


|  |
Wit is altijd schoon
Guido van Heulendonk
If you think education is expensive, try ignorance - Abraham Lincoln
No artist desires to prove anything - Oscar Wilde
[voor Marc De la Ruelle]
Mensen die geleerder zijn dan ik, vertellen me dat de vraag naar de verhouding tussen politiek en literatuur (en hun eventuele kruisbestuiving) sedert Sartre niet meer gesteld wordt. Een voorbijgestreefde topic. Maar dit is het witte tijdperk, het post-Dutroux-land. Misschien moet het inderdaad maar eens kunnen. Een herbezinning.
1. De literatuur bemoeit zich te weinig met de politiek.
Eerst de oude krijtlijnen zoeken. Wat impliceert deze stelling? Bedoelt men dat schrijvers in hun werken meer politieke thema's moeten aansnijden? Of dat ze, naast hun geschrijf, zich ook politiek moeten engageren? Met andere woorden: Qu'est-ce que la littérature? Gaat het om 'de schone letteren', de allerindividueelste expressie van enz? Of hebben we het hier ook over essays? Het is evident dat Alain Finkielkraut geëngageerde boeken schrijft. Dat komt omdat hij eerst denker en theoreticus is, pas daarna schrijver. Niet de literatuur drijft hem, maar de ideeën. Het geschreven woord is hier enkel een voertuig. Als dit de invalshoek is - schriftelijk verwoorde ideeën -, dan zou de stelling moeten luiden: 'Waarom hebben sommige landen (Frankrijk) meer toonaangevende intellectuelen dan andere (België)?'
(Zie daarover ook Barthes, en zijn onderscheid tussen 'des écrivants' en 'des écrivains'.) Een ander punt waaraan de stelling voorbijgaat, is dat de maatschappelijke rol van literatuur niet vrijgemaakt kan worden van tijd en ruimte. Het is iets anders schrijver te zijn in het Tsjechoslowakije van de jaren zeventig dan in het België van 1998. De term 'politiek' heeft dan eveneens een andere inhoud.
2. 'Waarom zijn schrijvers of dichters hier zo weinig politiek actief?'
Hoezo? Is daar onderzoek naar verricht? Zijn er statistieken die aantonen dat er verhoudingsgewijs minder Vlaamse schrijvers of dichters (ik neem aan dat met 'hier' Vlaanderen wordt bedoeld) politiek actief zijn dan Engelse of Nederlandse of Finse? Heeft iemand dat geteld? Auteurs in deze landen geturfd op hun politieke activiteiten, wat die dan ook mogen inhouden? Of betreft het een idée reçue?
Ik wil best aannemen dat een en ander klopt. Weten doe ik het niet.
3. Op literaire avonden krijg ik, zoals de meesten van mijn collega's, wel eens de vraag te beantwoorden waarom ik schrijf. Ik zeg dan meestal: 'Omdat ik met taal bezig wil zijn.' En voeg nog iets toe over genen die mij zo geprogrammeerd hebben.
'Verder niks?'
'Nee. Ik heb van jongs af gelezen, en op een bepaald moment is dat overgegaan in schrijven, wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt. Het is het bevredigen van dezelfde behoefte, de keerzijde van lezen, als je wil, alleen maak je eerst zelf je tekst. Zoals iemand die verzot is op voetbal, ook wel eens tegen zo'n ding wil trappen. Ik ben het dus eens met Mulisch, die zegt dat een schrijver in de eerste plaats zichzelf wenst te verbazen.'
De lezer wil hier meestal niet aan. 'Maar u heeft toch ook iets te vertellen?' zegt hij. 'Een visie die u wilt meedelen? Waarom zou u anders al die bladzijden vullen?'
'Tja,' zeg ik, 'natuurlijk vertel ik al schrijvende wel iets, maar dat is slechts een gevolg, niet een doel. Dat komt omdat taal nu eenmaal betekenis heeft. Je kan geen tekst produceren, zonder het ook ergens over te hebben. Maar het betreft hier een, zij het noodzakelijk, neveneffect. In den beginne is er de vorm, pas daarna komt er een inhoud om die op te vullen. Zoals zich op een aan licht blootgestelde film dadelijk een beeld aftekent, dat er dan niet meer van af te halen is.'
Dit gaat er nu helemaal niet meer in.
'Maar u moet toch een boodschap hebben?' dringt de lezer aan. 'Elke schrijver heeft toch een boodschap? Boeken moeten je toch iets leren, wijzer maken?'
