


|  |
ZUIVERE ROOKTIJD
Koos van Zomeren
Schrijvers zeggen wel eens in interviews dat ze heftig worden aangegrepen door hun eigen werk. Dat had ik ook. Ik werd er ziek van, of op z'n minst gammel, na het werk een ernstige terugslag in de vorm van een dichtgeschroeid hoofd, een soort verlamming van het ingewand.
Buiten het schrijven rookte ik met mate, onder het schrijven continu. Wel tien sigaren op een dag, zes uur zuivere rooktijd.
Ontzien werd ik eigenlijk alleen op momenten dat in het vuur van het schrijven een sigaar ongemerkt uitging.
Soms nam ik mij voor: géén sigaar voor een zeker tijdstip.
Maar dat ging maar even goed. Dan betrapte ik mijzelf al op de houding van iemand (ellebogen op de schrijfmachine, blik en verstand op nul), die het aanbreken van zeker tijdstip zit af te wachten.
Ach wat, vermande ik mij dan, je werkt aan een wereldboek en daar moet je iets voor over hebben. Sigaar voor meneer!
Ik heb eens, terwijl ik aan een roman bezig was, alle verbruikte doosjes en kistjes in een hoek gegooid. Na voltooiing lag daar een monumentaal kunstwerk op een hoop.
Ik heb eens uitgerekend welk deel van mijn honorarium al bij voorbaat in de as was gelegd. De behoefte aan een bestseller deed zich toen extra gevoelen.
Zowel om redenen van gezondheid als financiën hebben we uiteindelijk een listig spaarsysteem ingevoerd. Een vast bedrag per maand voor sigaren en wat ik daarvan overhoud gaat in een potje, dat mij vrij te besteden staat. Ik ben getrouwd, wij hebben kinderen, maar met dat potje hoef ik daar geen rekening mee te houden.
Dat werkt.
Al een paar jaar.
Het papier op mijn kamer blijft langer wit. Mijn kleren blijven frisser. De hond hoest niet meer.
Een groot deel van die tijd had ik een rubriek in NRCHandelsblad, één stukje per dag en dat ene stukje was precies één sigaar lang, perfect.
Maar nu wil ik weer een roman.
Ik leg een sigaar op mijn bureau en ik weet dat ik daar de hele middag mee moet doen, ik zal hem pas opsteken als het schrijven behoorlijk op gang is gekomen. Komt er van dat schrijven niets terecht, dan ga ik straks toch met een voldaan gevoel aan tafel voor het avondeten. Ik heb weliswaar niets uitgevoerd, maar ik heb tenminste ook niet gerookt. Mijn potje stroomt vol.
|
|