


|  |
Breng me je liefde mee
Charles Bukowski
vertaald door (Joris Iven)
Harry liep de trappen af naar de tuin. Heel wat patiënten zaten buiten. Men had hem gezegd dat zijn vrouw Gloria ook buiten zat. Hij zag haar zitten, alleen aan een tafel. Hij stapte niet recht op haar af, zodat hij haar zijdelings en een beetje van achteren naderde. Hij liep rond de tafel en ging tegenover haar zitten. Gloria zat heel recht, ze was erg bleek. Ze keek naar hem maar zag hem niet. Toen zag ze hem.
'Ben jij de boodschapper?' vroeg ze.
'De boodschapper van wat?'
'De boodschapper van schijnwaarheden?'
'Nee, dat ben ik niet.'
Ze was bleek, haar ogen waren bleek, bleek blauw.
'Hoe voel je je, Gloria?'
Het was een ijzeren tafel, wit geschilderd, een tafel die nog eeuwen mee zou gaan. Er stond een kleine beker met bloemen in het midden, verwelkte dode bloemen die aan treurige, slappe steeltjes hingen.
'Jij bent een hoerenloper, Harry. Jij loopt naar de hoeren.'
'Dat is niet waar, Gloria.'
'En zuigen ze je ook af? Zitten ze aan je lul te zuigen?'
'Ik had je moeder willen meebrengen, Gloria, maar ze lag in bed met griep.'
'Die ouwe heks ligt altijd in bed met iets! Ben jij de bood-schapper?'
De andere patiënten zaten aan tafel of stonden tegen een boom of waren op het grasveld gaan liggen. Ze waren onbeweeglijk en stil.
'Hoe is het eten hier, Gloria? Heb je al vrienden gemaakt?'
'Verschrikkelijk. En ook weer niet. Hoerenloper.'
'Wil je iets om te lezen? Wat kan ik voor je meebrengen om te lezen?'
Gloria antwoordde niet. Ze stak haar hand recht omhoog, keek ernaar, kneep ze dicht tot een vuist en sloeg zichzelf recht op de neus, hard. Harry greep over de tafel heen haar beide handen vast. `Gloria, alsjeblieft!'
Ze begon te huilen. 'Waarom heb je geen pralines voor me meegebracht?'
'Gloria, je hebt me gezegd dat je pralines haat.'
Haar tranen rolden overvloedig over haar wangen. 'Ik haat pralines helemaal niet! Ik hou van pralines!'
'Niet huilen, Gloria, alsjeblieft! Ik zal pralines voor je meebrengen, wat je maar wilt... Luister, ik heb een hotelkamer genomen enkele blokken verderop, om in je buurt te zijn.'
Haar bleke ogen gingen wijdopen. 'Een hotelkamer? Dan zit je daar met een of andere verdomde hoer! Je zit daar samen naar pornofilms te kijken, met een spiegel over de hele lengte van het plafond!'
'Ik zal voor enkele dagen in de buurt zijn, Gloria,' zei Harry troostend. 'Ik zal voor je meebrengen wat je maar wilt.'
'Breng dan je liefde voor me mee,' schreeuwde ze. 'Waarom breng je verdomme niet je liefde voor me mee?'
Enkele patiënten draaiden zich om en keken hen aan.
'Gloria, ik weet zeker dat er niemand is die meer om je geeft dan ik.'
'Wil jij pralines voor me meebrengen? Wel, steek die pralines in je reet!'
Harry nam een kaartje uit zijn portefeuille. Het was het kaartje van het hotel. Hij gaf het haar.
'Ik wilde je dit nog geven voor ik het vergeet. Mag je naar buiten bellen? Bel me gewoon als je iets nodig hebt.'
Gloria antwoordde niet. Ze nam het kaartje aan en vouwde het tot een klein vierkant. Dan boog ze zich voorover, trok een schoen uit, legde het kaartje in de schoen en trok de schoen weer aan.
