals ook de manier waarop ze altijd aan haar haar zit te frunniken en gebiologeerd wordt door drankzuchtige mensen en opvallend lelijke mensen en mensen die bijna onverstaanbaar spreken. En zoals ze een hele filosofie heeft opgebouwd rond fietsend klaarkomen en aan bepaalde landen een hekel heeft zonder dat ze er ooit een voet heeft gezet. Die dingen horen bij haar. Die zichtbare broek komt doordat Hanna niet gewoon op een stoel kan zitten. ETn voet plaatst ze altijd op het zitvlak van die stoel en dan bedekt ze haar kruis met haar rok of zelfs met een lange trui maar vergeet dat dan na een paar minuten. Het is best boeiend om dat proces te volgen. Ik heb me al suf gepiekerd over de onbewustheid daarvan. Voer voor Desmond Morris.
'Is dat een fles champagne die daar in die emmer op mij staat te wachten?'
'Je zegt niet zomaar fles champagne tegen een Taittinger.'
'Oh, mijnheer heeft zo zijn voorkeuren.'
'Daarvoor zijn we hier toch, om voorkeuren te hebben en lastig te doen?'
'Slecht opgevoed.'
'Ja, precies, en om eerst verkeerd opgevoed te worden.'
'Misschien kan dat bij sommige mensen niet eens anders, dat ze genotypisch zo rampzalig gestructureerd zijn dat er vrijwel niets meer aan te beginnen valt.'
'En een drankzuchtige vader daarbovenop.'
'Drankzuchtig. Ik krijg dorst als ik die fles en die beslagen emmer zie staan. Je koffie is me wat te sterk, nu heb ik, geloof ik, alweer een downer nodig.'
Ze begint weer heksachtig te lachen en maakt tussendoor geluiden als van een overvliegende straaljager. Ik weet niet wat het betekent en ben ook niet van plan het me af te vragen. Misschien is ze nu echt gek aan het worden. Daar was ze altijd al bang voor. Het is vreemd hoe sommige mensen toch mentale verschijnselen meemaken waardoor ze zoiets gaan voorvoelen en vrezen. Zelf heb ik op dat vlak alleen de ervaring dat ik te veel dingen tegelijk ga denken waardoor mijn innerlijke harde schijf een paar tellen lang een soort mislukte aquarel wordt. Het is wel iets dat als het langer zou duren, echt een probleem zou worden. Bij Hanna is het helemaal anders. Zij heeft een probleem met begrippen en hun inhoud en de consensus daarover. Ze stelt zich vragen over hoe wij dezelfde dingen allemaal dezelfde naam geven. Dat wij voor alles andere namen verzinnen en soms woorden gebruiken waarvoor we eigenlijk geen precieze inhoud in gedachten hebben, gaat haar dan weer te ver. Voor Hanna loopt het al fout als we zomaar een duivenhok een duivenhok noemen en een vaatwas een vaatwas en daar geen probleem mee hebben. Het is nogal elementair, zegt ze dan.
Ik steek een reefer op die bijna het formaat van een hamrolletje heeft, neem drie trekjes en geef hem door.
'Een havanna.'
Ze gaat achteroverliggen in de fauteuil, sluit haar ogen en neuriet een melodie die me aan Always something there to remind me doet denken. Alleen al om het trillen van haar neusvleugels verdient ze zeven eeuwen oprechte liefde en een witte villa in een idyllisch gebied van meren en paradijselijke bomen. Het is toch iets anders wat ze murmelt. Dit is niet Always something there to remind me. Ofwel is haar gevoel voor melodie nihil.
'Wat voor spul is dat? Ik weet al niet meer waar ik geboren ben.'
'Gewoon wat iedereen tegenwoordig in bloempotten kweekt, maar er zit veel in.'
'Jezus, Maria, Jozef.'
