LACHT

Waarom. Omdat ik alles en iedereen om me heen degradeer tot het minieme weinig, het minieme niets (en alle zandlopers zijn gevuld) (en tijd is wat de klok meet) (en we worden met z'n allen tegelijk gek). Want die man pakt zijn pen en schrijft dat ik niet schrijven kan. Zegt dat ik niet spreken kan. Beweert dat ik minder goed ben dan een ander.

Omdat. Waarom ik liever in jouw bed lig dan in mijn eigen. Waarom ik niets over niets wil weten maar des te meer over alles (het avontuur lonkt niet meer) (ik zit er immers midden­in) (maar jij noemt de woorden 'middenstof' en 'sneeuwvlok') (en daar mag ik dan op reageren).

Begrijp je me? Begrijp je dat mijn hoofd volloopt met water en dat ik niet meer ademhalen kan omdat jij vierentwintig uur per dag (per nacht) voor mijn ogen danst en dan zegt dat je van me houdt? Dan gaat lachen en me tussen de benen schopt? Omdat ik een romantisch sentimenteel melancholisch mongooltje ben geworden?

Laat ik het in grotemensentaal voor je uittekenen. Een witte kamer, twee jonge mensen. De één links, de ander rechts. De één kijkt naar de ander en lacht. De ander kijkt naar de één en wacht af.

Want jij tekent niet meer. Je schrijft niet meer. Je eet niet meer. Je loopt alleen nog maar langs de grachten en over de trambanen met je hoofd in de wolken en je blik op oneindig.

Of: ik heb geen medelijden met je. Ik hou van je.

Ergo: jij en ik.

En/of: intimiteit.


© Erik Jan Harmens