Harry zag Dr. Jensen over het grasveld komen aanlopen. Dr. Jensen stapte glimlachend op hen toe en zei: 'Wel, wel, wel.'
'Dag, Dr. Jensen.' Gloria sprak zonder emotie.
'Mag ik bij je komen zitten?' vroeg de dokter.
Tuurlijk,' zei Gloria.
De dokter was een zware man. Hij stonk naar gewicht, verantwoordelijkheid en autoriteit. Zijn wenkbrauwen zagen er dik en zwaar uit, ze waren dik en zwaar. Ze wilden van zijn gezicht afglijden, zijn natte ronde mond in en verdwijnen, maar het leven zou hen dat nooit toestaan.
De dokter keek Gloria aan. De dokter keek Harry aan. 'Wel, wel, wel,' zei hij. 'Ik ben echt tevreden met de vooruitgang die we tot dusver hebben geboekt...'
'Ja, Dr. Jensen, ik was Harry net aan het vertellen dat ik me veel stabieler voelde en dat de consultaties en de groepssessies me zoveel hebben geholpen. Ik ben al veel van mijn onredelijke woede kwijtgeraakt, en van mijn nutteloze frustraties en van mijn destructief zelfmedelijden...'
Gloria zat met haar handen gevouwen in haar schoot, glimlachend.
De dokter glimlachte naar Harry. Gloria heeft een opmerkelijke genezing doorgemaakt!'
'Ja,' zei Harry, dat heb ik gemerkt.'
'Ik denk dat het alleen nog een kwestie is van een beetje meer tijd en dan zal Gloria weer thuis bij jou zijn, Harry.'
'Dokter?' vroeg Gloria. 'Mag ik een sigaret?'
'O, natuurlijk,' zei de dokter terwijl hij een pakje exotische sigaretten openscheurde en er één uit tikte. Gloria trok ze uit het pakje, de dokter reikte zijn vergulde aansteker aan en met een knip sprong het leven uit hem op. Gloria inhaleerde en blies uit.
'Je hebt mooie handen, Dr. Jensen,' zei ze.
'O, dank je, lieverd.'
'En een reddende vriendelijkheid, een genezende vriendelijkheid.'
'Wel, we doen hier wat we kunnen,' zei Dr. Jensen voorzichtig. 'Nu, als jullie beiden me willen verontschuldigen, ik moet nog met enkele andere patiënten praten.'
Hij hees zijn zware lijf gemakkelijk uit de stoel en ging op weg naar een tafel waar een andere vrouw een bezoek bracht bij een andere man.
Gloria staarde naar Harry. 'Die vette klootzak! Hij likt de verpleegsters de stront uit hun reet!'
'Gloria, het is heerlijk geweest om je terug te zien, maar het was een lange rit en ik heb een beetje rust nodig. En ik denk dat de dokter gelijk had. Ik heb ook een zekere vooruitgang gemerkt.'
Ze lachte. Maar het was geen opgewekte lach, het was een lach zoals op het toneel, gedeeltelijk ingestudeerd. 'Ik heb helemaal geen vooruitgang gemaakt, ik ben er eigenlijk op achteruitgegaan!'
'Dat is niet waar, Gloria.'
'Ik ben de patiënt, Vissenkop. Ik kan een betere diagnose stellen dan wie ook.'
'Wat is dat nu weer met die Vissenkop?'
'Hebben ze jou echt nooit verteld dat je een kop hebt als een vis?'
'Nee.'
'De volgende keer als je je scheert, moet je jezelf eens bekijken. En pas op dat je je kieuwen er niet bij afsnijdt.'
'Ik moet nu gaan, maar ik kom je weer bezoeken, morgen.'
'De volgende keer breng je de boodschapper mee.'
'Wil je echt niet dat ik iets voor je meebreng?'
'Jij gaat alleen maar terug naar die hotelkamer om een of andere hoer te neuken!'
'Zal ik de New York voor je meebrengen? Je hield toch van dat magazine?'
