|
|
Kan je een geheim bewaren? Zeker? Zal je het aan niemand vertellen? Ik ben verliefd op de vrouw van de bakker. Nog nooit heeft de liefde zo zoet gesmaakt. Ik lik de pudding uit de horentjes, pas wanneer ik niet dieper kan, haal ik voorzichtig met mijn vinger de rest naar boven. Ik knabbel op rozijntjes, smeer alleen nog goede boter op de verse sneden brood. Maar dan denk ik aan de handen van de bakker; hoe hij haar billen kneed en haar horentje vult, haar likt als een romig toetje.
Tegen dat deze laatste gedachte opwelt, sta ik al gebogen over het toilet en geef terug wat de bakker toebehoort.
Sommige zaken zijn niet te koop.
Kan je een geheim bewaren? Ook een zwaar geheim? Zo één waarvan het verraad mensenlevens zou kosten? Je moet niet vergeten dat ik in een heel klein dorp woon, met maar één bakker. Ik heb de bakkersvrouw mijn liefde bekend. Het ging eenvoudig. Met Valentijn heb ik zo'n mooie glazuurtaart met een hart gekocht. 's Middags heb ik de bakkersvrouw op de koffie uitgenodigd. Dat is niet ongewoon in een klein dorp als het onze met zo weinig vertier. Dorpsvrouwen gaan bij elkaar op de koffie, meestal op de fiets, het is nooit ver. Ik heb haar de taart voorgezet. Ze heeft me laten zien hoe ik ze kon aansnijden zonder het glazuren hart te breken. Toen ze weer op haar fiets stapte en door het winterzonnetje richting bakkerij trapte, was ik vervuld van het zoete leven.
Ik hoop dat de geheimen die ik met u wil delen, u nog niet gaan vervelen. Ik moet ze ergens kwijt: ons dorp is te klein voor openbaringen.
Wanneer de bakker om vier uur 's morgens naar zijn ovens trekt, klim ik door het raam.
Om acht uur sta ik in de winkel en koop de croissants die ik al eerder had geroken en waarvan de geur mij zo mogelijk naar nog hoger toppen dreef. Ik leg nog steeds het geld in de handen van de bakkerin. Toen zij er een keer niet was, ben ik weer naar buiten gestapt, hoe zou ik de bakker kunnen betalen?
Gist. Dat was ik vergeten. Dat in bakkerijen wordt gewerkt met gist. Je maakt een klein bolletje deeg, dekt het toe, en na een uurtje in de warmte is het uitgedeind, tot het driedubbele van eerst. Ik had er niet aan gedacht dat de bakkersvrouw mijn liefde zou doen gisten. Maar het gebeurde. En bijgevolg raakte ik steeds moeilijker door het raam. Binnenkomen ging probleemloos maar tegen dat het uur aanbrak dat ik vanonder het warme deken moest, voelde mijn lichaam zo zwaar aan dat het mij erg moeilijk viel op te staan. Op een keer was ik nog maar net onder het raamkozijn verdwenen toen de bakker zijn hoofd om de deur stak om te zeggen dat haar ontbijt klaarstond. Als ik denk aan de mooie kanten van haar leven met een warme bakker, word ik ziek van jaloezie.
Soms komt de bakkerin mij opzoeken. Op hun sluitingsdag, omtrent koffietijd. Altijd met een doos gebak, want dat is zo de gewoonte als zij bij vriendinnen gaat koffiedrinken en het nalaten van dat gebruik zou achterdocht kunnen wekken bij de bakker.
Wij komen nooit toe aan de taartjes en dus blijf ik met dat belastend materiaal achter. Aanvankelijk gooide ik ze gewoon in de vuilnisemmer. Maar op een nacht droomde ik dat de vuilniszak werd opengescheurd en men met de bewijsstukken naar de bakker trok als met het bebloede laken van een verloren maagd. Ik schrok wakker bij het beeld van een lijkbleke bakker die naar de doos met geplette taartjes staarde. Vanaf die nacht breng ik de doos naar mijn oma die in Huize Ter Denne verblijft. Zij is nooit verbaasd over de meegebrachte taartjes: ten gevolge van een voortschrijdende dementie gelooft ze me steeds wanneer ik haar zeg dat het zondag is, en ze zegt dat ze de overschot zal bewaren voor de kinderen als die straks naar binnen komen. Alleen van het glazuren hart mag niemand proeven, het ligt te verkleuren op haar nachttafeltje.
De bakkerin. In de winkel leg ik mijn geld in haar handen, in bed mijn hele leven.
Ik vraag haar soms uit over haar bakker.
Mijn bakkerin lachte gelukzalig. Natuurlijk, grinnikte ze. maar toen ze mijn gezicht zag, voegde ze eraantoe wat ik wilde horen: Hij is geweldig in de voorbereiding en de afwerking maar ik mis het vuur in de oven, daar laat hij mij alleen.
De roomsoes is opgeblazen, de biscuit ingezakt en de bakkerij gesloten.
Het was niet de bedoeling: het dorp had maar één bakker en op zoiets ben je zuinig.
Zondagochtend zijn we in slaap gevallen en zo heeft de bakker ons gevonden, geurend als vers gebak. Hij heeft een bordje aan zijn winkeldeur gehangen: gesloten wegens verbouwingen. Het is pijnlijk: hoe herkneed je een gebakken brood?
Drie dagen na het drama ben ik naar de bakker in het volgende dorp gefietst, vijf kilometer verderop. Zou het brood me niet smaken, de tocht zou mijn overspannen zenuwen misschien tot bedaren brengen. Ondertussen dacht ik erover in de stad te gaan wonen, daar zijn er bakkers op elke hoek.
Ze is me achterna gekomen met de bestelwagen, maar ik heb haar teruggestuurd en gezegd: doe het voor het dorp.
'Als je naar de bakkerin in Zoutzele gaat kijken, volg ik je tot daar.'
En mijn grootmoeder, voor haar zal het nooit meer zo vaak zondag zijn, maar ze bewaart voor mij nog steeds mijn glazuren hart.
|
||||||||