


|  |
Vier vragen
Peter van Breusegem
Geachte,
U stelt vier vragen:
1. Waarom zijn schrijvers of dichters hier zo weinig politiek actief?
2. Is het des schrijvers om politiek dakloos te zijn?
3. Heeft de politiek nood aan meer poëzie of vindt u één roepende Lanoye in de woestijn al meer dan voldoende?
4. Of leven we in de beste van de beste werelden en moeten we de tuin onderhouden?
Voor andere schrijvers of dichters kan ik niet spreken. Zelf ben ik politiek actief (geweest) zowel in de partijpolitiek als door mijn bijdrage in het verenigingsleven, met name omtrent aids, de huisartsengeneeskunde en de thuisgezondheidszorg.
Mijn openbare leven heeft me weinig blijdschap en vooral veel ergernis opgeleverd omtrent de openbare domheid die de politiek in dit land kenmerkt, de kwaadwilligheid, de leugens en het dubbel taalgebruik die heersen alom. In die mate kan ik de politieke pleinvrees van de meeste collega-schrijvers wel billijken. In mijn persoonlijke ervaring is de kennismaking met de literatuur, de politiek evenals de media bijzonder teleurstellend geweest.
Ik ben kandidaat geweest voor de Volksunie bij drie gelegenheden (waarvan twee in 1995). Politiek dakloos ben ik dus niet. Ik heb me tot een partij bekend waarin ik me, wat de ideeën betreft, redelijk goed voel. Dat van die ideeën blijft voor mij toch nog het belangrijkste, veel meer dan echte machtsuitoefening. Toegegeven, elke partij beslaat wel een spectrum van meningen, die soms tegenstrijdig zijn, en waarvan sommige ook in mijn eigen partij me tegenstaan. Wat me zeker niet aantrekt in de Volksunie is de oude erfenis van het 'kaakslag-nationalisme', de rancune en de achterdocht die af en toe tot een zure oprisping leidt. Dat is een erfenis uit het verleden, die ik ook wel begrijp.
Wat me wel in de Volksunie aantrekt is een evenwichtig en intelligent sociaal programma, zeker sinds de aanvaarding van het migrantenstemrecht door het partijcongres in Leuven. Wat er nog overblijft van het Vlaams-nationale is genoeg en voldoende om duidelijk te maken tot wie de partij zich richt en wat ze beoogt: een autonoom en onafhankelijk Vlaanderen dat openstaat op de wereld. Nu, daar kan ik me perfect in herkennen. Daar blijf ik achterstaan en daarom zal ik de laatste zijn om de lichten uit te doen mocht de partij ooit ophouden te bestaan, het liefst wanneer ze werkelijk haar doel heeft bereikt.
Het is in (links) intellectuele kringen echter geen populaire keuze zich te bekennen tot een welbepaalde partij, en van alle partijen is het niet de Volksunie die op het meeste enthousiasme kan rekenen. Wellicht heeft deze politieke keuze vele deuren voor me gesloten. Wat er ook van zij, ik heb de partij weinig voordeel gebracht en zij mij ook niet. De keren dat ik voor haar opkwam waren mijn voorkeurstemmen het tellen niet waard. Blijkbaar zit het kiesvee niet massaal te wachten op een schrijver om op te stemmen. Runderen zijn het. Vele mensen die op mij wilden stemmen, konden dat dan weer niet niet omdat ze veelal migranten zijn. Overigens heb ik nooit aan dienstbetoon gedaan. Met die mentaliteit kom je ook niet ver in de Belgische politiek.