'Steek de New York in je reet, Vissenkop! En steek de Time er ook nog bij!'
Harry kneep haar over de tafel heen in de hand waarmee ze daarnet zichzelf op de neus had geslagen. 'Volhouden, blijven doorgaan. Je zult vlug weer beter worden.'
Gloria gaf geen teken dat ze hem had gehoord. Harry stond langzaam op, draaide zich om en liep naar de trappen. Toen hij halfweg de trappen was, draaide hij zich om en wuifde naar Gloria. Ze zat daar, onbeweeglijk.
Ze lagen in het donker en waren goed op dreef toen de telefoon ging.
Harry bleef doorgaan maar ook de telefoon bleef gaan. Dat was heel storend. Zijn pik werd er gauw slap van.
'Verdomme,' zei hij en hij rolde zich van haar af. Hij knipte het licht aan en nam de telefoon op.
'Hallo?'
Het was Gloria. 'Jij bent een hoer aan het neuken!'
'Gloria, laten ze je zo laat nog naar buiten bellen? Geven ze je dan geen slaappil of zoiets?'
'Waarom duurde het zolang voor je de telefoon opnam?'
'Ga jij dan nooit eens een potje schijten? Ik zat net goed op de pot, jij hebt me van de pot gehaald.'
'Dat zal wel zijn! En jij gaat zeker verder schijten als je me van de telefoon af hebt gekregen?'
'Gloria, het is jouw godverdomde extreme paranoia die je gebracht heeft waar je nu zit.'
'Vissenkop, mijn paranoia is dikwijls de voorbode geweest van een naderende waardheid.'
'Luister, dit slaat nergens op. Gun jezelf wat slaap. Ik zal je morgen komen bezoeken.'
'Fijn zo, Vissenkop, ga nu maar verder neuken!'
Gloria hing op.
Nan zat in haar nachthemd op de kant van het bed met een glas whisky en water op het nachtkastje. Ze stak een sigaret op en sloeg haar benen over elkaar.
'Wel,' vroeg ze, 'hoe gaat het met het vrouwtje?'
Harry schonk zich ook een glas in en ging naast haar zitten.
'Het spijt me, Nan.'
'Spijt? Voor wie, voor wat? Voor haar of voor mij of voor wat?'
Harry dronk zijn whisky in één teug leeg. 'Laat ons er geen godverdomde soap van maken.'
'O nee? Wel, wat wil je er dan van maken? Een beetje rollebollen in bed? Wil je misschien proberen onze neukpartij af te maken? Of zou je liever naar de badkamer gaan en je afrukken?'
Harry keek Nan aan. 'Godverdomme, niet brutaal worden, hé! Jij kende de situatie net zo goed als ik. Jij was degene die hier wilde langskomen!'
Ja, omdat ik wist dat jij een of andere hoer zou meebrengen als je mij niet meenam!'
'Verdomme,' zei Harry, 'daar heb je dat woord weer.'
'Welk woord? Welk woord?' Nan dronk haar glas leeg en smeet het tegen de muur.
Harry liep ernaartoe, raapte haar glas op, vulde het opnieuw, gaf het aan Nan en vulde dan zijn eigen glas.
Nan keek in haar glas, nam een slok en zette het neer op het nachtkastje. 'Ik ga haar bellen, ik ga haar alles vertellen!'
'Godverdomme, nee! Het is een zieke vrouw.'
'En jij bent een zieke hoerenzoon!'
Net toen ging de telefoon weer. Hij stond op de vloer in het midden van de kamer, waar Harry hem had neergezet. Zij doken beiden van het bed naar de telefoon. Zij kwamen neer op de vloer toen de telefoon een tweede keer ging en elk greep een stuk van de hoorn vast. Zij rolden en rolden over het tapijt, zwaar ademend, alle armen en benen en lichamen in een wanhopige juxtapositie, en zo weerkaatst in de spiegel over de hele lengte van het plafond.
|
|