Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

Nestor,
het mes van de profeet

August Thiry

1.

Ergens in de negentiende eeuw - de juiste datum ontbreekt, het is een legendarische verhaalscherf die geen jaartal verdraagt - steekt een groepje ruiters de woeste Zab-rivier over die door de bergen van Hakkari in Zuidoost-Turkije stroomt. Hun bonte pofbroeken zijn doorweekt, hun paarden komen met moeite vooruit. Hoy, atsja! De Koerden die hen achtervolgen, naderen snel. Niemand van de opgejaagde ruiters bekommert zich nog om de zadeltassen. Tijdens die dramatische oversteek zijn de relikwieën verloren gegaan. De Doek van de Profeet, een stuk linnen waarop Mohammed zelf heeft bevestigd dat de eigenaar ervan zijn bescherming geniet. En het Mes van de Profeet, dat toelaat dieren ritueel te slachten volgens de strengste islamitische voorschriften. Het is alleen vreemd dat de geheiligde voorwerpen die daarnet door het schuimende bergwater zijn meegesleurd naar de volksoverlevering, in het bezit zijn van christenen. Hun leider is de Mar Sjimoen, geestelijke en wereldlijke heerser over de christelijke minderheid in Hakkari.
Die bewuste dag is de Mar Sjimoen met de zijnen heelhuids over de Zab geraakt. De Koerden laten hun voorladers knallen en schreeuwen de christenhonden nog een salvo verwensingen na. In de districthoofdplaats zit de Turkse gouverneur versuft te lurken aan zijn waterpijp. Nog verder weg wordt er door Europese mogendheden hardop gedroomd van nieuwe invloedssferen, van grote happen uit het Ottomaanse Rijk. God lieve deugd, wat zal daaruit voortkomen?!

2.

Dat krijg je nu met eigenzinnige types: een raar verhaal, terwijl er toch een belangrijk thema aan de orde is, namelijk de prangende relatie tussen literatuur en politiek engagement. Moet de schrijver zich met de politiek bemoeien? De schrijver moet vooral zo lang en zo intens mogelijk blijven ademen, anders heeft hij geen leven. Of de schrijver dat moet doen op de wijze van de politicus is een andere vraag. De schrijver heeft het al moeilijk genoeg om uit zijn woorden te komen. Stel, je bent een politicus met visie. Dan wil je toch met de blik op morgen of godbetert op oneindig je steentje bijdragen tot de beste der werelden? Dat heeft in de loop der tijden nogal wat puinhopen in de tuin van de geschiedenis opgeleverd. De schrijver wandelt daar wat rond en doet zijn eigen ding: percelen aanharken, onkruid wieden, de wortels vers water geven. Tuinman van de geschiedenis - het lijkt een nuttig tijdverdrijf. En mag ik dan nu verdergaan met mijn eigen geëngageerde historie, met de verstrekkende gevolgen van het dispuut over de natuur en de persoon van Onze Heer Jezus Christus?
U hoeft dat niet meteen geneuk in de marge te noemen. In 1453, toen Byzantium zijn laatste dagen beleefde en de Turk al haast met zijn kromzwaard op de muren van Constantinopel stond, werd er in de theologische school voortgepalaverd over het geslacht der engelen. Zo wil het de overlevering. Meer dan waarschijnlijk - historische bronnen hullen zich hier in kies stilzwijgen - eindigden de deelnemers aan dat debat met hun eigen afgehakt geslacht in hun mond gepropt. Zo wilden het de Ottomaanse veroveraars. Dit maar om aan te tonen dat zelfs de vagina, de penis of het volmaakte niets tussen de benen der engelen niet aan de drastische bemoeienissen van de politieke realiteit ontsnapten.

3.

