Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Morgen weer op de Groenplaats

Johan Vandenbroucke

De schrijver is kaal en zwaarlijvig. Binnenkort viert hij een dubbele verjaardag: hij wordt vijfenzeventig en zal dan vijftig jaar schrijver zijn. Maar ook dat zal zonder bombarie voorbijgaan, zegt hij klaaglijk tegen een lange magere ouderling naast hem op een ondergescheten bankje op de weer als plantsoen aangelegde Groenplaats. Zijn metgezel, hoewel maar twee jaar ouder, is helemaal al een stokoude, krukkige man. Had hij ook maar moeten fitnessen voor de spiegel, denkt de schrijver wel eens. Zijn kompaan was vroeger een principiële non-sporter en kettingroker, en literair criticus.
Vrienden zijn ze nooit geweest, al waren ze ook geen vijanden. De schrijver schreef bestsellers en de criticus was geëerd. Een jolige collega van zijn blad beweerde eens dat op het gelaat van de criticus altijd de onuitgesproken vraag te zien was: `Wie weet meer dan ik?' Ook de schrijver had zich ooit vrolijk gemaakt over het uiterlijk van de criticus, die als pensioengerechtigde nog een literair-historisch naslagwerk publiceerde, met de woordspelige titel: Het Vlaamse woord - catalogus van een luiletterleven (2022). Het lemma over de schrijver luidde als volgt: `heimat-schrijver van, voornamelijk, familiedrama's met een moraliserende ondertoon; populair voor de eeuwwisseling; aanvankelijk als performend polemist het voorbeeld van een hele generatie, onder wie de kort-stondig de aandacht trekkende samplisten.'

De criticus gaat nog steeds prat op zijn ongemene belezenheid, de schrijver op zijn luciditeit. Uit boeken van soms vijftig jaar geleden weten ze nog steeds feilloos te citeren, vooral hun eigen woorden. Elke dag foeteren ze op een bankje tegen elkaar, voor de rest is niemand ook maar een moer genteresseerd in wat ze te zeggen hebben. Het is honderd jaar na de Rijksdagbrand.

