|
FALL CLAUSEWITZ
Robbert So
Tiergarten 24/4, ochtend
spelende kinderen
EVA Zo'n warme gloed.
Ik ben blij dat ik leef.
Het is zo stil.
Je zou niet geloven dat er andere mensen zo dicht genaderd zijn. Je kunt je niet voorstellen dat iedereen ondergronds leeft. De stilte. De lucht. De hemel boven Berlijn is blauw en de grond is zwartgeblakerd. En toch groeien er lentebloemetjes.
Ze zijn stil. Wat zouden ze doen? Ze kruipen naar ons toe. Als kinderen, om hun vlag te planten.
De kooien zijn leeg. Buiten de kooien leeft iedereen in gevangenschap. Ik ben gisteren nog buiten geweest. Ik werd weer teruggestuurd. In de verte klonk het trommelvuur, de onophoudelijke bominslagen. De stad is onherkenbaar veranderd. Vandaag is het rustig. Vandaag wacht iedereen.
MAGDA Het is goed als de kinderen naar buiten kunnen. Beneden vervelen ze zich. Beneden weten ze niet meer wat dag is en wat nacht.
EVA Er zijn nergens vogels meer...
Vroeger hoorde je overal het gekraai van vogels.
Overal... grote witte vogels.
MAGDA Ze zijn verjaagd. Door het stof, en het geluid.
EVA De kooien zijn leeg...
Er zijn geen dieren meer.
Vroeger speelden hier tientallen kinderen, keken naar de dieren.
Speelden met de pasgeboren hertjes.
MAGDA De dieren zijn geslacht.
De mensen hebben honger.
EVA Afschuwelijk. Ik zou nog liever vergaan van de honger.
MAGDA En je kinderen?
EVA Die heb ik niet.
pauze
MAGDA Had jij geen kinderen gewild?
EVA Hij denkt dat zijn kinderen ten opzichte van hem alleen maar middelmatig kunnen worden.
(ze lachen)
Het zal wel iets met mij te maken hebben.
Aan tafel, nacht
BORMANN (eet spaghetti)
Ik heb een lichte neiging tot destructie.
Ja, ik heb wel iets destructiefs.
Weet u wat dat is? Weet u wat dat betekent?
Ik heb aandrang. Vieze oprispingen, begrijpt u wel?
pauze
Ik een psychopaat? Ik ben geen psychopaat. Nee, nee, ik niet; ik ben geen psychopaat. Kom zeg... een psychopaat. Ik.
Gewetenloos! Welnee. Ik heb een geweten.
Ik heb alles geweten.
(glimlacht)
Ik ben helemaal alleen. Niemand houdt van me.
Ik hou niet van mensen.
Mensen zijn vies.
Mensen zijn smerig.
Mensen stinken als ze ontbinden.
De wereld is een urinoir.
De wereld is een pisbak.
De wereld is een openbaar toilet.
Iedereen schijt op elkaars kop.
Je moet gewoon doen wat in je hoofd opkomt.
Niet denken, nooit denken. Hersenen dienen uiteengereten op straat te liggen om door de honden te worden ondergezeken. Gewoon schijt eraan en terugslaan.
Ik heb zojuist bevolen tot de vernietiging van het rijk.
De aarde achter ons moet verschroeid zijn,
zodat nooit meer iets kan groeien.
Ik zal zulke grote hoeveelheden op hun kop schijten
dat ze erin stikken en ik alleen over ben.
Dan ben ik weer alleen.
Niets zal veranderen. Alles zal eeuwig hetzelfde blijven.
Mensen zullen net zo lang op elkaars kop schijten,
tot iedereen uiteindelijk stikt in de stront van een ander.
We kunnen beter alles meteen opblazen,
dan wordt het tenminste wat welriekender.
Alleen hij begrijpt me.
Hij begrijpt me werkelijk.
Nu gaat hij met haar trouwen.
Maar wat kan ik doen?
Hij wil haar trouwen.
|