Haal diep adem en duik, duik mee naar de eerste eeuwen van onze tijdrekening. Het vroegste christendom. In Antiochië - het huidige Antakya aan de Middellandse Zeekust in Zuidoost-Turkije - ontstaat een christelijke gemeente, de eerste buiten Palestina. De naam christenen wordt hier voor het eerst gebruikt voor de volgelingen van de Messias. Het Egyptische Alexandrië groeit, naast Rome en Constantinopel, uit tot een ander belangrijk christelijk centrum. Maar de tijd verstrijkt als vanouds; de wederkomst des Heren laat op zich wachten. In de tussentijd moet er macht worden verworven over de scharen der goed- en rechtgelovigen.
In 428 wordt Nestorius patriarch van Constantinopel. Hij heeft zijn opleiding gekregen in Antiochië, hij benadrukt de menselijke natuur van Christus en kant zich tegen de Mariacultus. Dat ruikt naar ketterij volgens de rivaliserende theologische school van Alexandrië, geleid door patriarch Cyril. Tijdens het derde oecumenische concilie in Efese wordt de leer van Nestorius veroordeeld, mede doordat de bisschoppen van Antiochië door de intriges van Cyril te laat aankomen op de zitting. Nestorius wordt verbannen. De interventie van paus Leo leidt op het concilie van Chalkedon in 451 tot een compromis: de vereniging van goddelijke en menselijke natuur in de persoon van de Godmens Jezus Christus.
Onder de Byzantijnse keizer Justinianus wordt de formule van Chalkedon geloofsleer, maar ze blijft gruwelijk revisionisme in de ogen van Cyrils aanhangers, de monofysieten, die vasthouden aan de ene goddelijke natuur van Christus. Theodora, de vrouw van Justinianus, steunt in het geheim de zendeling Jakob Baradaeus die vermomd als bedelaar door de oostelijke provincies van het Byzantijnse Rijk zwerft en er een monofysitische kerk sticht.
De aanhangers van die Baradaeus, de jakobieten, vormden tot voor kort een bloeiende christelijke gemeenschap in de buurt van het Turkse Mardin ten zuiden van Diyarbakir. Boven Mardin staan supermachtige NAVO-radarinstallaties opgesteld; het militaire vliegveld van Diyarbakir werd tijdens de Golfoorlog gebruikt voor de luchtbombardementen van de westerse alliantie op Irak. Om maar te zeggen dat er nog steeds geschiedenis wordt gemaakt aan de rand van het geloof in Christus' goddelijke natuur. Geduld dus, lieve lezer, de weg is lang, maar ongemeen boeiend.

4.

Nestorius is verketterd. Zijn volgelingen wijken uit naar Perzië. Onder een gunstig gesternte, want de Perzische vorst leeft in onmin met Byzantium en ziet het graag gebeuren dat afgescheurde nestorianen het Perzische christendom inpalmen. De Perzische kerkleider verbreekt de banden met Constantinopel en roept zich uit tot Patriarch van het Oosten. Zo ontstaat de autonome nestoriaanse kerk met haar eigen Syrische ritus in het Aramees, de Semitische taal die ook door Christus werd gesproken.
De oprukkende islam laat de nestorianen aanvankelijk ongemoeid. In de 8ste eeuw verhuist hun patriarch naar Bagdad en in de 9de eeuw vertalen nestoriaanse geleerden aan het hof van de kalief Aristoteles uit het Grieks in het Arabisch. Die nestoriaanse tussenschakel heeft ervoor gezorgd dat het Griekse erfgoed vervolgens in het kielzog van de Arabische invasies naar West-Europa terugkeerde. Ondertussen laat de missioneringsdrift van de nestorianen zich gelden. Rond het jaar duizend bestrijkt hun kerkgemeenschap met 20 metropolieten en 225 bisschoppen een gigantisch territorium dat groter is dan dat van de Rooms-Katholieke en de Grieks-Byzantijnse kerk samen. Nestoriaanse zendelingen bereiken de Malabarkust in West-Indië en bekleden hoge functies aan het hof van de Chinese keizer.
Het tij keert wanneer Mongoolse horden Bagdad veroveren. De nestorianen hebben als minderheidsgroep geprobeerd tijdig de kaart van de macht te trekken. Onder de Perzen slagen ze in hun opzet; onder de Mongolen loopt het mis. De Mongoolse khans in Bagdad gaan over tot de islam en van de ene dag op de andere worden de nestorianen aan vervolgingen blootgesteld. De doodsteek volgt eind 14de eeuw, wanneer de Mongoolse massamoordenaar Timoer Lenk vanuit Samarkand oprukt onder het motto dat Allah de enige God in de hemel is en hijzelf de enige heerser op aarde. Timoer Lenk laat piramides oprichten met de schedels van zijn slachtoffers. In Bagdad alleen bestaat de schedeltoren van de stedenverdelger uit 90.000 koppen. In één barbaarse vlammenzee wordt de nestoriaanse kerk uit de geschiedenis weggeschroeid. Terwijl ze toch enkel verkondigde dat Christus ook een mens was. De overlevenden zoeken hun heil ver van de politieke macht, in het ruigste deel van Koerdistan tussen het huidige Turkije en Iran, in het gebied tussen de Hakkari-bergen en het Oermia-meer.

