KRACHT

Kracht omdat ik als geen ander weet wat onontbeerlijk is. Zeker als je jezelf amuseren moet. Kracht omdat zij het bezit en ik wil niet voor haar onderdoen. Het is heel goed mogelijk dat ik daar gewoon te eigenwijs voor ben. Hoewel ik nu bijna ontplof zoals ze binnenkomt. Kracht omdat ik met mijn ogen doden kan. Waarna zij dat dan niet meer kan en de vloer bestuderen gaat. Kracht omdat dat een overwinning is. Opdat zij zegt dat dat niet zo is. Kracht omdat zij zegt dat het niet zo is.

Over dat ik 'r niet uitpraten laat en dat dat belachelijk is en dat dat ook zo is. Ze is de mooiste vrouw die ik in mijn leven gezien heb (hou ik mijzelf voor) en zij zal me verlossen van alles dat me pijn doet (beweer ik) en ze moest maar snel mijn vrouw worden (mijmer ik) anders maak ik het niet lang meer (zweer ik). Kracht vanwege de vluchtigheid van het beweerde (met een sigaret in de hand leest ze twijfel en propt ze haar tong in mijn mond) (alsof dąt iets duidelijk maken moet).

Neem wanneer ik op het strand aankom en aan haar haren trek en dan mijn lang niet gehoorde schaterlach bulderend over het zand, alleen maar omdat zij en niet een ander bij me is en me aardig vindt. Alleen maar omdat iedereen ziet dat zij me niet op de wang maar op de lippen kust. Alleen maar omdat iedereen ziet dat mijn hand niet op haar rug maar op haar billen rust.

Op het strand, toen ze de roze sweater droeg en de gescheurde jeans en alsof alles al jaren zo geweest was haar hoofd op mijn borst leunen liet (en dan zwijgend nergens heen wandelen met de gedachten niet bij haar maar bij handelingen die op dit moment niet plaatsvonden en evenmin hier op het strand).

Tadoem, tadoem, tadoem. Tadoem, tadoem, tadoem. Ik wil een fles wijn leegdrinken. Maar met wie (oh) (wie). Met het antwoordapparaat. Met God. Met mijn uitgever. Met de A­drive van mijn computer.

Met de B­drive.


© Erik Jan Harmens