


|  |
Tweede prijs Verhalenwedstrijd 1997
De antropoloog die geen mensen wilde bestuderen
Peter Mondalo Diaz
Een grote kokosnoot viel met een doffe klap naast mij in het zand. De bast schramde bijna mijn wang. Christer had me de vorige avond nog gewaarschuwd. Elk jaar weer moest hij voor de krant een paar keer rapporteren over mensen die de klap van een vallende kokosnoot niet hadden overleefd. Kleine berichtjes in de ongevallenrubriek. Vijf pesos, vijftig centavos voor een regel. Je verdiende hier niet zoveel aan een ander zijn dood. Een vrouw die wat verder sateetjes aan het roosteren was, lachte naar me. Ze gaf me een paar stukjes vlees. Vet en van onbekende oorsprong. Ik at het vlees op en wandelde wat verder. Het strand was bezaaid met stukken kokosbast en zwerfhout.
Ik passeerde een groepje meisjes en werd aangesproken. Strandhoertjes.
'Walang pera,' zei ik en ik liet mijn lege broekzakken zien.
'Walang problema,' zei een meisje met lichtbruin haar, 'we kunnen gewoon wat praten.'
Ze was de eerste niet-zwartharige die ik hier zag. Ik kreeg een bekertje Tanduay-rum.
'Het is vandaag Jenina's verjaardag,' zei een mollig meisje. Jenina, de bruinharige, lachte verlegen naar me. Ze had een mooi ovaal gezicht en heel lange oogleden. De gebruikelijke vragen werden gesteld: hoe oud ik was, vanwaar ik kwam en de belangrijkste vraag, of ik getrouwd was en kinderen had. Toen ze hoorden dat ik vrijgezel was, giechelden ze. De meisjes hadden allen dezelfde kleren aan: een T-shirt en een korte jeans. Tijdens het zwemmen, de fles rum ging mee de zee in, deden ze het lange T-shirt niet uit.
'Je bent toch geen bakla?' vroeg een klein meisje met een grote moedervlek op haar kin. 'Je beweegt je zoals een vrouw.' Ik haalde mijn schouders op. Ze stond op en deed een paar overdreven vrouwelijke passen. Haar benige heupen priemden door het natte shirt. De anderen gierden het uit. Jenina, Mary-Jane, Lilibeth, Perlita: ze hadden geen geld of bezittingen, maar ze hadden de mooiste namen.
Pray for a safe arrival stond op het blikken bordje onder de achteruitkijkspiegel. Voor één keer zaten er niet zoveel mensen in de jeepney, een bontgeschilderde tot bus omgebouwde Amerikaanse legerwagen. We reden langs een smalle, aarden weg door de jungle. Takken zwiepten tegen de wagen. Iedereen hield een zakdoekje voor de mond als bescherming tegen het stof. Na een halfuur kwamen we in Puerto Galera aan. Christer en Buddy zaten in het uit bamboe opgetrokken café van de Outrigger gin te drinken. Buddy, de Australische eigenaar van de zaak, zag er weer erg dronken uit. Ik wilde naar mijn hut gaan maar Christer hield me tegen. 'Ik moet straks iets met je bespreken,' zei hij ernstig, 'er zijn een aantal problemen.' 'Als je problemen hebt, moet je drinken,' zei Buddy, hij nam een slok. 'Dat doe ik,' lachte Christer. 'Ga zitten en neem een glas... en vergeet niet dat ik je straks moet spreken.' Dit laatste zei hij binnensmonds. Een paar uur na mijn aankomst in Puerto Galera had ik Christer ontmoet. Na een week kende ik zijn levensverhaal. Christer had koninklijk bloed door zijn aderen stromen en was gelieerd aan de Belgische koninklijke familie. Zijn moeder was Margaret, de zus van koningin Astrid. Hij was dus het Zweedse neefje van koning Boudewijn en van koning Albert. Christer was een vat vol met verhalen. Tijdens zijn studies in Parijs ging hij uit met Alain Delon, toen nog een beginnend acteur, en leerde hij Pierre Cardin kennen. Christer werd model voor Cardin en verscheen naakt, weliswaar met schaduw op zijn meest intieme delen, maar naakt genoeg voor de jaren vijftig, op de affiches voor een ondergoedcampagne van Cardin. Christers vader kreeg toevallig een tijdschrift met een foto van zijn zoon in handen en ging hem persoonlijk in Parijs halen. 'Een verschrikkelijk schandaal,' vertelde Christer me, 'ik stond op de cover van alle magazines.' Daarna begon hij aan een zwerftocht door de hele wereld. Hij was oorlogsverslaggever geweest in Vietnam, leraar in Indonesië en diplomaat in Japan. Uiteindelijk was hij zestien jaar geleden op de Filippijnen beland. Hij schreef er voor The Manila Bulletin en voor Asiaweek. Hij had geflirt met het communisme, was atheïst en boeddhist geweest, en was uiteindelijk in het grootste katholieke land van Azië tot het katholicisme overgegaan. Christer was driemaal getrouwd, evenveel keren gescheiden en had zes dochters, die hij niet meer mocht zien. 'Bij mijn laatste bezoek aan mijn vrouw in Zweden omhelsde ik het dienstmeisje,' zei hij me, 'ik dacht dat ze mijn dochter was.'