5.

Een Russische emigrantenzoon van rijke komaf zwierf na de communistische machtsovername in zijn vaderland door Europa. Hij had het niet breed, was politiek ontheemd, maar liet het niet aan zijn hart komen. Hij begon romans te schrijven. De totalitaire politiek kwam hem achterna. Bij het uitbreken van WO II vluchtte hij opnieuw, naar de USA. Daar eigende hij zich een nieuwe schrijftaal toe. In 1941 verscheen The Real Life of Sebastian Knight, zijn eerste Engelse roman. Een schrijver is gestorven; zijn halfbroer speurt naar biografisch materiaal en citeert uit de werken van de overledene. Sebastian Knight is een boek over de voorbereiding van een boek over boeken. Literatuur, verbeelding in de derde macht. In de roman verduidelijkt de verteller-biograaf wat van Sebastian Knight een schrijver maakt: 'De tijd was voor Sebastian altijd het jaar 1. Krantenkoppen, politieke theorieën, modieuze denkbeelden zeiden hem even weinig als de breedsprakige tekst op de verpakking van zeep of tandpasta. Het schuim was misschien rijk en de tekst overtuigend - maar daar hield het mee op. Hij had alle begrip voor gevoelige, intelligente denkers die niet konden slapen van een aardbeving in China; maar hij begreep niet waarom diezelfde mensen niet precies dezelfde schok van opstandig verdriet voelden als ze terugdachten aan net zo'n soort ramp van evenveel jaar geleden als er mijlen zijn naar China. Tijd en ruimte waren voor hem maten van dezelfde eeuwigheid...'
De schrijver doorgrondt de golfslag, maar hij voelt zich daarom niet minder zeeziek. Waarom wordt er hier overigens zo oeverloos van het thema afgeweken? Waar zijn de nestorianen gebleven? En hoe zit dat nu eigenlijk met literatuur en politiek engagement? Er wordt geen duimbreed afgeweken! U moet toch het citaat hierboven eens rustig herlezen als u dergelijke vragen blijft stellen.

6.