In de kapsels van Hanna zit er altijd van alles heel strak en tegelijk van alles los. Het doet denken aan een creatie van een under-groundfiguur van het bloemschikken. Zou er een soort alternatief bloemschikken bestaan? In New York schijnt alles te bestaan. Hanna is een van de vrienden die mij met mijn vliegangst pest en met de logica dat ik geen enkele plek op de wereld heb gezien die iedereen nu echt de moeite waard vindt. Ik heb weinig behoefte aan andere landen. Ik heb het gevoel dat overal hetzelfde gebeurt, dat de verschillen niet opwegen. Overal waar ik geweest ben, waren er vrouwen die een man zochten en mannen die geen vrouw vonden, waren er dure en goedkope hotels, openbare instellingen, mensen met een grote bek, lelijke muurtegels, koffiehuizen, verwaarloosde gebouwen, joelende kinderen, zand, gras en sigarettenpeuken.
'Wat heb je met je haar gedaan?'
'Iets geïmproviseerd.'
'Doet een beetje aan Nina Hagen denken.'
'Dit spul is sterker dan wat je anders in huis hebt.'
Ze houdt de reefer in het licht alsof je met het oog zou kunnen waarnemen hoe goed het werkt.
'Het komt gewoon omdat het middag is, en ook omdat er veel in zit.'
'Ik heb van die te vlug vervliegende beelden en gedachten,' klaagt ze.
'Gedachten en beelden die dan opeens helemaal verdwijnen. Je denkt twee seconden aan iets en dan floept het zomaar weg. Je weet dat je twee seconden aan iets hebt gedacht, maar er blijft niets van over.'
'Oh, wat is dat akelig.'
'Je moet je al openstellen voor het volgende. Ik weet wat je bedoelt. Het heeft zijn prettige kant.'
'Er was iets met een zwarte kraai. Het wordt nogal symbolisch, geloof ik.'
'Wil je niet liever wat water in plaats van dit?'
'Nee, even tegen je aanliggen wil ik.'
Ze komt bij me op de grote bank liggen. Dit wordt subtiel, dit wordt afwegen, precisiewerk, juiste dosering en timing. Ik moet haar duidelijk maken dat ik ook hetzelfde wil. Onder meer om helemaal zeker te zijn van wat zij wil. Maar ik heb geweldig veel zin om het allemaal aan haar over te laten. Zij is tenslotte stoned en dat ben je toch ergens voor? Dan heb je tenminste een reden om niet geremd te doen, je beheersing te verliezen, licht catatonisch te worden en zonder meer overal aan te zitten.
Haar ogen zijn dicht. Op de tast vindt ze mijn hand, opent met haar andere hand een paar knoopjes van haar jurk die vooraan open moet, stopt mijn hand erin. Het lijkt alsof ze het in een droom doet. Er is te veel gemak bij voor realiteit. Door mijn hand springen nog een paar knoopjes open van die gekke jurk die er over de hele lengte wel een twintigtal heeft. Hanna heeft stevige borsten. Het is iets wat ik elke keer weer ontdek. Dat komt doordat borsten het bij mij niet echt doen. In tegenstelling tot toenmalige klasgenoten, mede-studenten, collega's, vrienden, cafékennissen ben ik geen overtuigde borstengek. Raar is wel dat, toen een andere vriendin me ooit vroeg hoe ik wilde sterven als ik dat zelf kon kiezen, ik maar TTn iets kon bedenken: ik wil het liefst sterven doordat een vrouw me tegen haar grote borsten doodklemt. En daarbij moet ze rustig het woord voilà uitspreken.
Ik heb graag een beetje onvolmaakte borsten. Geen borsten uit de reclame. Geen borsten die af zijn, geen borsten uit het paradijs. Tepels heb ik het liefst alsof ze op barsten staan. Grote tepels die opgezwollen lijken. Tepels die aandacht eisen, waar je zelfs wat van schrikt. Hanna's borsten zijn te groot voor de reclame en te peervormig. En dan die magistrale tepelhoven, diametraal spectaculaire tepelhoven. Voor stekeblinde zuigelingen. Missen is eenvoudig onmogelijk.