- En waarover zouden we het zo nog kunnen hebben? Pompompom... over polemiek!
- Toe maar. Apollo's klacht vanop de Olympus. Wat heeft het alles voor zin?
- Vlaanderen en polemiek, dat rijmt niet, schreef ik al in 1988.
- Toen was ik al jaren bezig, buddy.
- Je sais. Ik zie je nog staan op dat Gentse cafétafeltje, met je te korte beentjes. Ik las je al in De Zwijger. Satire ŕ la Anthierens, tot Roularta er niet meer om kon lachen. Eigenlijk heb je alles aan Anthierens te danken.
- Ben je betoeterd? Jij misschien wel. Toen hij bij Knack wegging, was het voor jou makkelijker om carriëre te maken. Het blad had toch al geen kloten meer.
- Soms had hij wel een aardige vondst. Over jou bijvoorbeeld: 'Een vriendelijke jongen, die Tom. Rookt niet, drinkt niet, zit niet achter de meiden. Nu nog stoppen met schrijven, en dan is alles oké.'
- Echt iets voor Anthierens: meiden zeggen als je wijven bedoelt. Dat was dan de vlotste pen van Knack. Zijn stijl stonk. Dat eeuwige afgelikte van hem, dat vlinderig zogenaamd frisse geouwehoer, daar kreeg ik de schijterij van. Maar als persoon vond ik hem vrij sympathiek, echt waar.
- Maar wat bracht een eerzaam - zij het ook weer niet al te eerzaam - persoon als jou ertoe polemieken te schrijven? Bemoeizucht, ongetwijfeld.
- Vileinigheid, puberaal plezier, tot en met valse nichterigheid.
- Je introduceerde zowat het columngenre in Vlaanderen.
- 'Het columngenre in Vlaanderen,' ik krijg het nog net uit mijn bek. Ik haalde de mosterd gewoon uit Nederland, bij Van Deyssel, Brandt Corstius, Komrij, Brouwers.
- Ik heb wel eens gedacht dat polemiek niet in onze volksaard ligt, de Goede God heeft ons niet zo gemaakt. Dat laatste is ironie, hoor.
- Goed dat je het zegt. In Vlaanderen kwam iemand als Louis de Lentdecker misschien nog het dichtst in de buurt: `Ik ga ne keer mijn gedacht zeggen!' Dat gebeurde dan meestal aan de tapkast. Het gebrek aan columns kwam omdat de cafés veel te lang openbleven. Dŕŕr bedreven de Vlamingen polemiek.
- Over vrouwen of voetbal. Maar jij haalde de literatuur uit zijn winterslaap.
- De tafelspringer Lanoye zoals je schreef in De pasvorm van de goede smaak. Joris Note had dat jaren eerder ook al gedaan, toen hij Het circus van de slechte smaak armoedig, schadelijk, vervelend en overbodig noemde. By the way, was je titel geďnspireerd op de mijne?
- Het moet inderdaad gezegd: vroeger was je beter, toch in het bedenken van titels. In Engeland had je een aangenaam, anoniem bestaan kunnen leiden als bescheiden copywriter.
- Never a dull moment met jou. Al heb je die ook van iemand anders.
- 'Wat is mooi? Wat is lelijk? Ik zou het niet weten, zolang ik Marc Reynebeau niet naast Keanu Reeves zie zitten.'
- Ja, die vond ik zelf ook goed. Mijn bitchy natuur, zeg maar. - We're amusing ourselves to death. Een wisecrack hier, een one-liner daar. Vanaf de jaren tachtig ging de aandacht naar wie het snelst de lachers op zijn hand kreeg.
- Nou gaat hij weer doceren.
- Het abattoir van de moderne lolligheid. De schrijver werd een smoel, het volstond hem op televisie gezien te hebben. Jij kreeg in de media om de haverklap je zeg over om het even wat.
- Jaloerse teef. Jij ging jaren later dan ook maar allerlei televisie- en radiospelletjes doen.
- In je begintijd sabelde je nog literaire reputaties neer, in Rozengeur + maneschijn, om maar iets te noemen.
- 'De enige bedoeling van dat boekje is de wereld achter te laten zoals ik hem heb aangetroffen: doortrapt, gemeen, lasterlijk en spuuglelijk. Daarmee zijn tevens de belangrijkste kwaliteiten van dit literaire pareltje opgesomd. Ik hoop dat u erin stikt,' om de blurb eventjes te citeren.
- 'Voor de poen' stond er als opdracht. Je was de eerste die er zich zo sterk van bewust was dat imagovorming de sleutel tot het succes was. Dat pleitte voor je luciditeit.
- You're welcome. Ik krijg er zowaar voorvocht van, asshole.
- Een vierentwintigkaraats marketingredenering: je profileerde je als literaire provo en yuppie tegelijk.
- Langzaam ontplofte de literatuur.
- Fulmineren tegen de Vijftigers, het tragisch realisme van Hubert Lampo, en tegen Claude van de Berge die hermetischer schreef...
- ... dan een vacuümverpakt Iglo-schelpdier, ja, ik woonde alleen in die tijd.
- Een vreemde metafoor.
- Un poco Speliers, vind je niet?
- Van Paul de Wispelaere vond je toen al dat hij al jaren hetzelfde boek schreef. Maar je zweeg toen hij in 1998 de Grote Prijs der Nederlandse Letteren kreeg.
- Was Paul toen nog niet dood? Nu ja, ik was bezig met Zwarte tranen. Ik bleef tenminste eerlijk. Jij beweerde eens dat Hemmerechts de Staatsprijs kreeg, haast nog voor ze gedebuteerd had, terwijl ze al vier boeken had.
- Jij werd de beste maatjes met de schrijvers tegen wie je je eerst afzette: 'Ik geef toe dat het leven vol Leed is/ Maar van De Coninck krijg ik Diabetes.'
- Voor jonge schrijvers is er maar één devies: zeik op oude ballen en zoek je eigen weg. En voor de rest: niet naar goede raad luisteren.
- Claus! `Dat pafferig toontje, die pedante lip, dat mondjevol pseudo-Amsterdams, dat gammele, aan één kant loshangende onderkaaksbeen.'
- Leuk dat je mijn tekst vanbuiten kent. Ik was tegelijk een absolute fan van Claus. Zo'n vadermoord heb je nodig. Later merk je dan of de vader klasse heeft of niet. Sommige mensen spraken jaren niet meer met mij vanwege een scheef woord. Maar Claus, nadat Eric van Rompuy mij een van zijn zonen had genoemd, sprak me aan met: `Mijn kind, hoe gaat het met uw mazelen?'
