|
|
De u kwellende vragen heb ik me, o toeval, ook al diverse keren gesteld, zelfs lang geleden alreeds, en ze resulteerden in mijn interviewboeken-trilogie over het sociale engagement van de schrijver: Schrijven of schieten? (1969), Geen daden maar woorden (1970) en Engagement of escapisme (1985). Niettegenstaande de interessante replieken van alle geïnterviewden weet ikzelf nog altijd geen doorslaand antwoord op de vele vragen omtrent deze kwestie te formuleren. Als ik intelligent was zou ik deze brief dus hier en nu beleefd beëindigen, maar omdat ik dat blijkbaar niet ben en bovendien niet onverschillig wil lijken doe ik toch alweer maar een montere poging. Waarom zijn schrijvers of dichters hier zo weinig politiek actief? Omdat ze, net als politici bijvoorbeeld, hoofdzakelijk met zichzelf bezig zijn. Is het des schrijvers om politiek dakloos te zijn? Nee, het is niet des schrijvers om politiek dakloos te zijn, maar het huis moet wel bewoonbaar zijn. Heeft de politiek nood aan meer poëzie, vraagt u. Nee, want de politici alhier zijn te vergelijken met de Vlaamse dichters die, zoals bekend, hoofdzakelijk ikkerig, onverstaanbaar, opdringerig, hol, hypocriet en vooral veel te talrijk zijn. Overigens roept Tom Lanoye gelukkig niet in de woestijn, te oordelen naar het succes van zijn show Gespleten en bescheten en van zijn boek Het goddelijke monster. Welja, leven we in de beste van de beste werelden en zullen we onze tuin onderhouden? Volstrekt overbodige vraag want we zijn allemaal, zonder uitzondering en sinds lang, druk alhoewel weinig deskundig, bezig met het wroeten in onze tuin. En we leven in de beste der werelden, alleen merken we het niet, omdat we dus altijd met onze neus tussen het onkruid zitten. Als we eens een beetje aandachtiger over de tuinmuur keken zouden we merken dat de wereld met zijn vele mogelijkheden ook voor ons openligt en we dus in staat zijn om te participeren, alvast in de algemene corruptie. Want, laten we onszelf niets wijsmaken: niemand in dit sjoemelende land is tegen corruptie, we zijn alleen tegen het feit dat we er zelf niet of onvoldoende in kunnen participeren. Iedereen zegt wel indroevig dat dit immers de tijd is van de teloorgang van de waarden, maar dat is niet het geval. De oorzaak van de heersende ellende is niet de teloorgang van de zogezegde waarden, maar de verpletterende waarde die wordt gehecht aan de afstand. God heeft dus afgedaan en traditionele grote waarden als eerlijkheid, eerbied voor het gezag, oprechtheid, vaderlandsliefde, properheid, burgerzin, rechtvaardigheid, devotie, solidariteit... zijn eveneens teloorgegaan, maar we respecteren allemaal nog wel de afstand. Afstand is veruit het belangrijkste element van onze moraal. Preciezer geformuleerd: iemands schuld wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de afstand tussen doener en slachtoffer(s). Hoe groter de afstand, hoe kleiner de schuld. Het komt er gewoon op aan de afstand groot te houden, en als dat niet kan de illusie te creëren dat het wel zo is. Als eenvoudig en onschuldig kind besefte ik dat al. Ik had de oorlog en de repressiejaren grotendeels bewust meegemaakt, werd geconfronteerd met wit en zwart, verzet en collaboratie, schuld en onschuld dus, en de vliegende bommen hadden ook mensen die ik kende gedood. Maar herr nazi Werner von Braun, die welbewust duizenden V1's en V2's op Antwerpen en Londen liet afvuren, die werd niet, zoals een buurman en een schoolmeester en de hupse juffrouw Tine waarop ik zwaar verliefd was geweest gearresteerd, die werd niet als de oorlogsmisdadiger die hij was in de kerker geworpen. Keurig opgepoetst vertrok hij naar Amerika waar hij in meer dan comfortabele omstandigheden van eer en prestige en