Ik tel hardop de knoopjes die ik een voor een losmaak.
'Niet tellen,' zeurt Hanna.
Een quantum Taittinger vult haar navel, doorweekt de rand van haar broek, overspoelt de dons tussen haar navel en pubis. Het ene moment val je bijna om van de stress, ergens in een trendy kantoor in een wolkenkrabber tussen geblondeerde mensen die nooit verouderen en onvermoeibaar zijn, en even later lik je Taittinger van een trillend schaambeen, in je eigen veilige hol, tussen je eigen voorwerpen die je koestert en die met je meegroeien. Die voorwerpen zijn altijd belangrijk, ook als je iets lekkers van een trillende venusheuvel aan het likken bent. Een met paars beklede stoel, een Kuifje in rubber, een koperen toneelkijker, een uit de fysicaklas gejatte magneetnaald, een Grieks tapijt waarin tienduizend herinneringen verweven zitten, een Ricard-asbak, een schilderij dat je met je eerste verdiende geld hebt gekocht.
'De eerste keer dat je dit met me deed, studeerden we allebei nog.'
'Gelukzak.'
'Het was net na de paasvakantie.'
'Op de Vlaamse Kaai.'
'Met het raam open.'
'Er hing een chemisch restgeurtje over de stad, het was abnormaal warm voor de tijd van het jaar. De volgende dag bleek niemand een oog te hebben dichtgedaan, door dat stinkend chemisch wolkje.'
'Ik in elk geval niet.'
'Jij bent de volgende dag met een onderbroek van mij naar de les gegaan, een week later zat ze in mijn bus met een briefje erbij.'
'Met een voorstel voor een nieuwe afspraak.'
'Daar herinner ik me niks van. Je briefjes waren altijd ontmoedigend chaotisch. Dat herinner ik me wel.'
'Ik had toen een nieuwe filmaffiche op mijn kamer van Cet obscur objet du désir van Bunuel, met felle kleuren en een paar gigantische lippen.'
'Om jouw hoek hadden ze croissants die rechtstreeks uit de hemel werden geïmporteerd.'
Hanna trekt frappant handig haar broekje en haar jurk uit. Ook haar venushaar zit onder de drank van hoeren en euforische wedstrijdwinnaars.
'Jij ook,' beveelt ze, en ze begint zelf mijn hemd open te maken en besnuffelt elk stukje vrijkomend vel.
Zoals valsspelende kinderen houdt ze een hand met gespreide vingers voor haar ogen als ik mijn kleren uitheb en een paar tellen door een onverklaarbare onbeweeglijkheid overvallen word. Ik kan er niet aan weerstaan om daar die paar momenten naakt en kwetsbaar voor haar te staan. Het is die kwetsbaarheid zelf die geen echte kwetsbaarheid meer is die me opwindt. De zon schijnt op haar borsten. Ik ga schrijlings op haar zitten. Ze begint kinderachtige angstgeluiden te maken. Ze speelt een meisje dat nog te jong is voor dit alles maar zonder enige subtiliteit ineens met de hele handel geconfronteerd wordt. Dan imiteert ze een of andere lach van een of andere patiënte, waarbij ik me spontaan een compleet verloederde Rita Hayworth voorstel, wurmt zich verder onder me en neemt me in haar mond. Ze kan zich nauwelijks bewegen en als ik harder word, wordt het helemaal onhandig.
'Mag ik nog wat te drinken?'

Ik breng de fles aan haar mond. Het woord liederlijk schiet me te binnen. Ze grabbelt in de ijsemmer, legt een handvol ijsblokjes op haar borst.
'Ken jij Kristin Hersch?' vraagt ze.
'Niet persoonlijk, maar ik heb er wel een plaat van die zo goed is dat het haar nooit geen tweede keer meer lukt.'
'The Letter, naar The Letter moet je luisteren.'
