9

Zodra ik in mijn zacht bed kan beginnen
De rust te smaken waarnaar ik verzucht,
Neemt mijn bedroefde geest uit mij de vlucht
En vliegt naar jou zonder zich te bezinnen.

Dan blijft het of ik innig hier vanbinnen
De lust voel waar ik zo naar heb gezucht
En waar ik zo mijn hart voor heb gelucht
Dat mijn gesnik me vaak scheen te ontzinnen.

O zoete slaap, o gelukzalige nacht!
Verrukkelijke rust vol vredigheid,
Laat elke nacht hetzelfde droombeeld komen,

En als mijn ziel die zo naar liefde smacht
Nooit lust mag vinden in werkelijkheid,
Verleen haar die tenminste in haar dromen.


© vertaling Paul Claes