De laatste keer heb ik niet aan de verkiezingen deelgenomen omdat ik in een televisiespelletje zat van de BRT dat tijdens de sperperiode voor de verkiezingen werd uitgezonden, een maatregel die genomen is om te beletten dat sommige kandidaten onheus voordeel halen uit hun televisieverschijning. Hoe dan ook, ik ben in het televisiepanel al even roemloos ondergegaan als bij Felice en op de VTM. Tijdens de politieke debatten waar ik aan meedeed als woordvoerder van mijn partij, op een rijtje met de andere partijen zonder het Vlaams Blok, sloeg ik een vreemd figuur. Ik had nooit het gevoel dat er iets overkwam van wat ik wilde uitdrukken, wellicht omdat ik met mijn ideeën wat ver van de realiteit sta of omdat mijn taal te moeilijk is. Wie zal het zeggen.
Telkens zat ik daar krampachtig doodsangst uit te stralen, omdat ik het medium niet beheers en doodsbang ben me belachelijk te maken. Het vergt een bijzondere moed om wel het risico te nemen, af te gaan voor een breed publiek, zoals Tom Lanoye telkens weer doet, op het podium en in zijn columns. Ik kan daar alleen maar afgunstig om zijn en mocht willen dat ik het ook kon. Ik ben er wellicht te stijf voor en ik heb nooit de goede manier gevonden noch het juiste medium. Eigenlijk voel ik me afgesneden van het politieke debat, als dat al bestaat in dit volk. Het zal wel aan mij liggen, ik weet niet waarom, wellicht omdat mijn alledaagse leven zich ver van alle schijnwerpers afspeelt. Er pleit heel wat voor om dat zo te houden. Dat is niet des schrijvers maar des Belgs wellicht. En het is van de jaren negentig: cocooning weet je wel.
De meeste politieke debatten die ik heb bijgewoond als kandidaat van de Volksunie, tijdens de twee verkiezingscampagnes waaraan ik heb meegedaan, waren om dood te vallen zo saai en geen enkele keer is het tot een magisch contact met het publiek gekomen. Af en toe ging er wel een klinkslag in, maar je kreeg nooit het gevoel dat je uitgesproken was of dat je ook maar iemand overtuigd had. Ook niet tijdens de Gentse Feesten, of toen ik tussen De Coene en de jonge Coens zat.
Maar toch, wat hebben we gelachen toen de aanwezige CVP glashard ontkende dat christelijke kringen de meesterhand hadden in de bouw van de Caprice des Dieux: het Europese Parlement dat met Bacob-geld gebouwd is. Het schetst zo een beetje het niveau. Ik bracht het er waarschijnlijk bekaaid af. Ik dacht van mezelf dat ik me vrij goed kan uitdrukken, maar het is niet zo gemakkelijk om in een zaal voor Jef en Pier uit te leggen hoe Vlaanderen uit het moeras kan raken. Het is juist heel moeilijk helder te maken wat je drijft tot politiek: een grote hoeveelheid verontwaardiging, kwaadheid en ontevredenheid over de actuele gang van zaken in de Belgische politiek.
Daartegenover staat mijn rotsvaste overtuiging dat er van Vlaanderen nog wat beters te maken valt dan als melkkoe te dienen voor een staat waar de meerderheid geen controle over heeft. Het is grondwettelijk zo goed als onmogelijk gemaakt dat een democratische meerderheid haar wil uitspreekt. Als het mij toegestaan is daaromtrent nog wat uit te weiden, volgen enkele lessen over Vlaanderen op de maat van een twaalfjarige Hollandse puber, want op dat verstandsniveau worden we verondersteld te schrijven tegenwoordig.
Aardrijkskunde
Vlaanderen zou veel méér kunnen zijn, welstellender, beter ingericht en vredelievender als het autonoom en onafhankelijk was.
De Onafhankelijke Republiek Vlaanderen kan vrij onderhandelen met haar buren Nederland, Wallonië, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Vlaanderen vormt in Europa een schakel in een lappendeken van prachtige landstreken en koppige bevolkingen die zich door de eeuwen heen tussen Frankrijk en Duitsland, tussen koning en keizer hebben weten te handhaven, van de Noordzee tot over de Alpen, hoe vaak ze ook tijdens oorlogen werden verwoest. Al die streken streven naar meer autonomie. Dat is het Europa dat me lief is.