Koerdistan. Hakkari. Oermia. De nestorianen leven er als de verloren stam van Israël. In feite zijn ze net zo min nakomelingen van joden in de diaspora als afstammelingen van de oude Assyriërs, zoals andere bronnen suggereren. Hun liturgische taal, het Oud-Syrisch op basis van het Aramees, en hun afwijkende christelijke religie smeedde hen aaneen. Smeedde wie aaneen? Bekeerde joden en niet-joden, Perzen, Arabieren en Koerden - kortom, een multi-etnische gemeenschap die door vervolgingen werd samengedreven in het ontoegankelijke grensgebied tussen Turkije, Irak en Iran. Daar verschrompelden ze tot een etnisch stamverband, tot niet meer dan eigen volk. Eigen volk dat in geïsoleerde clans leefde en huwde binnen de eigen kring. Gitzwarte haren, Semitische trekken en een bleke gelaatskleur. De nefastere gevolgen van de onvermijdelijke inteelt blijven onvermeld.
Midden 16de eeuw ontstond er een schisma toen de nestoriaanse patriarch bezweek voor de druk van Rome en het katholieke geloof aanvaardde. De overgelopen nestorianen vormden vanaf die tijd de met Rome geünieerde kerk van de Chaldeeërs, met hoofdzetel naderhand in Bagdad. Maar welk belang heeft dat ellendig gehakketak in godsnaam nu nog? Ach, geen enkel natuurlijk. Al blijft het een feit dat Tariq Aziz, de in vlot Engels gehulde woordvoerder van Saddam Hoessein, een christen is. Een Chaldeeër die ijvert voor de opheffing van het embargo tegen Irak. Toeval allicht dat Saddam de christelijke minderheid in zijn land een beter bestaan toewenste in de kerstdagen van 1997, toen de eerste buitenlandse ladingen voedsel en medicijnen in Bagdad aankwamen.
Terug naar het schisma van 1551, een behoorlijk ingewikkelde geschiedenis. De opvolgers van de overgelopen patriarch verwierpen de Chaldeeuwse kerk die haar eigen weg ging, en keerden tot het oude geloof terug. Het nestoriaanse patriarchaat, dat al voordien erfelijk was geworden en overging van oom op neef, bleef voortaan voorbehouden voor de familie Sjimoen. De Mar Sjimoen werd de geestelijke en wereldlijke leider van de nestoriaanse christenen, de zogenaamde Assyriërs in Turks en Perzisch Koerdistan.
Hoe leefden ze daar in het barre Hakkari-gebergte? Kijk even mee op de kaart van Turkije. Let op de maagdelijk ongerepte vlek van de zuidoostelijke Hakkari-provincie, waar wegen ontbreken tot op de huidige dag. Paarden en muilezels zorgden voor vervoer en transport. De Assyrische dorpen stonden onder de leiding van een priester met baard en zwarte tulband. Lokale clanleiders, de meliks, verenigden grotere woongebieden onder hun feodaal gezag. De kerken van de berg-Assyriërs leken op kleine versterkte forten met lage ingangen. De binnenruimte was sober en kaal. Nergens iconen, geen gekruisigde Christusfiguur. De Assyriërs - ze noemden zichzelf nooit nestorianen - beschouwden zichzelf als de oudste en waarachtigste christenen en ze hadden genoeg aan het teken van het kruis, het kruis van de overwinning. De dorpspriesters beschikten in het beste geval over enkele bijbelfragmenten; ze hielden hun Oud-Syrische erediensten voor ongeletterde gelovigen. Een ruig, krijgshaftig bergvolk dat met lood en zwavel zijn eigen munitie fabriceerde voor de vuurwapens waarmee ze zich verdedigden tegen de naburige stammen van Koerdische moslims.
Koerden en Assyriërs vielen onder het milletstelsel dat het Ottomaanse Rijk had ingevoerd. Dat stond beperkt zelfbestuur toe aan verspreide etnische minderheidsgroepen. Nogmaals de politiek van de waterpijp: de Turkse gouverneur lurkte in de lager gelegen hoofdplaats aan zijn nargileh en liet de belastingen innen door de niet-Turkse leiders van de bergstammen. Een deugdelijk systeem eigenlijk van vreedzaam corrupt wederzijds eigenbelang. Vreedzaam hier als ondergewaardeerd adjectief.
Tot een eind in de 19de eeuw leefden christelijke Assyriërs en islamitische Koerden naast elkaar. Ze wisselden symbolen uit: Koerdische vrouwen breiden kruistekens in hun rode wollen sokken; de Mar Sjimoen bezat de Doek en het Mes van de Profeet. In het Perzische gewest rond de stad Oermia over de grens behoorden de Assyriërs zelfs vaak tot de meer ontwikkelde bovenlaag van de bevolking. Er was hoop voor de toekomst. Maar die werd definitief de kop ingedrukt. Met de kwispels van de westerse missionering en vooral met de troglodietenknots van de internationale politiek.

7.

Zendelingen hebben een missie; weinig is bestand tegen dat groot gelijk. In Oermia strijkt een Amerikaanse protestantse missie neer. De zendeling Asahel Grant dringt als eerste door in het berggebied van de Hakkari-Assyriërs. Hij publiceert in 1841 zijn boek The Nestorians. Daar blijft het niet bij: Grant hitst de Mar Sjimoen op tegen zijn Koerdische buren die in opstand zijn gekomen tegen het Turks bestuur. Grant is echter afwezig wanneer de verenigde Koerdische clans zich in een moorddadige raid op de nestorianen storten. Zijn toen de Doek en het Mes van de Profeet verloren gegaan, bij de wanordelijke vlucht van de Mar Sjimoen en de zijnen over de Zab-rivier? Zeker is enkel dit: de Hakkari-slachting van 1843 maakt duizenden slachtoffers onder de Assyriërs, het grootste dodental sinds de massale vervolgingen door Timoer Lenk. Het is de eerste gongslag. Niemand luistert. Katholieke, protestantse en anglicaanse missies jagen vanuit Oermia met verdubbelde ijver op de nestoriaanse zielen.
De 19de eeuw loopt naar haar einde. Het Turkse sultanaat richt de Koerdische Hamadya Cavalerie op, ongeregelde hulptroepen die worden ingezet tegen Armeense nationalisten. De Armeense bevolking was verspreid over heel Oost-Turkije. Ik spreid voorzichtig de lijkwade uit over de tragedie die volgt. Wie herinnert zich nog de Armeniërs? zou Hitler hebben gezegd toen hij zijn fiat gaf voor de Endlösung van de Judenfrage in het Derde Rijk. Na het uitbreken van WO I werden de Turkse Armeniërs in 1915 op verdenking van collaboratie met de Russische invasietroepen massaal gedeporteerd en naar de Syrische woestijn gejaagd. Koerdische eenheden 'bewaakten' de uitgeputte konvooien op hun dodentocht. Turkse bronnen geven 200.000 slachtoffers toe; Armeense historici schatten het aantal op anderhalf miljoen. Ik wil er niet verder op ingaan: als de bemoeienissen van de grote politiek uitmonden in genocide - een aberratie van de menselijke genen die in onze tijd gelukkig zo goed als ondenkbaar is - moet er ook niet gerekend worden op jammerklachten achteraf. Raadpleeg zelf de bronnen, aanhoor de laatste getuigen, richt commissies op. Ga tot op het bot. Geen geringe opgave, want de verbleekte botten van de Armeniërs zijn inmiddels tot stof verpulverd. Timoer Lenk was rechtlijniger: hij richtte schedeltorens op voor het nageslacht.