Het Mangyan-meisje bracht een nieuwe fles gin en een fles Sprite. 'Deze morgen om zes uur stonden er tien Mangyan in mijn kamer,' zei Christer. 'Ze denken dat ik, omdat ik journalist ben, al hun problemen kan oplossen. Ze stonken als de pest...' Hij lachte hoestend. 'Ze smeren zich met urine in tegen insecten... ha, ha, tien Mangyan in hun blote reet... ze hadden enkel een G-string aan.' De Mangyan waren de oorspronkelijke inwoners van Mindoro. Het dienstmeisje was een uitzondering, de meeste Mangyan wilden niks van de moderne wereld weten en bleven in hun dorpen in het oerwoud. 'Er is hier een Engels meisje...' Buddy kon zijn zin niet afmaken. 'Ik weet het,' zei Christer, 'een antropologe... Ze wil een studie maken over de Mangyan, ik zag haar gisteren, ze klaagt erover dat niemand haar naar zo'n dorp wil brengen... Nu, ze moet gewoon maar eens naar de Outrigger komen.' Hij lachte en kreeg een nieuwe hoestbui, zijn scherp afgetekende adamsappel bewoog op en neer en leek uit zijn keel te willen springen. Hij schonk zijn glas nog eens vol en dronk het in één teug leeg. Er viel een stilte. 'Ik vrees dat we door onze gespreksstof zitten,' zei Buddy. Hij keek me vragend aan. Zijn ogen stonden glazig. 'Ik denk dat ik maar wat ga maffen... Voor jij arriveerde hadden we het over Marilyn Monroe en Jane Mansfield... Ik zou niet weten waarover we nu nog zouden kunnen praten.' Hij haalde zijn schouders op, nam de fles gin en waggelde naar zijn kamer. 'Slaap ze,' zei Christer. 'Yep.' Het dienstmeisje bracht ons een nieuwe fles. 'Haal ons liever wat bier,' zei Christer. Na een tijdje kwam ze terug met twee koele flesjes San Miguel. Christer keek me onderzoekend aan. 'Je bent deze middag naar Sabang geweest, hè?' Ik knikte. 'Luister,' zei hij op bezwerende toon, 'Sabang is geen goede plaats... De Amerikanen hebben er alles verpest... Ik zou voor geen geld een meisje uit Sabang willen aanraken. De helft heeft aids. Neem mijn raad aan, ga niet terug.' Hij keek me aan zoals een vader naar zijn ongehoorzame zoon kijkt: vermanend maar toch met affectie. Nu ik Christer in profiel bekeek, viel me op hoe goed hij op koning Boudewijn leek. Hij had dezelfde zorgelijke blik, hetzelfde hoge voorhoofd en dezelfde mooie, klassieke neus en dunne lippen. Zijn bewegingen en mimiek waren echter die van een marionet die door een dronken poppenspeler werd gehanteerd. Christer begon aan een lang verhaal over koning Bhumibol van Thailand. Ik luisterde maar met een half oor. Over een paar minuten vertrok de laatste jeepney naar Sabang. Ik had zin om te vertrekken. Hier zou de avond voorbijvliegen met drinken en praten. Ik was pas vijfentwintig en wilde de mysteries van het leven zelf onderzoeken in plaats van erover te praten. Het was zes uur, de zon ging langzaam onder, zoals ze elke dag onderging, het hele jaar door, en om zes uur 's morgens zou de zon weer opkomen, zoals ze elke dag om zes uur opkwam. 