


|  |
Didi de Paris
Achtung: Rauchen verursacht Krebs. Attention: Fumer provoque le cancer. Waarschuwing: wie dit leest is de sigaar.
I smoke a lot zingt Sara Bettens ergens in de periferie van mijn dichtslibbende aders. Don't smoke in bed antwoordt Patti Smith van in mijn radio. Omdat ik geen zin heb mij in de discussie te mengen, veer ik uit bed.
Antwerpen draaischijf sigarettenfraude titelt het ochtendblad. Wat moet ik mij daarbij voorstellen? Chocoladen sigaretjes? De oudste bewoners van dit land waren de Gauloises, fluistert pagina drie. De president van de VS heet Johnson. En Marlboro steunt de KuKluxKlan, meldt Belga. Sinds het overlijden van de Marlborocowboy zingt Lucky Luke I'm a poor lonesome cowboy, met een grassprietje in zijn mond. Geef mij maar Madam Pheip, of De Sigaren van de farao. Tot voor kort - toen hij nog rookte - was Fidel Castro mijn lievelingspoliticus. Margaret Thatcher - kankerteef - werkt voor Philip Morris. Nergens in de krant een woord over wie er vandaag met roken stopt. De beste politica vond ik Golda - zonder filter - Meïr: 150 sigaretten per dag, en ik bleef een onvoorwaardelijke fan van Gainsbourg: zeven pakjes per dag; Van Rossem 8.
Op de tonen van Pink Floyds Come and have a cigar zeg ik: mijn favoriete schilderij is nog steeds Ceci n'est pas une pipe. In Jim Jarmusch' Dead Man, die in weerwil van wat de titel deed vermoeden helemaal niet over roken ging, was de running gag: 'Do you got any tobacco?' Van dezelfde regisseur is de kortfilm Coffee and Cigarettes. De beste film die ik het voorbije jaar zag was Wayne Wangs Smoke. Niet te verwarren met de gelijknamige prent van Andy Warhol.
Smoke gets in your eyes neuriet mijn linkerhartklep. Mijn eerste kus was de vurigste: 'k vergat m'n sigaret uit m'n mond te halen. Iedere vogel zingt zoals hij gebekt is, mompelt Humphrey Bogart, eeuwige saf in de mondhoek. Een kettingroker loopt slofslof. Roken is de prothese die je een houding geeft.
In mijn platenkast koester ik het quasi volledig oeuvre van Smokey, Pointer Sisters, Manhattan Transfer en andere zingende diepvrieskippen.
Middag en ik kook. Niet dat ik het moeilijk heb om met roken te stoppen, maar: 'Partir, c'est mourir un peu.' Roken, dat kruipt in je kleren. Give me money, give me sex, give me burning cigarettes spoken de Virgin Prunes door mijn hoofd. En terwijl de radio overgaat op Love Hurts van Nazareth, denk ik aan James Dean die van al zijn minnaars verlangde dat ze sigaretten doofden op zijn torso. In een flits zie ik een glimp van een brandende sigaret in een schaarsverlichte cel.
Roken is een kleurrijke bezigheid: bruine vingers, gele tanden, rooddoorlopen ogen, zwarte rochels, en je betaalt je blauw. Kortademig, een stinkende bek, beslagen tong. Tot je op een dag definitief Blue in the Face wordt. De mogelijkheden van roken zijn schier onbeperkt. 'Schat, ik haal even sigaretten.' Drie dagen later kom je moe maar tevreden thuis. 'Schat, geef me de vredespijp.' Ashes to ashes, fun to fun. Vingers die stinken alsof je aan je hol hebt gekrabd. Roken, ik zal het missen, vooral het hoesten en rochelen 's morgens.
Roken: van bij de eerste trek stapte ik een wonderlijke wereld binnen. Ik, het slagerszoontje, liep in een film noir over de glimmende kasseien van de Dijkstraat in een dorp noch stad, vis noch vlees, een zwartwitte vlek aan de rand van de hoofdstad. Hard duwen tegen de deur van het winkeltje. Zakken vullen. Je hoefde je nooit te haasten, Marie kwam altijd vanuit de eeuwigheid. Een vliegtuig stijgt op. Als de rook om mijn hoofd is verdwenen, hoor ik heel ver op de achtergrond de intro van Deep Purples Smoke on the water. Dampen stijgen op, alle asbakken van de wereld staan in brand. Fire! Waar rook is, is vuur. Arthur Brown gemixt met the Pointer Sisters, Baby, light my fire. Vanuit een staalblauwe achtergrond komt een Würlitzer jukebox aanrollen. De glitter en de neon verblinden mij.
Tabak is een - Trainspotting - harddrug. Een collega exroker heeft jaren later nog altijd dezelfde weerkerende droom: er werd een wet aangenomen waardoor iedereen verplicht wordt minstens één sigaret per dag te roken. Nietrokers zijn azijnpissers. Rokers stinken uit hun bek. Roken of niet roken, that's the question. Alle mensen hebben dezelfde zenuwtrek: ademen.
Vroeger was een meisje of een vrouw die op straat rookte een hoer. In Amerika mag je nergens roken, maar overal gewapend rondlopen. Adolf Hitler - toch iemand die vrij bekend is geworden - wou op de sigarettenpakjes laten opdrukken: Roken schaadt je gezondheid. Mooi, iemand die wou voorkomen dat zijn medemens in rook opging.
Toch was mijn bestaan toen ik nog tot het asbakkenras kon gerekend worden allesbehalve benijdenswaardig. In no time waren mijn longen bedorven. Al mijn aders slibden dicht, van een boom van een vent veranderde ik in een stronk, want mijn benen moesten worden afgezet. Niettegenstaande ik aldus eindelijk over een lul tot op de grond beschikte, had ik, hoe smoorverliefd ik ook was, steevast last van impotentie.
Avond. Mijn eerste nietrookdag zit erop. Ik ben dringend aan een beloning toe. Tabak blijft uit mijn leven gebannen. De handeling van het sjekkies draaien blijf ik wel uitvoeren. Voortaan zoek ik mijn heil in biologisch geteelde artikelen die uitsluitend verkrijgbaar zijn bij de betere plaatselijke handelaar, onder exotische merknamen zoals 'hydro', 'bio' en 'skunk'.
|
|