


|  |
De analen van de bogeyman
Bob van Laerhoven
1.
De bogeyman duikt om kwart voor zes 's ochtends op uit een riool, zijn habitat, en vertelt me op loffelijke wijze, zijn stem doordrenkt van scherpzinigheid: 'Geheimen lekken is een hoogst onhygië:nische bezigheid. Wat stinkt het derhalve in het koninkrijk der Belgen!'
De bogeyman is een rare snuiter, die mijn vrije uurtjes, waarin ik wil nadenken over de Januskop der mensen en de dubbelzinnigheid hunner emoties, komt verpesten met zijn geraaskal over politiek. Zijn soort politiek. De politiek die de dienst uitmaakt in het koninkrijk der Belgen. Wat te denken van deze haveloze schim die zich tegen me aanschurkt en pogoë:nd, jitterbuggend en oelewappend commentaar geeft op het vreemde parket waarin het koninkrijk der Belgen zich bevindt?
Hij eist dat ik een boek aan hem wijdt. Hij fluistert, hij dreunt, hij giechelt, hij kreunt: 'De doeltreffendheid van het dagelijkse taalgebruik is verloren gegaan in de politiek. Als we de politieke mores van deze tijd en in dit land in gedachten willen vatten, stuiten we eerst en vooral op het tot op de draad versleten woord: geheim. Let me put it differently: hoe helderder we inzicht hopen te krijgen in de mondiale economische context die ons leven beheerst, hoe duisterder onze politiek en ons rechtstelsel lijkt te worden.
Wat de politici aan werkelijke macht hebben verloren, hebben ze gewonnen aan machtswellust. Politiek pur sang bestaat niet meer, m'n beste. Wereldomspannende organisaties zonder Logos hebben het voor het zeggen. Onze politici zijn niet langer democratisch opgeleide mensen die intensieve contacten onderhouden met hun achterbannen, maar pionnen in een algemeen mechanisme dat niets anders wil dan de macht efficië:nt te controleren. Sunt pueri pueri (et) pueri puerilia tractant! Hoe meer efficiency het mechanisme eist, hoe kinderachtiger de mensen die het moeten dienen worden. Vandaar dat ze hun persoonlijkheid zoeken in duistere zaken. Denk even na over dit beginsel, u zult zien dat ik gelijk heb.' De bogeyman bespat me royaal met modder wanneer hij blazend en proestend verdwijnt.
2.
Als de bogeyman me iets vertelt, lijkt het vaak of hij een oude, vergeten taal spreekt, die enkel in een laag onder het bewustzijn begrepen wordt. Soms duurt het dagen of weken voor ik me zijn woorden herinner. Onvermijdelijk wil ik ze tot een coherent geheel ombuigen, hoewel het in de aard van de bogeyman ligt om in de termen van parabelen en raadsels te spreken, zelfs al heeft hij het over heel concrete dingen. Hij is derhalve in de wieg gelegd om politicus te zijn. Af en toe, als hij mijn al te menselijke drang naar concrete sensatie doorheeft - die de jongste tijd de plaats heeft ingenomen van de ware politiek - werpt hij me wat kruimels toe en begint hij over Belgische ultrarechtse groepen die connecties hebben met
de Mossadafdeling Fortuna en probeert hij me complotten voor te schilderen van politici, industrië:len en magistraten die alle zonden van Sodoma en Gommorah bedrijven. Wanneer ik hem zeg dat die feiten al afgezaagd zijn, gezien de commotie van het jongste anderhalf jaar, doet hij er nog een schepje bovenop en raaskalt over zaken waarvan ik vermoed dat hij ze zelf verzonnen heeft, zo buitenissig zijn ze. Ik denk het volgende: de bogeyman denkt dat deze indianenverhalen de inertie kunnen doorbreken waarin het volk - de massa, het onpeilbare zwarte gat - zijn winterslaap doorbrengt. De massa wil niet nadenken over waarden en normen, maar zich verdrinken in de veelkleurige aquaria die royaal stralende kathodebuizen hen opsolferen. 'Hoe gevaarlijk, hoe onachtzaam van het volk!'
kraait de bogeyman. 'Een politiek zonder legitimatie van het volk zal in de komende jaren veel, zo niet alles, mogelijk maken voor de machthebbers in het koninkrijk der Belgen.
Massa, alsjeblief, laat u opnieuw begeesteren door de idealen van de democratie, wendt u af van het formeel gebeuren van de verkiezingen, en besef opnieuw het gewicht van het mandaat dat u uw verkozenen schenkt!' Gezwind springt hij in een nabije gracht. De daarin aanwezige zuren van een vervuilende industrie verderop, die alle politieke maatregelen al jaren aan zijn laars heeft gelapt, doen hem reutelend wegzinken.
3.
Gisteren kwam de bogeyman high-fivend met al m'n meubels en trancend op onhoorbare melodieë:n binnenvallen in het oord waar ik het futiele van het menselijke streven naar metafysica en het failliet van het zoekende karakter van de democratie overpeins. 'Natuurlijk lek ik informatie aan iedereen die een pen kan vasthouden, een camera kan hanteren, een microfoon onder iemands neus kan duwen. De werkelijkheid is ongrijpbaar geworden. Wat ik vertel mag ongeloofwaardig klinken, maar ik kleur het perspectief waarin wij onze samenleving bekijken feller dan de politici die de verdedigingsgordel van de macht hebben opgeworpen.'
