|
Peter Theunynck
ADELE BLOCH-BAUER
Zo opeens tussen de struiken
vandaan ontvouwt de weg
zijn gevederte tot pauw.
Hoe lachend zijn zijde ruist
over keien, hoe verbreedt
zijn overjas dit oneindig
smalle lijf. De straat loopt
mijlen trager onder
mijn stokkende wielen door,
het kleinste kruidje roert
zich zelfs het papaver van je
lippen blijft hier langer staan.
|