'Daarom zijn ze hier zo lui,' zei Christer, 'ze hebben geen tijdsbesef.' Ik schrok, het was net of hij mijn gedachten had kunnen lezen. 'Alle dagen lijken hier op elkaar, wat ze vandaag niet afkrijgen, stellen ze uit tot de volgende dag. Mañana, mañana... altijd maar weer mañana. Ze hebben hier de beste landbouwgrond, maar ze hebben het nu eenmaal in hun hoofd gehaald dat ze van het toerisme willen leven...' Hij pauzeerde om een zoveelste muntsigaret aan te steken. '... terwijl er bijna geen toeristen zijn... My golly!...' Christer had de sigaret met het tabakseinde in zijn mond gestoken en had de filter aangestoken. Hij gooide de sigaret vloekend op de grond. 'My golly... ik ben echt gek aan het worden. Weet je... net voor jij terugkwam van Sabang, zat hier een meisje, een jaar of zestien oud, denk ik, ze had in ieder geval nog geen tietjes... Ze vroeg me waar mijn vrouw was... My golly... ik zei haar dat ik mijn vrouw vermoord
maar gelooft...'
Jenina zat met een man van een jaar of vijftig op het strand. 'Waarom ben je gisteravond niet gekomen?' vroeg ze me in het Tagalog. 'Ik zat met een vriend in de Outrigger te praten,' antwoordde ik in haar taal. 'De hele avond?' Ik knikte. 'Ik heb tot elf uur op je gewacht en heb toen maar een klant meegenomen.' Ze glimlachte. 'Deze gwapo hier.' Haar metgezel keek op. Gwapo was het enige woord dat elke toerist kende. Het betekende knapperd, en de meisjes van het strand begroetten elke westerling met dat woord, ook al ging het om een verrimpelde, tandeloze zeventiger. Na de begroeting volgde meestal een hele, met de meest lieflijke Filippijnse glimlach uitgesproken, reeks scheldwoorden in het Tagalog, Bisaya of Ilongo. Het land van de eeuwige glimlach. In mijn hut hing een poster met daarop afgebeeld vierentwintig verschillende manieren van glimlachen. Elke lach had een andere betekenis. Je kon naar iemand glimlachen en hem dan doodslaan of je kon al lachend komen vertellen dat je huis was afgebrand en dat je vrouw en je kinderen in de brand waren omgekomen. Er werd zachtjes op mijn schouder getikt. Het was Elizer, Christers manusje-van-alles. Een donkere jongen uit Palawan. Hij werkte al vijf jaar voor Christer en was zijn kok, reisgezel en bodyguard. 'Sir Chris zoekt je,' zei Elizer. Hij glimlachte vluchtig naar Jenina en keek toen weer naar de grond. 'Hij is heel ongerust... Je had hem gisteren beloofd om te gaan zwemmen... Hij heeft je overal gezocht.' 'Waar is hij nu?' 'In de Outrigger.' 'Dronken?' Elizer grijnsde. 'Hij is bij Buddy... Sir Chris zegt dat er grote problemen zijn.' 'Wat is er?' Elizer haalde zijn schouders op. 'Zou hij het erg vinden mocht je vannacht bij mij in Sabang blijven?' Elizer knikte. Hij had Christer nog nooit een nacht alleen gelaten.
De vloer was van aangestampte aarde, maar de muziek was heel goed. De Fashion was de enige discotheek in Sabang waar geen animeermeisjes werkten. Soms kwamen ze er na hun werk of op een vrije dag.
