


|  |
Arthur Rimbaud
De raven
Mijn Heer, als de weiden verkillen,
Als in de verslagen gehuchten
De angelusklanken verstillen...
In 't land zonder bloemen of vruchten
Laat hoog uit de hemelen vallen
De heerlijkste raven van alle.
Vreemd leger van krassende dieren,
Met nesten waar stormen in ruisen,
Vlieg langs de vergeelde rivieren,
De wegen met aloude kruisen
Het water in kuilen en grachten,
Verspreid u, verzamel uw krachten!
Bij duizenden in Franse velden,
Waar doden van eergister dromen,
Wiek rond om het 's winters te melden
Aan allen die langs zullen komen!
Wees onze vermanende bode,
O sombere vogel der doden!
Maar, engelen, laat in de kronen
Van eiken verstild in de avond,
De mussen van mei blijven wonen
Voor wie, in het bosgras begraven,
Waaruit ze zich niet meer bevrijden,
De heilloze nederlaag lijden.
|