De tijd die ik besteed aan rozen
is belachelijk: het is de bloei niet
die behoedt maar het gevallen blad -
de nijd waarmee ik tijd te lijf ga
is belachelijk: het is de duur niet
die beklijft maar het verval.
Veronderstel dat ooit een weergaloze knal
de woorden uit hun zin doet spatten,
belachelijk is het daarin te geloven.
Want waarheid heeft gemeen met praten
dat op de oevers van een mond geen
bloem gedijt en duur direct verrot:
alleen in onbestaan is tijd tot over
woekering in staat en streelt de roos
tot zij in uitbloei haar bestaan bekent.