Och, als ik aan de mooie borst geheven
Van wie ik wil beminnen tot de dood,
Met hem zonder dat nijd het mij verbood
De tijd mocht slijten die me is gebleven,
Als hij me met zijn armen zou omgeven
En zei: Laat ons genieten zonder nood
Dat ooit een storm, een stroming of een stoot
Ons, Lieveling, zou scheiden in ons leven,
Als ik hem in mijn armen hield geprangd,
Zoals klimop zich om de boomstam rankt,
En kwam de dood, die mijn geluk benijdde,
Terwijl hij mij nog zoeter kussen gaf
En op zijn lippen zich mijn geest begaf,
Dan stierf ik, meer dan levend, van verblijden.