8.

De Eerste Wereldoorlog brengt de nestorianen terug op het randpodium van de grote politiek. Net zoals de Armeniërs raken ze klem in het frontgebied tussen het Turkse leger en de Russen, die Oermia en de rest van Perzisch Koerdistan bezetten. Eind 1915 omsingelen Turkse troepen de Hakkari-Assyriërs. Ze worden uitgehongerd op het versterkte plateau waarop ze zich hebben terugge- trokken. Met de moed der wanhoop forceren ze zich een doorbraak naar de Russen in Oermia. Daar krijgen ze oorlogswapens en de status van Russisch bondgenoot. Oude rekeningen worden vereffend. Assyrische veiligheidsbataljons overvallen Koerdische nederzettingen. Plunderingen, moordpartijen, het voorspelbare scenario. In 1917 veroveren de Britten Bagdad op de Turken. Dat jaar breekt in Rusland de revolutie uit; in Perzië begint het Russische bezettingsleger aan de terugtocht door de Kaukasus. De opening in het front wordt opgevuld door oprukkende Turkse troepen. Assyriërs, nestorianen, Syrische christenen, of hoe ze ook werden omschreven door westerse zendelingen, ze zijn voortaan collaborateurs en ze zitten als ratten in de val.
Het verhaal van hun lotgevallen in 1918 is bewaard gebleven in de roman Sentimentele Reis van Viktor Sjklovski, Russisch militair in Perzië, literair criticus van de formalistische school, auteur. De Assyriërs zijn een groot volk, schreef hij. Als hun verloren zaak, een voetnoot in de marge van de Grote Oorlog, me niet zo sterk had aangegrepen, was ik geen schrijver geworden. Dan had ik geen verhaal gehad tegen mijn Aziatisch heimwee.
Sjklovski beschrijft de laatste maanden van de Assyriërs in Oermia. Eind februari 1918 onderhandelt de Mar Sjimoen met de Koerdenleider Simko, een voormalige bondgenoot van de Russen. Bij het afscheid wordt hij door Simko in de rug geschoten. Een Assyrische wraakexpeditie vindt later het lijk van de patriach terug, naakt, maar niet verminkt. Daarvoor hadden de vluchtende Koerden de tijd niet gekregen.
Beroofd van hun geestelijke leider, verzamelt de nestoriaanse gemeenschap zich in Oermia. Sjklovski spreekt van 250.000 zielen. Ze gaan in een lange colonne op weg naar het zuiden. Gewapende Assyriërs dekken de flanken; in het midden lopen de vrouwen en de kinderen. Onderweg worden ze voortdurend bestookt door Perzen en Koerden. Een exodus door een zee van moslims, schrijft Sjklovski. Als een oudere man uitgeput raakt, geven ze zijn paard aan een jongere. Dan laten ze ook vrouwen achter. En kinderen. Het gaat niet om mensenlevens, het gaat erom de sterksten te redden.
Duizenden lijken markeren de route naar Bagdad, waar de overlevenden in een Brits vluchtelingenkamp worden opgevangen. Ze zijn verdreven uit hun laatste thuisland, de Turkse Hakkari-bergen. Eeuwenlang hadden ze daar standvastig een oud geloof beleden dat cryptische formule in een dode taal was geworden, de leer van de twee gescheiden naturen in de Mensenzoon Christus.

9.

