Je. Kijkt. Door me heen. Je. Hebt. Het verstand. In pacht, heet dat. Ik ben de poëzie. Ik ben een ezel (hebt het verstand). Mijn penis heeft hersens en kan je vriendje worden. Mijn penis kan groeien en dan is er best wat mee te doen. Ik noem mijn penis geen roede. En ook geen lul. Maar ook geen jongeheer. Het is een penis. Een penis (op penis rijmt: alleen is).
Ik ben bang voor de muizen in mijn huis (op penis rijmt: gemeen is) die op het moment dat ik de lichten in mijn kleine kamer heb gedoofd beginnen te lopen en zachtjes te piepen. Bang dat ze m'n bed in kruipen en op mijn hoofd de polka dansen (vannacht sliep ik bijna en opeens voelde ik wat aan mijn hoofd en ik sloeg tegen mijn hoofd maar ik zag geen dode muis en ook geen muis op de vlucht) (dus het was allemaal niet waar).
Wat kan een muis me doen (er zijn trouwens meer muizen) (twee of drie) behalve aanraken? Een muis is klein. Een muis heeft geen slagtanden. Een muis kan geen gif spuwen. Een muis kan geen AIDS overbrengen. Dus waarom (op penis rijmt: van steen is) staat mijn hart stil, stokt mijn adem wanneer ik 'ritsj ritsj' hoor aan mijn voeteneind (laat de muis de muis) (de muis is de natuur) (de man in bed zou van de wereld moeten zijn) (maar hij staart) (staart) (en staart). Hij rent naar buiten en weer naar binnen en hoort muizen en brengt zijn dekbed naar de woonkamer en gaat liggen op de bank maar blijft rusteloos, wordt gek.
Straks komen ze weer want het is half één en ik ga proberen van iets te dromen. En dat ga ik dus niet doen. En zo gaat alles mis. Op penis rijmt: ver heen is. Je zet een baseballpet achterstevoren op je harses. Je bent een neger. Je schudt de tranen uit je ogen. Noem het regen.