Toen Elizer terugkwam met de drankjes, haalde Jenina vlug haar hand van mijn bil. 'Op jouw verjaardag,' zei ik. Als ze lachte, kon je zien dat haar rechter snijtand zwart was verkleurd. Bijna niemand hier had een gaaf gebit. Met een zakdoekje veegde ik het zweet van mijn voorhoofd. Ik was de enige westerling in de zaak. De hele avond had ik als een houten pop te midden van een zee rubberen lichamen gedanst. De duizend pesos van Jenina, het geld dat ze de vorige nacht verdiend had, waren bijna op. Elizer en ik hadden niks. Jenina zat opgescheept met twee kerels zonder geld. Op deze manier zou er van haar plan om honderdduizend pesos bijeen te sparen en zelf een kleine zaak te beginnen, weinig in huis komen. Zo had elke Filippino wel een plan, een plan dat nooit zou uitkomen. Elizer wilde zeeman worden. Hij droomde van Europa, waar er oude steden waren met schone straten, en waar het wemelde van gewillige blondines met grote borsten. Christer betaalde hem honderd pesos per dag, een mooi bedrag, ware het niet dat Elizer de laatste twee maanden geen peso gezien had. 'Ik wil Sir Chris niet lastigvallen... hij heeft zoveel problemen.' Om één uur ging de Fashion dicht. We konden niet bij Jenina slapen. Ze deelde haar kamer met nog vier meisjes. We slenterden over het strand. De toeristen hadden hun keuze gemaakt en lagen met een meisje in hun hotelkamer. De dorpelingen waren gaan slapen omdat er niks meer te verdienen viel. Ik struikelde bijna over één van de touwen van de vele bangka's, smalle bootjes met aan weerszijden een vlotter zodat je niet kon omkiepen. Christer had me verteld dat de Maleisiërs en de Polynesiërs al meer dan tweeduizend jaar dat soort bootjes gebruikten. 'Weet jij hoe je naar de Outrigger moet varen?' vroeg ik aan Elizer.
De hemel was bezaaid met sterren. Dit hadden Adam en Eva gezien toen ze 's nachts naar boven keken. Het enige geluid was het klotsen van het water tegen de bangka. 'Ik hoop dat je ons niet naar Indonesië brengt,' zei ik tegen Elizer. 'Nee, nee, Sir, ik ken mijn weg.' Elizer peddelde heel goed, het bootje gleed gelijkmatig door het water, enkel als er een wat grotere golf aanrolde, spatte er wat water over de boord. Jenina lag in mijn armen. Ze was de conventie, in het openbaar geen affectie tonen, eventjes vergeten, of misschien was ze Elizers aanwezigheid vergeten. Ik streelde haar benen. Haar huid was glad en zacht als mangovlees. Na een halfuurtje kwamen we in Puerto Galera aan. Ik hielp Elizer mee de boot op het droge te trekken. We konden niet langs het strand naar mijn hut want er lagen te veel bootjes. 'Stel je niet te veel voor van mijn hut,' zei ik tegen Jenina. 'Geeft niet... ik nie wil jouw money, maar ik wil jouw honey,' grapte ze. Ze kneep even in mijn hand en ging wat dichter tegen me aan lopen. Elizer liep een paar meter voor ons. We konden hem met moeite zien. Het dichte bladerdek boven ons hield het licht van de sterren en de maan tegen. We kwamen aan de Outrigger. Mijn hut was de enige die verhuurd was. 'Waar ga jij slapen?' vroeg ik Elizer. Hij wees naar de houten plankenvloer voor de hut. 'Nu Sir Chris er niet is, werk ik voor jou. Ik zal waken als een hond.' Ik opende de deur en liet Jenina binnen. Onder de deur zat een briefje:
Ik moet je dringend spreken.Problemen met de huisbaas en de hele wereld.
Christer Nyblom.
