Terug naar de cover
Terug naar de inhoudstafel

ARNON GRÜNBERG 'FIGURANTEN'

Sarah Block

Het was een bijzonder rampzalig idee van de uitgever om de laatste drie bladzijden van de nieuwe roman van Neęrlands nieuwste succesauteur Arnon Grünberg te vullen met recensies van zijn debuut Blauwe maandagen. Niet minder dan drie recensenten noemen de naam van Woody Allen, drie andere zinspelen op Salingers The Catcher in the Rye en nog drie andere hebben het over Roths Portnoy's Complaint. Je kan nauwelijks beter aantonen hoe totaal tweedehands de thematiek, de stijl en de humor van dat eerste boek waren.
Mix de joodse schlemieligheid van Woody Allen met de jongensbranie van J.D. Salinger en overgiet beide met een sekssausje van Philip Roth en je hebt het instantrecept waarmee tegenwoordig twintigjarige toptienauteurs worden geproduceerd. De rest is kinderspel. Meteen beginnen alle media zo geil over de vertederende krullenbol van de succesboy te aaien dat die in de kortste keren de grootste schrijver van Nederland is. Hij krijgt stante pede een column in de Nieuwe Rotterdamse Courant (die in betere tijden een kwaliteitskrant was), wordt in New York een dag lang gevolgd door de filmploeg van de schattige, maar van elke literaire smaak gespeende Hanneke Groenteman en mag per slot van rekening het Nederlandse boekenweekgeschenk schrijven.
U vindt dat ik de zon niet in het water kan zien schijnen als ik niet hartelijk moet lachen om een komiek die zijn hele repertoire van zijn voorgangers heeft gejat? U vindt mij een academische zuurpruim als ik de mening ben toegedaan dat een boek niet alleen gepromoot maar toevallig ook nog geschreven moet zijn? Of, erger nog, u vindt mij een feministe als ik het niet uitschater bij de opdracht 'Voor Ewa (...) met warme herinneringen aan haar bietensoep'? Dan hoeft u niet verder door te lezen.
Oef, dan kunnen we eindelijk een beetje vrijer ademen nu we verlost zijn van de debiele macho die voor De Standaard der Letteren de tijdschriften recenseert. Voor de overblijvende lezers en lezeressen wil ik wel even uit de doeken doen wat me in het nieuwe boek van Arnon Grünberg niet bevalt.
Grünberg weet dat komische schrijvers in deze droeve tijden heel gewild zijn. Jammerlijk genoeg heeft hij op dat gebied weinig meer te bieden dan déjŕ vu's van de ergste soort. Eén van die stijlfiguren is het zinloos herhalen van hetzelfde woord. Dat gaat bijvoorbeeld zo:
De week daarop moesten we een droom vertellen. Ik vertelde - hoewel ik dat helemaal niet had gedroomd, ik kon me niet herinneren ooit gedroomd te hebben - dat ik gedroomd had dat ik generaal van een leger was. (11)
Zelfs Brusselmans doet zoiets beter. Nog eentje:
De leidster reageerde op mijn lijstje door opnieuw het collectief onderbewuste ter sprake te brengen. Misschien bestaat er zoiets als het collectief onderbewuste, alleen heb ik het gevoel dat het mij heeft overgeslagen. Dat zei Broccoli wel eens: 'Het collectief onderbewuste heeft me overgeslagen.' (13)
Voelt u ook gaap- en braakneigingen opkomen? Het kan anders nog een flink stuk saaier:
Ik voelde me net alsof ik aan het front zat tussen die mensen met een verfijnde smaak, maar ik voel me wel vaker alsof ik aan het front zit tussen mensen. Voor alle duidelijkheid, ik heb nooit echt aan het front gezeten. Want als je helemaal in je eentje bent is er geen front. Ook al ben je van top tot teen gewapend, voor een front heb je minimaal twee mensen nodig. Voor seks heb je aan jezelf genoeg. Dat is een belangrijk verschil tussen seks en het front. (16)
Meligheid troef:
Toen we eindelijk bij de bar waren raakten we in gesprek met een man die vertelde dat alle mannen jagers waren en aan ons vroeg hij of wij ook jagers waren.
'Laten we drinken op de jagers,' zei Broccoli.
Die avond besefte ik voor het eerst in mijn leven dat ik een jager moest worden. Het maakte niet uit waarop gejaagd ging worden, zolang er maar gejaagd werd.
'Ja,' zei ik, 'laten we drinken op de jagers.'
(83)
Zo zijn driehonderd bladzijden wel heel gauw gevuld. Ik zou me kunnen voorstellen dat de zinloze herhaling van woorden dient om de verteller te karakteriseren (zo gebeurt het in Grünbergs voorbeeld Salinger). Maar Grünberg is zo'n gruwelijke stuntel dat hij alle personages met dezelfde tic opscheept.
Mevrouw Eckstein bijvoorbeeld: 'Hij wordt een hele grote professor,' zei ze tegen mij, 'een hele grote. Weet je hoe ze hem op school noemden? De professor, omdat hij zo knap was, een echt wonderkind, daarom noemden ze hem de professor.' (152)
Zo ouwehoert iedereen in dit boek er maar op los. Dient de stijlfiguur misschien om de zinloosheid van het leven voor te stellen? Ik denk dat ze vooral dient om de zinloosheid van dit boek voor te stellen.
Tot zover de woordhumor van Arnon Grünberg. De situatiehumor is van dezelfde kwaliteit. Het gaat om procédés uit de stomste gooi- en smijtfilms: mensen in onderbroek opvoeren, mensen laten struikelen of vallen, mensen met dingen laten gooien. Een voorbeeld dat al deze elementen combineert (samen met het herhalingsprocédé):
Twintig keer hebben ze me die nacht van de trap gegooid. Om precies te zijn, een hoer moest me de trap af gooien omdat ik niet kon betalen. Daarom moest ik met mijn broek op mijn enkels de trap af worden gegooid. En terwijl dat gebeurde riep ik: 'Sodeju hč.' Daarna gooide ze me nog wat van mijn kleren na. (71)
Grappig is ook mensen in dingen te laten trappen. Grünbergs originaliteit bestaat erin daarvoor een pizza te gebruiken. Maar ook hier weet hij weer van geen ophouden, zodat een grappig bedoelde scčne geeuwerig uitvalt:
Naast haar bed stond een kartonnen pizzadoos waar nog een halve pizza in zat. Ik was er al twee keer in gestapt. (105)
Merkwaardig genoeg merkt de schrijver niet dat hij bezig is met een running gag, want op de volgende pagina schrijft hij: Ten slotte liepen we naar haar bed. Toen trapte ik voor de eerste keer in die pizza. (106) Op de daaropvolgende pagina is het weer raak: Ik stapte uit bed en trapte weer in die pizza (107). Daarna staat er verwarrend: Ik had nu al vijf keer in de pizza getrapt. Grünberg moet zijn humoristische timing beter bijhouden. Maar waarom zou hij? Publiek en pers vinden zijn boek al goed voor ze het gelezen hebben.
Ik moest ook nog iets zeggen over de hoofdfiguren, maar aangezien Grünberg zelf in dit even vervelend als nutteloos boek zegt dat het figuranten zijn, hoeft dat gelukkig ook niet meer.

© Sarah Block