Wacht, het verhaal is nog niet afgelopen! Onder Britse supervisie worden Assyrische politie-eenheden in Irak ingezet tegen de Koerden. In 1924 legt een internationale commissie van de Volkerenbond de zogenaamde Brussel-lijn vast, de nieuwe grens tussen Turkije en Irak. Hakkari blijft Turks; het gebied van Mosoel, waar de meeste Assyriërs zich vestigen, wordt het huidige Noord-Irak. De Britse legerleiding weigert de Assyrische huurtroepen te ontbinden; de nieuwe Mar Sjimoen bepleit tevergeefs bij de Volkerenbond de oprichting van een autonoom Assyrisch gebied in Noord-Irak. Wanneer de Britten zich in 1932 uit hun mandaatgebied Irak terugtrekken, worden de Assyriërs aan hun lot overgelaten.
De Assyriërs zijn van de ene dag op de andere een verfoeide minderheidsgroep, handlangers van de gehate Britten. De Mar Sjimoen wordt door de Iraakse regering uitgewezen. Het Iraaks leger mitrailleert honderden nestoriaanse dorpelingen in het noorden. Andere dorpen worden door Koerden uitgeplunderd. De Assyriërs die het geweld overleven, duiken onder in Mosoel of Bagdad en assimileren er met de Arabische bevolking. Een andere groep nestorianen steekt de grens over en vestigt zich in Noordoost-Syrië. In de jaren zestig laat de Syrische regering een dam in dat gebied bouwen; Arabische inwijkelingen krijgen vrij spel om de christelijke gronden in te palmen.
Sombere tijden, tijd om af te ronden. Een groot deel van de Iraakse en Syrische nestorianen raakt verstrooid in de diaspora. Beiroet, de Verenigde Staten. In 1973 treedt de naar de USA uitgeweken Mar Sjimoen af na zijn huwelijk. De roep van de natuur is na al die eeuwen toch sterker gebleken dan die van het geloof in de niet te vatten natuur van Christus. Dat vind ik een mooi sluitstuk voor een historie die meer dan 15 eeuwen overbrugt.

10.

Wat heeft een mens aan de geschiedenis van de nestorianen? Een lang verhaal om te beginnen, over mensen onder het Mes van de Profeet. Het eindigt in mijn eigen achtertuin. In Herent, waar Willy Kuijpers de politiek een menselijk gezicht geeft. Hij kan terugblikken op een lange traditie van engagement: pamfletten uitgedeeld, opgepakt geraakt ten bate van Basken, Bretoenen, Koerden. Hij klaagt aan, hij eist dat de Turkse staat de mensenrechten eerbiedigt, hij steunt de gerechtvaardigde strijd van het Koerdische volk voor een autonoom Koerdistan. Bedoelt hij daar o.a. het Vrij Koerdistan van na de Golfoorlog mee? Datzelfde Noord-Irak waar de Koerdische clans elkaar uitmoorden als de Turkse invasietroepen het werk niet overnemen, het gebied waar Saddam Hoessein Koerdische dorpen met gifgas heeft laten vernietigen, het gebied waar Irakezen en Koerden in de jaren dertig samen Assyrische vluchtelingen, afstammelingen van de oudste christenen, decimeerden.
Hoeveel tijd en ruimte heb ik eigenlijk niet nodig om duidelijk te maken dat het toch allemaal godgeklaagd is? Dat de beulen van gisteren de slachtoffers van morgen zijn. Dat ik niet anders kan dan terugdenken aan het lot van de nestorianen als ik Koerdische asielzoekers terecht hun leed hoor klagen van Herent tot Hakkari. Dat niet alleen de jongste aardbevingen in China en elders - nu ook met beeld èn klank - me aan het hart gaan, maar ook de verre, haast melancholische naschokken van al die andere die al lang geschiedenis zijn geworden.

11.

In de USA werd de Russische emigrant een beroemd schrijver. Vladimir Nabokov. Hij maakte zich druk over details. Over mensen die niet pasten in de bodembedekking van de tijdgeest. Aan de relatie tussen literatuur en politiek heeft hij niet veel woorden vuilgemaakt. Eén brief toch als antwoord op de vraag van het tijdschrift Writer's Digest dat hem in 1969 200 US dollars bood voor een tekst van 2000 woorden over engagement in de literatuur.
Die brief gaat als volgt:

Geachte heer,

Mijn antwoord op uw vraag 'Heeft de schrijver een maatschappelijke verantwoordelijkheid?' luidt:

NEE.

Ik krijg tien cent van u, meneer.

In de witruimte rond dat onherroepelijke NEE woedt het verdriet om alle aardbevingen die de aardkloot ooit gekend heeft en nog zal kennen. Ze zijn onafwendbaar. De waarschuwingen van de seismologen komen altijd te vroeg of te laat.

© August Thiry