- Tja, het ethisch reveil. Ik heb je nog verdedigd toen Van Rompuy je werk nihilistisch vond, een verloochening van de eigen volksaard en identiteit. Dat is een heel akelige manier van denken, schreef ik...
- Bij nader inzien was jij echt een heerlijke kutzwager, sorry, ik beledig mezelf.
- Die de autonomie van literatuur onderwerpt aan de machtsideologie.
- Kortom, het fijnere scheldwerk.
- In elk geval iets subtieler dan je activistische slogans in je politieke periode.
- Bedoel je: Chargeren? Nee! Masturberen? Ja!
- Kom kom. Beetje flauwtjes, niet? Je werd heel wat minder subversief toen je in Humo het geweten van weldenkend Vlaanderen werd. Tom in naam van de homo, de vrouw en de allochtoon. Doordrammend over het Blok en de oude krokodillen in de politiek. De ene open deur na de andere intrappend. Je maakte overigens eens een zelfkritiek op Maten en gewichten dat het te veel over het Blok ging.
- En te weinig moppen. De beste had ik dan nog gejat van Guy Mortier.
- Je begon jezelf te zeer au sérieux te nemen. Moraliserende prietpraat in interviews vol herhalingen: `Wat is de permissieve samenleving: een dark-room of het wegmoffelen van de ABOS-dossiers en de totale straffeloosheid waarmee dat kan?'
- Pijpen in het openbaar of het smeerpijpdossier en de totale straffeloosheid toen dat in de openbaarheid kwam?
- Oké, nog steeds spitsvondig, nog steeds vuurwerk, nu en dan een grappige quote, retorische trucjes, branie en panache, goeie timing, een ongelooflijke brille...
- Come to the point, jo.
- Waarom liet je dat niet over aan politieke journalisten?
- Jij zat toen volop in je ijdelheidsfase, speelde schoolmeester-achtige mediaspelletjes. Die columns van mij waren ook maar een uitlaatklep voor de compulsieve ouwehoer die ik nu eenmaal was.
- Het vreemde is dat schrijvers altijd de illusie koesteren dat zij - anders dan hersenchirurgen, loodgieters of huisvrouwen - een bijzondere maatschappelijke taak te vervullen hebben, dat zij geroepen zijn om zich met de politiek te bemoeien, dat het aan hen is om de samenleving te veranderen.
- Ik kreeg de Arkprijs van het Vrije Woord. Zat jij niet in het stichtingscomité? `Lanoye die de natte droom van de gengageerde schrijvers uit de jaren zestig waarmaakte,' zei Wildemeersch namens de jury. Is dat Clausarchief van hem overigens nog op computer geraakt?
- Ik zou het zo niet weten. Je kreeg te gemakkelijk succes. Dat knuffelde je dood. In 1997 schreef zelfs De Standaard: 'De Heer zij geprezen dat Hij de Vlaamse literatuur Tom Lanoye schonk.'
- Met hoofdletters. Ieder beest bidt op zijn manier.
- Schrijvers overschatten - of vleien? - zichzelf als zij er als vanzelfsprekend van uitgaan dat zij invloed bezitten of door middel van het aureool van hun schrijverschap de wereld kunnen veranderen, louter en alleen door hun gelijk uit te dragen. Schrijvers vleien zichzelf altijd met de romantische illusie wanneer ze `invloed' willen nastreven. Wat een mooie droom zou het zijn, mocht de literaruur een impact hebben op de wereld, op de politiek, mochten de letteren de realiteit kunnen veranderen.
- Hé, babycake, kom terug naar de wereld.
- Het al te zeer op impact in de eigen tijd gericht literair werk geeft blijk van slechts beperkte houdbaarheid. Het raakt snel gedateerd en wordt zelfs onleesbaar als de politieke referenties al te tijdsgebonden uitvallen en irrelevant worden.
- Tjeempie, je lijkt wel klein bier bij de kantieke schoolmeester die áltijd álles beter weet.
- Moraal blijft een vreemd lichaam in de literatuur, omdat moraal net zo goed daarbuiten kan bestaan en daarom de integriteit van het literaire kunstwerk verstoort. Redel engagement ligt niet in een dadendrang tegenover de buitenwereld, maar in de literatuur zelf.
- In een column heb ik het me afgevraagd: hoeveel meester-werken had ik kunnen schrijven in de tijd dat ik per se mijn nikkel moest afdraaien in het hele progressivo-alternativo-weldenkende-burger-circuit, in plaats van alternatief wafels te bakken, verantwoord te zuipen en multicultureel te schransen.
- Dat is het 'm juist, die overkill na Het goddelijke monster: 'Het eigentijdse verdriet van Belgié met het elan van een goddelijke komedie.' Gelukkig was Dante al dood.
- Jij vond er duidelijk geen zak aan.
- Nee, ik heb toegegeven dat je het virtuoos gedaan had: `Moeite-loos stroomt zijn proza honderden bladzijden door.'
- Een moralistische fabel die blijft hangen in een belegen realisme, niet meer dan een persoverzicht, het ging alleen maar over de in de krant al breed uitgemeten schandalen van de voorbije tien jaar. Jouw woorden, buddy. Faut le faire.
- Zo erg was het nu ook weer niet. Ik wou niet meeheulen met de koorknaapjes, de kinderen van oom Tom.
- De Tomtom-club.
- Geef ons drie of vier Lanoyes, zei een van die jongens. Ja: 'zňzeer gewend zich onomwonden/ De beste te vinden, zňzeer verwend/ Met adepten en prijzen.'
- Je bent gewoon jaloers, 'n stuk frustré, closet-queen. 'Ooit een rebel, nu een schizofreentje, bendeleider, bureaucraat, en lelijk eendje.'
- Ik zal er het mijne van denken.
- Da's toch rein-en-scoon? De wereld is bont als een narrenpak, ik weet het, maar een happy end is altijd meegenomen.

© Johan Vandenbroucke