Vertel mij liever over de leegloop van fatsoenlijke mensen in de politiek en over het daardoor ontstane vacuüm dat in ijltempo wordt opgevuld door maffiose organisaties, zeg ik balorig tegen de bogeyman. Hij lacht me in mijn gezicht uit; zijn adem ruikt bepaald niet naar mentholpasta. 'Wat weet u per slot van rekening af van de politiek? Vroeger joeg men de grote utopieë:n na. Ze zijn allemaal, van communisme tot fascisme en kapitalisme, nachtmerries gebleken. Welnu, m'n waarde, nachtmerries heb ik in overvloed in voorraad: ik modelleer ze naar de behoeften van de burger. Die wil niet horen dat hij geleid wordt door kleine, incompetente, verwarde mensen die zich een air van macht aanmeten maar in werkelijkheid aan alle kanten gevangen zitten in een economisch-mondiaal krachtveld dat hun macht ver te boven gaat. De burger wil horen dat er gesjoemeld wordt, dat er zwarte missen worden bedreven, dat er kinderen worden verkracht. Zo kan hij zijn grote machteloosheid, o, die voortreffelijke woede die hij in zich draagt, kanaliseren en ontladen. In 64 voor Christus reeds zei één van mijn illustere voorgangers, de heer Marcus Cicero: ''De onthulling van de misdaden, het seksleven en de corruptie van de machthebbers heeft een zuiverend doel: het plaatst hen op gelijk niveau met de burger die zijn vadercomplex, dat dubbele beeld van jaloerse verafgoding en toornige vernietigingsdrang, op deze wijze kan botvieren!'' Kus mij op beide wangen, broeder: mijn slijk, mijn modder maken van de revolutiedrang van de verdwaasde burger een losse flodder!'
Voor ik de bogeyman mijn vermoeden kan meedelen dat zijn raadselachtige monoloog vele punten van onwaarheid bevat, met name, in zoverre mijn geheugen intact is, de weergave van de woorden van de grote Cicero, is hij met veel gebruis en geborrel, en met de geur van rotte eieren, in mijn badafvoer gesprongen.
4.
Ondanks mijn intellectuele vooroordelen, moet ik toegeven dat de bogeyman soms echt vermakelijke verhalen vertelt, die thuishoren in de traditie van de schunnigste politieke satire.
Het zou me dus geen fluit verwonderen als ooit mocht blijken dat ze nog waar zijn ook. Proestend, zijn mond vol schimmelende koekjes en oude theefilters die hij uit vuilnisbakken heeft gejat, verschijnt hij weer ten tonele.
Zijn tijd in de riolen is productief geweest, zijn ogen zijn gevuld met geheime tekenen: 'Ik kom van de kust, m'n beste.
Men zegt dat de lucht daar gezond is, zeker in de ''meest chique aller badsteden''. Voorwaar, ik zeg u: troebel en giftig is daar de hemel, zwaarbeladen is daar de schuld. Die schuld is verbonden met die van de Belgische Staat die misbruikt wordt door een man van adel die houdt van ongerepte, jonge maagden en bijgestaan wordt door mensen in korpsen die zo koudbloedig zijn dat je ze voor een serpent zou houden. Kijk naar hun ogen die de kleur hebben van wierook!' Wat spreekt hij weer in duistere bewoordingen, wat ziet hij er weer verfomfaaid uit, als de vogelverschrikker uit De Tovenaar van Oz. Maar dit is De Tovenaar van Oz niet, dit is het koninkrijk der Belgen dat siddert en kraakt en beeft, zodat de bogeyman werkelijk niet meer weet waar eerst te beginnen: 'De spin in het netwerk is gekend, m'n beste, maar wie slaat hem in de ijzers, wie doorboort z'n door geld en macht gepantserde hart? Financië:le markten zouden beven, heel Europa zou de schokken voelen, als de voorbode van een vulkanische eruptie vol stof, zwavel en giftige rook.'
Ik vraag de bogeyman of hij de jongste tijd niet te veel in de bruine smurrie van sommige riolen heeft rondgedoold en of het aan zijn verstand is blijven koeken, maar hij slaat alweer pogoë:nd, oelewappend, vingerknippend en jitterbuggend op hol, al roepend: 'Denk aan de wandaden van de renaissancepausen!
Niemand wou de bitter jonge maagden geloven, die weeklaagden dat ze wreed misbruikt en gemarteld waren!'
5.
De dagen van de biechtvaders zijn geteld, maar de bogeymen doen uitstekende zaken. De bogeyman ricocheteert van de muren van mijn huis van opwinding: 'Djeezes, dit is verderf tot in de allerhoogste regionen, dit gaat de Drie Wijzen voorbij!'
Na deze emotionele uitbarsting buigt hij zijn skeletachtige gestalte naar me over en fluistert me een naam in van een man die er alles voor over had - ook de dood van een geliefd familielid - om bevrediging van het vlees te vinden.
'Dat is heiligschennis,' zeg ik. Ik feliciteer mezelf met mijn kalme reactie. De bogeyman straalt uit al zijn porië:n:
'Zeven maal zeven generaties zal de boetedoening toeslaan!
Deze vloek heeft zijn uitwerking al. Zijn nageslacht kan geen zebrapad in Brussel overlopen zonder op de knieë:n te vallen en verlangend te hijgen: witte lijntjes!' Ik noem hem een gestoorde fantast en minder fraaie namen. De bogeyman lacht klokkend in zijn keel en vertelt me details die mijn hoofd doen duizelen. 'Schrijf alles op!' gebiedt hij, zijn kippenborst trots vooruitstekend. 'Noem het de Annalen van de bogeyman.'
Gehoorzaam noteer ik: De analen van de bogeyman.
6.
De bogeyman, een wezen met bepaalde esthetische voorkeuren, al
zou je hem dat niet nageven, leest mijn tekst na. 'Je bent een n vergeten in de Annalen van de bogeyman,' zegt hij, op de laatste regel wijzend.
'Niet vergeten,' zeg ik.
|
|