Ik knijp mijn ogen dicht om me het nummer voor de geest te halen. Ik geloof dat ze het hele nummer lang maar één akkoord speelt. Plotseling voel ik een door ijsblokjes snijdend koude hand rond mijn scrotum. Ik grijp haar beide polsen beet, duw met mijn knie haar benen open en dring in haar.
Hijgend citeert ze Kristin Hersch:
'Gather me up because I'm lost or I'm back where I started from I'm crawling on the floor rolling on the ground I might cry I won't go home...'
'Heb je dat in het zottenkot geleerd, met die ijsblokken?'
'Dat is ideaal voor gemene verkrachters zoals jij. Dan gaat het vlugger. Je weet toch dat Japanners voor het liefdesspel op verzoek van hun vrouw hun kloten opwarmen om niet te vlug klaar te komen en om niet...'
'Om niet wat?'
'Om niet vruchtbaar te zijn.'
'Had je niets anders?'
'Laat me boven op je zitten.'
Het heeft een wat aandoenlijke ijver als een vrouw opgewonden is en je hijgend bestijgt. Als ze daar één keer gezeten is, gaat wel de mooiste kracht van haar uit die waar ook vanuit kan gaan. Het was Hanna zelf die me ooit vertelde dat vrouwen van gestorven mannen uit een mengeling van heimwee en verlangen soms schrijlings op hun grafstenen plaatsnemen en denken aan hoe perfect hun man in hun lichaam ging. Streven naar klaarkomen maakt vrouwen mooi, terwijl het mannen veeleer iets doms meegeeft.
Ik voel haar nagels in mijn borst. Leuk is anders. Ik kick niet zo op pijn. Haar geluiden zijn erger dan in die films waarin het zaad constant van de wanden druipt, iedereen het elk moment met iedereen ziet zitten en vrouwen graag roze, karmijnrood en lichtpaars dragen. Het lijkt wel alsof er een stalen plaat onder de huid van haar buik zit. Zelf voel ik van onderen niets als een vrouw op me zit te rijden. Hij lijkt wel verdoofd. Dat komt goed uit, want daardoor kom ik nooit en blijft het na haar galop een leuke voortzetting. Ineens moet ik aan mijn overleden buurman denken die ridder was in de Orde van Leopold en die ik nooit heb gezien. Baren ze mensen tegenwoordig nog in hun eigen huis op? Misschien ligt hij in de kamer hier net naast. Hanna komt uitgeput klaar. Ik vertel haar van mijn buurman. Ze reageert niet. Na een paar minuten vraagt ze of ik nog zo'n reefer heb. Ze steekt hem op, inhaleert onwaarschijnlijk diep, neemt me dan weer in haar mond, geeft het al meteen op en gaat mijn beste vriend liggen bestuderen.
'Zou hij ook stoned kunnen worden?' vraagt ze zich glunderend af, en ze blaast er een minimaal restje rook overheen.
'Alles valt te proberen.'
'Jij moet ook komen,' zegt ze.
'Gelukzak.'
'Mazzelpik.'
Ze geeft me de sigaret. In haar mond word ik opnieuw hard. Ze zit op haar knieën, haar kont bolt helemaal naar boven op. Het moet een prachtig gezicht zijn voor de eerste vlieg van het jaar die hier sinds een paar dagen rondvliegt en niet goed weet wat en hoe, de zin van haar vliegenleven in vraag stelt en zich op dit moment op de leuning van de bank een leuk plaatsje heeft uitgezocht, vlakbij de bolstaande billen en de uit het grensgebied van billen en dijen uitpuilende vrucht van Hanna. Wat worden vliegen gewaar in een van cannabislucht zwangere kamer? Hanna neemt de reefer weer van me over, draait zich om en gaat op exact dezelfde manier zitten. Ze wacht op me. Hoe lang kan ik dit uitstellen? Ze kijkt om, om me duidelijk te maken dat ik in haar moet komen. Heeft dit iets met geluk te maken?

(Cannabis en champagne is een fragment uit de ongepubliceerde roman Een brief aan Jack Nicholson.)

© Jan Posman