Er klinkt al wanhoop in zijn stem, een beetje zoals bij kinderen bij wie het geloof in Sinterklaas ontnomen wordt.
'Nee,' zeg ik onbarmhartig, 'een boek moet helemaal niets, en zeker geen boodschap hebben. Priesters hebben een boodschap, of politici. Wie een boodschap heeft, moet op de kansel gaan staan of een partij stichten. Schrijvers echter hebben maar één taak: zo briljant mogelijke boeken maken. De rest is secundair.'
(Onderweg naar huis bekruipt me soms de vraag of ik dat weer allemaal gemeend heb. Twijfel is een gezonde tweede natuur, maar niet altijd even comfortabel. Kan het zijn dat er eerst de inhoud is, die dan, zoekend naar de gepaste vorm, in een roman kruipt, of een gedicht? Of een ander medium? Een schilderij genaamd Über allen Gipfeln? Nee. Zo'n schilderij bestaat niet, omdat de man die de bergtoppen zag, eigenlijk op zoek was naar taal, niet naar een panorama. De bergen waren enkel het excuus. Op dezelfde manier schreef Wagner zijn Ring om een opera te maken, punt. Niet omdat hij het, al zingend, over Germaanse helden wou hebben. Eerst was er muziek, dan kwam betekenis. Waaruit volgt dat het omgekeerde procédé nooit tot authentieke kunst kan leiden. Dat boeken waarin de boodschap, de missie primeert, tot mislukking gedoemd zijn. En dat Oscar Wilde gelijk had: All art is quite useless.
4. Als gespreksoefening stel ik mijn studenten wel eens een politiek thema voor. Dat doet dan meestal meteen geluiden van protest, zo al niet van nausea opstijgen.
'Politiek? Please, no!' (Ik geef Engels.)
'Waarom?'
'Omdat politiek ons niet interesseert.'
'Is dat niet hetzelfde als zeggen dat je eigen leven je niet interesseert?'
Daar moeten ze even over nadenken. Ja, natuurlijk weten ze ook wel dat de mens, in veel van zijn doen en laten, door politiek bepaald wordt. Dat ze daar op die banken zitten, bijvoorbeeld, en wat ze er voorgeschoteld krijgen, heeft ooit een politicus voor hen beslist. Meteen al zo'n tachtig procent van hun bestaan. Hoe snel, en tot hoe laat, en onder welke invloeden ze op weekendnachten over Vlaanderens wegen mogen cruisen, is een politieke zaak. Of ze al dan niet besmet rundvlees kopen bij de slager, vanaf wanneer ze seks mogen hebben, of...
Jaja, al goed, dat mag allemaal wel zo zijn, maar toch: politiek is boring, en die heren en dames in Brussel kletsen maar wat en doen uiteindelijk toch hun zin en daar kunnen zij niets aan veranderen, 'so why bother?' Bovendien: er is leven na de dood.
'Oké,' zeg ik dan. 'Als politiek jullie koud laat, dan allicht ook democratie.'
En het gespreksonderwerp wordt: politics.
Populariteitspolls winnen is geen edele betrachting. Tenzij je aan politiek wil doen.
5. Een volk krijgt de leiders die het verdient.
Een politiek ongeïnteresseerd volk is een politiek slecht geïnformeerd volk, want het zal zich niet de moeite getroosten enige kennis van staatkundige zaken te verwerven en uit te vissen wat er, behalve de schreeuw, nog in een slogan zit. Zo'n volk loopt een behoorlijke kans de verkeerde leiders te kiezen. Die met het leukste gezicht of het leukste verhaal. Het gezicht dat men het laatst gezien heeft voor men het stemhokje instapte, want men moet nu eenmaal kiezen in dit land. Leiders met pasklare oplossingen, zoals in 1933.
'Politiek interesseert me niet,' is dus een misdadig statement.
Natuurlijk zijn mijn studenten geen misdadigers. Zij reageren alleen op de klassieke manier van wie over politieke kwesties wordt aangesproken: 'Saai, maffieus, arrangistisch.' Gevangenen van een traditie, van een idée reçue.
Conclusie: een volk moet opgevoed worden en dat kan nog altijd het beste via het onderwijs. Ik pleit ervoor om van politieke vorming een verplicht vak te maken, in elke geleding van ons scholenstelsel, in elk jaar, op alle echelons, van lager tot hoger, van de meest technische tot de meest abstracte, van kleuterleidster tot astrofysicus, van breien tot marketing. Vooral in marketing. Per week een verplicht uur discussie over partijprogramma's, verkiezingsprogramma's, contracten met burgers, Plato's staat, Pol Pots staat, Dehaenes staat, Blairs staat, Paul Marchal, over de douches van Europarlementariërs - schone handen dus.
