


|  |
Peter Theuninck
De loop van de rivier
De hele middag de loop gevolgd,
over rotsen gesprongen, slijk
van keien gespoeld, tekens
gewist, van oever gewisseld
van mening, boorden uitgehold,
langs de rand gelopen,
fossielen gevonden, geopend
teruggegooid, op de bank
gelegd met de handdoek van de zon
afgedroogd, van trappen gegleden,
die grote sleuf in de steen
uitgesleten met handen en voeten:
water nagespeeld, zo eindeloos trager.
|