|
|
Losse notities
Edegem, jaar of acht, eerste sigaret. Misselijk. Draaierig gevoel. Angst dat ouders geur (adem) zouden merken.
Mijn vader rookte zware sigaretten. Groene pakjes. Verdwenen, vergeten, merk.
Kreeg soms sigaret op zondag. Later een pijp. Moeilijk op de fiets. Kreeg ook een bril. Nog zoiets.
1957, eerste Remington, Travelwriter. Rookte constant blauwe Gauloises. Kamer vol rook. Schreef een Geschiedenis van de Jazz.
1958, Leuven. Astmasigaretten Escouflaire die naar marihuana geurden, om indruk te maken.
1963, Parijs, bij George Andrews en William Burroughs. Op tafel, grote porseleinen pot echte stuff. Geen effect. Mexicaanse champignons. Goed geslapen.
1966, eerste jaar op BRT3. Rookte drie pakjes Gauloises per dag, vooral tijdens typen. Sigaret brandde meestal op in asbak.
1970. Eerste kennismaking met zwarte en gekleurde Sobranie, slecht, duur, spectaculair, die ik rookte uit snobisme, nu nog op vernissages (ik steek er maar een op). Niet meer te koop in België, soms in de betere taxfreeshop.
1972, Düsseldorf. Daniel Spoerri en ik zijn weg van de mooie H.H. die rookt noch drinkt. Daniel geeft het drinken op, ik stop met roken. Sindsdien lange periodes van wel en niet roken, heb er nooit last mee.
Eet graag heet. Vreemd genoeg doet de idee alleen al (nu ook tijdens typen) me tot tranens toe transpireren. Zelfde effect bij het zien van reclamefoto's voor sigaren. Toch niet rationeel.
Rook geen Gauloises meer maar Dunhill menthol. Hugo Claus (continu stoppend/rokend) raadde menthol af, zou impotentie veroorzaken. Is van die idee teruggekomen.
Rokers vertonen curieuze intoleranties voor sommige merken en houden vast aan één merk. Heb HenriFloris Jespers nooit gezien zonder Laurens filter. Ken mensen die desperaat waren na afschaf gele Boyards. Begrijp zelf niet waarom mensen hun sigaretjes zelf rollen.
Ergens jaren tachtig: diepe nacht op terugweg van Amsterdam met Franz Marijnen, die bij de grens bij ouders langsrijdt om sigaretten te halen, ze houden hem wakker. Niet zo dom. Sindsdien sigaret in wagen.
Willem Frederik Hermans eeuwig aan de Gauloises. Voor zijn De laatste roker (1991) laat ik Gauloisespeukjes opkleven in een boekband met venstertje van plexiglas.
Herinner me nu dat Daniel Spoerri, voor een van de banketten van de Nouveaux Réalistes, de ontwerper van het Gauloisespakje uitnodigde om hem te eren als eerste maker van Franse multiple.
Jaren negentig, er wordt minder gerookt. Eerste rookvrije restaurantafdelingen. Goede Belgische oplossingen voor restaurants met etage of verhoog: rokers onderaan.
Ostracisme op vliegtuigen. Herinner me ook paniek van twee nietrokende Amerikaanse vrouwen in transitzone in Tokyo, men rookt zich daar te pletter. Géén rookvrije ruimte toen, inmiddels wèl.
Prijskamp ooit gezien op televisie (Holland...): rokers die er met hun pijpje, dat niet mag uitgaan, er het langst over doen.
De angst van de roker: er moet altijd een pakje voorhanden zijn, zoals voor de zware drinker een fles in reserve.
De stank van koude rook voor nietrokers. Rokers die niet meer roken: Roel D'Haese stuurde zijn bezoekersrokers resoluut de tuin in.
Er zijn bokken die bier drinken, zijn er dieren die roken?
Pierre Louÿs schreef een verhaal. Een godin uit de Oudheid daagt hem uit één nieuwe uitvinding inzake genot voor te leggen. Biedt haar een sigaret aan. Ze geeft zich aan hem. Dichters toch!
|
||||||||