Ik nam een deken en bracht het naar Elizer. Ik ging naast hem zitten. We zwegen. 'Sir Chris wil geld van je lenen,' zei Elizer plots. Hij keek me zorgelijk aan. Boven de zee waren lichtflitsen te zien. 'Onweer?' vroeg ik. 'Ja. Onweer in Manila... Het komt nooit tot hier.' 'Ben je al in Manila geweest?' 'Ik heb er gewoond. Ik hou niet van Manila. Te groot... te veel verkeer... te veel mensen... Sir Chris had er een huis, maar dat is door de grote aardbeving van vorig jaar volledig vernield.' Elizer had de hele dag bijna niks gezegd, maar nu was hij niet te stoppen. Hij vertelde de gebeurtenissen van de voorbije maanden. Na de aardbeving hadden ze een tijdje in Manila op hotelkamers gewoond. Er waren problemen met de verzekering en toen waren ze naar Puerto Galera getrokken waar ze voor vijfhonderd pesos per maand een huisje huurden. In Manila betaalden ze datzelfde bedrag voor één nacht hotel. Elizer miste zijn familie. Hij was al twee jaar niet meer naar Palawan gegaan. 'Gisteren had ik ruzie met Sir Chris... Ik had nog nooit ruzie met hem.' 'Waarover ging de ruzie?' 'Oh, niets belangrijks.' Elizer draaide met zijn tenen een paar cirkels in het zand op de plankenvloer. 'Na de ruzie zond hij me naar Sabang om jou te zoeken.' Hij zweeg even. 'Je gaat maar beter naar binnen,' zei hij, '... het meisje wacht op je.'
Jenina zat op het bed. Ze had net een douche genomen en had een grote badhanddoek om haar lichaam gewikkeld. Ik nam ook een douche en ging naast haar liggen. 'Mag het licht uit?' Ik deed het licht uit. Ze had zich niet afgedroogd en haar huid voelde aan als een vrucht die onder koel water was afgespoeld. Ik nie wil jouw money, maar ik wil jouw honey... Dit magere barmeisje wist hoe het moest. Toen ze oneindig zacht mijn rug streelde, haar vingertoppen gleden een duizendste van een millimeter boven mijn huid, vroeg ik me af of ze haar klanten dezelfde behandeling gaf. Net voor we insliepen, hoorden we de eerste vissers op het strand hun netten en bootjes in gereedheid brengen. Nog een uur en de zon zou weer als een gigantische gouden, van boven iets afgeplatte schijf uit de zee rijzen. Ik droomde dat ik in pyjama in Manila rondliep. Ik had al de hele week dezelfde droom. Ik hing rond in de volkswijken van Manila, ging er op café en had er lange gesprekken met allerlei Filippino's. Mijn avonturen liepen altijd op dezelfde manier af: ik werd me ervan bewust dat ik in pyjama zat en besefte dat ik de drankjes niet kon betalen omdat ik mijn portefeuille niet bij me had. Plots zat ik dan met mijn hele gezelschap in mijn hotelkamer en controleerde ik of mijn portefeuille nog in mijn koffer zat. Op dat moment werd ik wakker en wilde ik daadwerkelijk controleren of mijn geld en papieren er nog waren. Ook deze keer wilde ik uit mijn bed stappen.Ik merkte Jenina op, die met haar handen naast haar hoofd gevouwen lag te slapen, en ging weer liggen. Om elf uur werd ik wakker. Jenina zat naast mij een sigaret te roken. Ze had een lichtjes spottende blik: iets in haar ogen zei dat haar leven in Sabang één grote grap was. Ik vroeg haar wat ze voor ontbijt wilde. 'Een pannenkoek met bananen en een chocolademelk.' Ik deed mijn hemd en mijn broek aan en ging naar buiten. Elizer zat op de houten plankenvloer naar de zee te staren. Christer zat naast hem, zijn hoofd rustte op zijn borst, zijn lange, witte armen lagen als dode klimplanten naast zijn lichaam. Uit zijn mond sijpelde een straaltje bloed. Ik keek Elizer vragend aan. 'Ik moest het doen, Sir...' zei hij kalm. Zijn grote, trouwe hondenogen bestudeerden aandachtig elke emotie op mijn gelaat. 'Ik moest het doen, Sir... Hij wou je bestelen, Sir... Ik moest het doen...'
|
|