Niet het Europa van de EU. De EU is vervloekt. De EU is ondemocratisch en niet controleerbaar, een haard van corruptie, ontucht en geldverspilling. Vlaanderen moet uit de EU, of op zijn minst doen alsof, maar het moet wel de beste relaties onderhouden met zijn buren. De Belgische politiek is er al te lang op gericht geweest de braafste in de Europese klas te willen zijn. Als constructie is de EU een België in het groot met alle gevolgen vandien: ondoorzichtigheid, paternalisme en volksmisleiding. De EU is mislukt. België is mislukt. Lang leve Vlaanderen.
Geschiedenis
Vlaanderen en vooral Brabant kwamen tot hoge bloei, op gelijke hoogte met de Bourgondiërs in de Vijftiende Eeuw.
De gouden eeuw bereikte een piek onder Keizer Karel in de eerste helft van de Zestiende eeuw. Bij de verdeling van zijn rijk wordt Vlaanderen een Spaans wingewest. Onder Filips II valt Antwerpen (1585), en de economie valt in duigen. Sindsdien is het steeds behelpen geweest. De Duitsers, de Engelsen, de Spanjaarden, de Oostenrijkers, de Fransen en de Nederlanders vallen om de haverklap binnen. In 1830 wordt Vlaanderen de prooi van een nieuwe invasie: de Belgen zijn ons land binnengevallen, en ze zijn er nog steeds. De Belgen zijn een tevoren nooit in de natuur waargenomen ras dat uit het niets opdook en nu massaal over ons land neerstreek, Julius Caesar niet te na gesproken die het overigens over een geheel ander volk had toen hij de Belgen de dappersten van alle Galliërs noemde. Hoe dan ook bracht de nieuwe machthebber geen beterschap in de deplorabele staat van ons land. Nieuwe uitbater, zelfde uitbuiting.
Vlaanderen miste een historische kans om samen met Nederland verder te gaan, onder meer omdat het niet mee mocht beslissen over haar toekomst. Engeland en Frankrijk spraken af dat er een nieuwe staat zou komen. België was het laatste grote idee, en meteen de zwanenzang van Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord, die het met de Engelsen op een akkoordje gooide.
België kreeg een parlement en een koning. Klaar was kees. De mening van Vlaanderen is hierbij nooit gevraagd. België is van buitenaf beslist en van bovenaf opgelegd, niet van onderuit gegroeid en daarom is België ten dode opgeschreven. Net zoals de Sovjet-Unie zaliger gedachtenis. België is mislukt, dat blijkt elke dag meer, zeker sinds de dood van Koning Boudewijn, zowat de Belgische Breznjev. En helemaal sinds de dood van een niet bij te houden aantal verkrachte meisjes.
Burgerschap
België verkeert vandaag in een complete chaos, een langgerekte doodsstrijd van zijn instellingen.
Het is de hoogste tijd voor verandering, een diepgaande en ingrijpende verandering, een ommekeer, een wending, een kanteling. De tijd is rijp, het moment historisch. Reeds roken de puinhopen van de federale overheid, aangedreven door een inwendig rottingsproces. Iedereen maakt ruzie met iedereen. Magistraten en hoge ambtenaren rollen vechtend over de straat. De politiek tegen de rijkswacht. Het gerecht tegen de media. Het leger tegen de regering (en de soldatenweduwen). De ene Waalse socialist tegen de andere. Het is eens wat anders dan Vlaams tegen Waals, katholiek tegen vrijzinnig, werkgever tegen werknemer, en de andere oude conflicten die we gewoon waren. Onder dit gekrakeel is de stilte oorverdovend omtrent de uitverkoop van de nationale economie aan het buitenland. Met zijn allen lossen wij woordeloos gigantische schulden af, ten behoeve van onze rijkste medeburgers die tijdig geïnvesteerd hebben in overheidspapier.