6. Is het de taak van literatuur op te voeden?
Al sedert de Grieken voorwerp van discussie.
Vaak is de literatuur met dit doel aangewend (en niet alleen in de Sovjet-Unie). Vaak ook is ze aangewend om te ontspannen.
Ooit ook genoten schrijvers, voor ze de huidige status van weirdo verwierven, maatschappelijk aanzien en prestige, dat ze in de waagschaal konden stellen bij belangrijke kwesties en waarmee ze desgevallend een storm ontketenden, bijvoorbeeld via een donderend j'accuse.
In 1807 vertelden Charles en Mary Lamb de toneelstukken van Shakespeare na in een jeugdboek, hopend dat de jonge lezers later de echte stukken zouden leren appreciëren als 'enrichers of the fancy, strengtheners of virtue, a withdrawing from all selfish and mercenary thoughts, a lesson of all sweet and honourable thoughts and actions', want volgens hen was dit de boodschap van de Bard: 'to teach courtesy, benignity, generosity, humanity.'
Ik ben zelf als (literaire) lezer nooit uit geweest op enige opvoeding. Ik leefde dan ook, vanaf het moment dat ik (literatuur) begon te lezen, in een samenleving die dat minder evident maakte - verwende westerling in de vrije welvaartstaat, precies. Geboren na de grote oorlogen, elke dag brood op de plank en sixties in the air. Ik kon het me permitteren in een boek op zoek te gaan naar het ontregelende, het subversieve, het aberrante, het relschoppende, het haartjes-ten-berge-doen-rijzende - in flonkerende taal. Dat was wat ik wou. Niet: politieke duiding. Daar had en heb ik geen literatuur bij nodig. Het verdriet van België is een schitterend boek èn bevat een politiek statement. Toch is de visie van Claus op Vlaamse collaboratie voor mij even relevant als zijn visie op Franse kaas. Ik maak zelf wel uit wat ik ervan vind, net zoals ik dat doe met de migrantenhoofddoek en het al of niet invoeren van referenda. Ik neem aan dat iedere andere, bewust levende en politiek geïnteresseerde Belg dat ook doet, en dus hoeft de letterkunde, gezien de inflatoire beschikbaarheid van andere media in dit tijdsgewricht, zich niet bij te scholen in bewustmakingsstrategieën. Claus moet niet opvoeden, of anderszins engagement in zijn werk mengen als hem dat niet uitkomt, dit wil zeggen: enkel en alleen maar omdat een schrijver nu eenmaal geëngageerd zou horen te zijn. Hij mag het, natuurlijk. Een auteur op wie politiek inspirerend werkt, zal politieke thema's inbouwen in zijn oeuvre, een andere zal dat niet doen en het liever hebben over de gekraagde roodstaart, de cybercultuur of palingvissers in Patagonië. Is het ene te verkiezen boven het andere? Enkel als het betere boeken oplevert. In het geval van Het verdriet van België heeft het inspirerende thema gerendeerd en dus had Claus gelijk een roman te willen schrijven over collaborerend Vlaanderen. Heeft hij mijn visie op collaboratie veranderd? Irrelevant. Wou hij dat? Nee. Wou Elsschot een gedicht schrijven om de executie van een collaborateur aan de kaak te stellen? Ja. Is zijn Borms-klacht mislukt? Ja.