welvaart ging genieten. Hij had immers geen hand uitgestoken naar zijn slachtoffers, niet eens naar de uitgemergelde slaven die onder zijn bevel werkten en crepeerden, hij had een veilige afstand gecreëerd, en langs die afstand was zijn schuld verdwenen als verbruikte benzine. Vroeger namen generaals en koningen, feestelijk opgetuigd, deel aan de strijd op het slagveld, en dat brak ze dikwijls meer dan zuur op. Nu leiden ze de gebeurtenissen vanop veilige afstand, want ze hebben begrepen dat schuld en onschuld niet worden gemeten met morele waarden maar met de meetlat. Een betrapte kruimeldief wordt gearresteerd en veroordeeld, maar de grootindustrieel die de gemeenschap beredeneerd bedriegt en besteelt, die blijft ongemoeid, die wordt met veel egards bejegend. Mensen die anderen molesteren worden veracht, maar de wapenhandelaars en andere grootmeesters van de internationale politiek, verantwoordelijk voor gruwelijke ellende en armoede, honger, kindersterfte, achterlijkheid, wanhoop, ziekte en dood, die genieten respect en bewondering, want zij komen nooit, maar dan ook werkelijk nooit, met hun slachtoffers in aanraking. Ze kijken wel uit. De met aids besmette man die toch onveilig gevrijd heeft wordt terecht gearresteerd, maar de paus die kuis zijn gelovigen het condoom verbiedt wordt onder zijn antiseptische stolp op wielen aanbeden. Als Marokkaanse jongeren relletjes schoppen zijn ze schuldig, maar de Vlaams-Blokkers en de minstens zo talrijke rode, gele en blauwe racisten die er de aanleiding toe zijn worden met rust gelaten, want zij bleven op afstand. Allemaal respecteren we de heilige afstand, want afstand geeft ons immers een gevoel van veiligheid. We houden allemaal graag de wereld op afstand, wat we ook over onze betrokkenheid rondtoeteren, en het is kwestie om, als er niet echt afstand is, een illusie van afstand te scheppen. We kijken meestal niet in de spiegel uit ijdelheid maar, precies andersom, omdat we daarin onszelf kunnen bekijken als een ander, vanop afstand dus. Ook kunst en literatuur helpen ons daarin. De beste literatuur confronteert ons, tegelijk een afstand scheppend die onschadelijk en onschuldig maakt, met wensen en verlangens die we onszelf niet durven bekennen. De dictatoriaal dwingende eis in de kunst om origineel en vernieuwend te zijn, tot in het absurde, is ook een manier om afstand te creëren. Het vertrouwde is nabij en zeker als het goede kunst is werkt dat bedreigend. Het nieuwe, het vreemde, schept evenwel afstand. Het nieuwe werkt niet bedreigend, zoals men beweert, het is precies andersom. Men zegge het eindelijk voort! En waar er geen afstand bestaat, daar wordt de illusie van afstand dus gecreëerd, tot men kan zeggen: de schuld kan niet met mathematische precisie worden vastgesteld. Democratie zal dan wel best zijn, maar is ook een systeem om afstand te creëren tussen dader en dupe. Klootzakken (m/v) als De Clerck, Schweitzer, Delcroix, De Winter, de hormonenmaffiosi en KB-directeurs, om het maar actueel en landelijk te houden, profiteren daar rustig van. Recht, zeggen de rechtsgeleerden, heeft niets te maken met rechtvaardigheid, en ze verdwijnen onmiddellijk achter de verre einder. Doorprik de illusie van afstand niet, want dan pleeg je demagogie, verwijt men je. György Konrad zegt in de door jullie geciteerde tekst: 'omdat een van de belangrijkste facetten van ons vak het versmelten van uitersten is', en hij heeft gelijk. Schrijvers moeten, met andere woorden, afstanden slopen en zo, net als een thrillerauteur, de echte schuldigen zichtbaar maken. Maar, om op mijn beurt een diepzinnige vraag te stellen: hoe zullen en kunnen we dat doen? Want tussen schrijver en maatschappij ligt er heel wat afstand...
|
||||||||