Mijn leven is een kort verhaal. Een boeiend verhaal. Maar kort. Het wordt steeds langer (en langer) (en nog weer langer).
Het is zaterdagnacht, er is niets te eten. Ik kan wel een fles jenever voor je opendraaien. Wanneer je in een kort verhaal blijft schrappen hou je uiteindelijk een leeg wit vel papier over. Dat is wel boeiend. Er valt een hoop uit af te leiden. Wat voor een persoonlijkheid je was. Wat voor hobby's je had. Wie je bewonderde en waarom. Wat je ambities waren. Naar welke tvprogramma's je graag keek. Bij wie je 'm erin stak. En bij wie niet. En waarom bij die en die wel. En waarom bij die en die niet. Van wie je droomde in de nacht als het ging krimpen en fluiten. En van wie niet.
Mijn hoofd is te zwaar. Ik houd het in mijn handen. Er is een vrouw die ik liefheb (ze woont in) (ze heet) (ze houdt van) (ze vindt het lekker als ik) (haar ambities zijn). Liever iets dan niets. Liever een half dan nul. Liever nul dan min één. Liever min één dan min tien. Oog in oog met de doden moet ik altijd eerst lachen. En daarna moet ik huilen. En uiteindelijk kijk ik maar wat voor me uit.
Liever niets dan helemaal niets. Liever helemaal niets dan absoluut niets. Liever absoluut niets dan totaal niets. Liever totaal niets dan nooit meer iets.
Liever een kutgedicht dan geen gedicht. Liever een tegenvaller dan geen meevaller. Liever vermoord worden dan niet geleefd hebben. Liever aan kanker overlijden dan aan zelfmedelijden.
Jouw wijsvinger is mijn werkgever. Maar mijn tranen krijg je niet. Die verdien je niet. Vraag maar aan een vrouw zonder gezicht. Die wil nog wel eens grienen. Omdat ze godverdomme niks beters weet te doen.
Jij zegt dat je wilt discodansen. Met je mond wijdopen omdat je op een trip bent. Met je mond wijdopen omdat je niks te zeggen hebt. Met je mond wijdopen omdat alles je gelijk blijft (liever een gebakken ei dan een gekookt ei) (liever een gekookt ei dan een roerei) (liever een roerei dan géén ei).
Wanneer een kort verhaal steeds langer wordt mag je het een andere naam geven. Je mag het roman noemen. Je mag het epos noemen. Je mag het ook een kort verhaal blijven noemen. Alleen ben je dan wel gek. En als je gek bent willen de meisjes niet meer met je naar bed. Niemand wil wakker worden naast een gek. Behalve mijn kat dan. Maar die is ook niet helemaal goed.
Liever jouw hand in m'n broek dan mijn eigen hand in m'n broek. Liever mijn eigen hand in m'n broek dan géén hand in m'n broek. Als jij A zegt zeg ik B. Niet omdat dat ergens toe leidt. Maar gewoon. Uit automatisme. Als jij Bassie zegt zeg ik Adriaan. Niet omdat ik me daar beter door voel. Maar gewoon. Omdat er anders zo'n rare stilte valt.
Doe iets zinnigs (zet de tv aan).
Bij Amazing Discoveries is een reclameboodschap voor de Blue Blocker. Dat is een zonnebril die ervoor zorgt dat je je ogen niet meer samenknijpt als je de zon inkijkt (hij is niet veel) (hij kost niet duur). Als je belt met het nummer dat naast de vlag van je land staat heb je de Blue Blocker binnen een maand in huis. En als je niet voor de volle honderd procent tevreden bent kun je gebruik maken van de Geen Gezeur Niet Goed Geld Terug Garantie (dus je loopt geen risico) (dus je loopt geen risico) (dus je loopt geen risico) (dus je loopt geen risico) (dus je loopt geen risico) (dus je loopt geen risico) (dus je loopt geen risico) (dus je loopt geen risico) (dus je loopt
Als de telefoon gaat neem ik niet op. Als ie niet meer gaat bel ik iemand op. Als er iemand opneemt leg ik weer neer. Als de telefoon wéér gaat neem ik op. Ik zeg dat het goed met me gaat en leg weer neer. Als het me te lang duurt druk ik redial. Iemand neemt op. Ik zeg hallo met God. Dan leg ik weer neer en moet lachen. De telefoon gaat. Ik neem op. Iemand schreeuwt dat het goed met 'm gaat. Dan wordt er weer neergelegd. Uit verveling druk ik weer redial.
Wil je nog wat van je leven maken drink dan geen jenever. Drink dan water uit een wijnglas zonder strepen. Het is allemaal ontzettend spannend en inspirerend. We krijgen er een kick van. Het stimuleert ons echt om dòòr te gaan. We zeggen allemaal wat. De één zegt dit. De ander dat. Meestal zeggen we gewoon maar ja. Of nee. Of iets ertussenin.
Soms kom ik in de trein een oude bekende tegen. Die vraagt dan hoe het gaat en ik antwoord dan dat het wel goed gaat. Die vraagt dan wat ik doe en ik antwoord dan dat ik van alles doe. Die vraagt dan om m'n telefoonnummer en ik moet dan hoesten. Die stapt dan uit op het Amstel Station. Ik moet er daar ook uit, maar ik rij toch maar mee naar het Centraal Station. Niet omdat ik een hekel heb aan oude bekenden. Maar gewoon, omdat het me beter lijkt om nog even te blijven zitten.
Je wilt weten wat poëzie is. Pak het woordenboek dan. Daar staat het in. Je hebt er niks van begrepen. Ik weet niets. Ik heb nooit iets geweten. Wat ik wist ben ik vergeten (ik schrijf omdat ik 's nachts soms in ademnood wakker schrik en mezelf dan zo uniek en enig vind dat ik alles noteren moet dan wel mezelf wegcijferen moet) (en ik wil mezelf niet wegcijferen omdat nçemand dat doet).
Liever over een uur dood dan nu dood. Liever nu dood dan toen ik de vorige zin opschreef dood. Er is geen weg terug want er is geen weg héén (en je loopt geen risico) (en je loopt geen risico).
Ik hoef niet langer te weten wie ik ben en om welke reden. Ik neem een andere identiteit aan. M'n eigen.