7. Natuurlijk maakt een schrijver deel uit van een samenleving. Hij is, of hij dat nu leuk vindt of niet, een burger. Gesteld dat de schrijver in een democratie leeft (bijvoorbeeld de Belgische van anno 1998) en dat hij democratie de minst kwalijke van alle staatsvormen vindt, dan is hij verplicht om die in stand te helpen houden en te verfijnen, net zoals iedere andere burger die plicht heeft. Hij hoort zich daarin dus te engageren, op de manier die hem het meest doeltreffend lijkt. Bijvoorbeeld door geïnformeerd te zijn en met kennis van zaken een mening te hebben. Door over die mening te discussiëren - met lezers. Door er niet voor terug te schrikken zo'n debat te forceren als hij voor een onwillige klas staat. Door op straat te komen. Door ingezonden stukken, zonder er daarbij vanuit te gaan dat hij, omdat hij schrijver is, a fortiori verstandiger dingen te vertellen heeft dan een buschauffeur. (Ook dat soort zelfoverschatting galmt door in de uitgangsstelling.) Niet echter zal de schrijver zich engageren door in een rol te kruipen die hem niet ligt. Niet door op een podium te gaan staan als hij struikelt over de eerste de beste microfoonkabel. Niet door manu militari een thematiek zijn werk binnen te jagen, die zich daar onherroepelijk klem zal wrikken als een rund met te wijde horens. Gesteld, nogmaals, dat geëngageerde literatuur enige druk op de politieke besluitvorming kan uitoefenen. Historisch gezien is er weinig reden om dit aan te nemen - zelfs als de boodschap verpakt zat in een literair meesterwerk of een populaire bestseller. Is de Javaan gebaat geweest bij Max Havelaar? De indiaan bij Winnetou? De proletariër bij Buysse? Is hier enig direct politiek-maatschappelijk effect gesorteerd? Nee, dat kunnen Multatuli en andere Gekwetste Knieën getuigen. Natuurlijk zullen deze boeken hun rol gespeeld hebben in een proces van mentaliteitsverandering en sensibilisering. Natuurlijk werkten zij geestverruimend en leer je bij Douwes Dekker hoe geraffineerd-manipulatief een koloniaal systeem kan zijn, en exposeert Buysse op lucide manier de schaamstreek van het kapitalisme, en is Karl May ecologist avant la lettre. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat andere, niet-'politieke' boeken, dat evenzeer doen. Goede literatuur is, net als alle kunst, per definitie geëngageerd, omdat ze de existentie als onderwerp heeft en, precies door de eigenzinnige benadering ervan, met schoonheid als ultiem doel, uitnodigt of provoceert tot reflectie daarover. Zij dwingt tot alertheid, tot nadenken, walg of extase, instemming of revolte, tot bijstellen van visies, fijner stemmen van snaren. In één woord: tot cultuur. Wat in de etymologische kern betekent: kweken, opvoeden. Precies aan dat waarde(n)loze absolutisme ontleent de literatuur haar waarde. Na ieder boek is de lezer een ander mens, heropgevoed, zelfs als hij dacht door zijn lectuur van opvoeding weg te hollen. Ook 'poisonous books' houden de geest gezond, want in beweging. En dit is uiteindelijk wat het schip van staat helpt bij het omzeilen van de grootste maatschappelijke klip: het vastroesten van de geesten. Wat een land daarom in de eerste plaats nodig heeft, is niet 'meer politiek in de literatuur', maar meer literatuur tout court. Meer kunst, meer cultuurconsumenten, meer goede muziek, goede televisie, meer lezers en daardoor een verstandiger, ontwikkelder, gevoeliger en humaner electoraat. 'To teach courtesy, benignity, generosity, humanity.' Het grootste gevaar voor democratisch België: is daarom eerder VT4 dan het Vlaams Blok.
Heeft Vlaanderen verhoudingsgewijs minder schrijvers dan andere landen? Zolang deze vraag negatief wordt beantwoord (uitgevers klagen gelukkig nog altijd over een zondvloed van manuscripten), is er niets aan de hand. Laat die schrijvers vooral veel lezers hebben. En dat ze zich daarnaast maatschappelijk profileren naar godsvrucht en vermogen, met hun naambekendheid als eventuele politieke hefboom. Tom Lanoye als columnist, performer en media-figuur, op de bres voor de permissieve samenleving en een minder bescheten België:, Eric de Kuyper als activist voor de Oostendse architectuur, Geert van Istendael voor de Brusselse, Kristien Hemmerechts als strijdbare vrouw, enzovoort. Zo probeer ook ik bereikbaar te zijn voor wie denkt mijn naam nodig te hebben. En neem stelling tegenover de stelling dat literatuur zich te weinig met de politiek bemoeit.
8. Tenslotte: als het ons allemaal om de beste der mogelijke werelden te doen is, om tolerantie, respect en breeddenkendheid, laten wij, literatoren, er ons dan vooral niet van weerhouden om het krijgsgewoel alvast wat consequenter uit de eigen zandbak te weren. Wie op straat komt tegen fascisme, moet in een tijdschrift geen pogrom afkondigen tegen auteurs die niet passen in het eigen literaire dogma. Wie tegen verrechtsing is, moet geen columns met boekverbrandingen organiseren. Wie respect voorstaat, moet van vitriool zijn poëtica niet maken. Wie wit de mooiste kleur vindt, houdt niet van stront.
|
|