België is vervloekt en moet opgeheven worden, al zal dat niet van een leien dakje lopen want dezelfde kliek die het in België voor het zeggen heeft sinds de oprichting (een samenraapsel van hofgezinde kringen, de katholieke wijvenbond en een behoudend soort vrijzinnigen) zal de teugels niet zonder slag of stoot uit handen geven. Het is nog maar de vraag of de verandering lukt via democratische wegen. In vijftig jaar is de democratische besluitvorming er nog niet in geslaagd een machtswisseling tot stand te brengen. Wellicht is in 1999 een unieke kans voorhanden, zo niet de laatste kans om dat alsnog te doen. Anders valt te vrezen dat de verrotting zo sterk doorzet dat de stoppen doorslaan.
Het Belgische staatsmodel
Een land als België valt in de praktijk niet democratisch te besturen. De middelpuntvliedende krachten konden in het verleden alleen maar worden overwonnen door een politiek van onderonsjes en vergaderingen in afgesloten kastelen, en door de persoonlijke bemoeienis van Koning Boudewijn achter de schermen. Deze politiek kan niet transparant gebeuren omdat het volk dat niet zou aanvaarden. Dus moet het volk worden misleid en dat is precies wat er al eeuwen gebeurt.
Het België van Koning Boudewijn is dood. De dood van het gezag, de dood van het paternalisme. La Belgique à Papa est morte. Een republikeinse voorhoede hebben we nodig, niet langer een stoet jaknikkers in kamer en senaat die braaf als ratten in een laboratorium op het goede knopje drukken op een sein uit het partijhoofdkwartier. De koning is dood, leve de koning. De democratie is doodgeboren en heeft nooit gewerkt. Door de samengevoegde krachten van het hof, de katholieke wijvenbond en de socialistische internationale hebben we al veertig jaar in België geen democratische keuze gehad. De leidende kaste is nooit naar huis gestuurd.
Vind je het gek dat zovelen naar verandering snakken? Het is goed voor een land als er eens een Clinton komt na een Bush en een Reagan, een Blair na een Major en een Thatcher, een Kok na een Van Agt en een Lubbers, een Jospin na een Juppé en een Balladur.
Het België van Koning Boudewijn was gekenmerkt door krampachtig zoeken naar stabiliteit en het voorkomen van elke verandering. Dit was nuttig in de beginperiode van de heropbouw na de wereldoorlog en na de koningskwestie, maar het leidt na vijftig jaar ononderbroken toepassing tot verstarring, verstijving, verstolling en verstroping. De angst voor verandering zorgt voor een panische stilstand, zodat broodnodige beslissingen niet genomen worden, uit vrees dat er dan wanorde zal optreden.
Het wordt hoog tijd dat er eens wat verandert. Of zal ik toch maar liever blijven cocoonen, mijn tuin verzorgen, in de beste van de denkbare werelden, zoals Voltaire schreef?
1997
Het jaar zevenennegentig komt tot ontknoping
De televisie biedt een laatste overzicht
Van rouw in witte sluiers om 't gestorven wicht
Ontroerd gebed welt uit de stille volksophoping
Van 't oude Belgische gebouw was dit de sloping
In 't stof van rommelige kelders dringt het licht
Op oude lijken in een kast of kist gericht
En weldra dreigt de openbare uitverkoping
Al was de oude macht ook nog zo stropig,
Het land is diep gevallen zonder slag of stoot.
Bestorven moeders, weduwen, ween wanhopig!
Al was de witte verontwaardiging voorlopig
Het België van Koning Boudewijn is dood.
Het maagdenvlies geschonden en de kroon ontbloot.
Problems are only opportunities in work clothes - Henry J. Kaiser
There is a time in the life of every problem when it is big enough to see, yet small enough to solve - Mike Leavitt
|
|