8

Ik leef, ik sterf, ik brand en ik verdrink.
Verkleumd van kou voel ik de heetste vuren.
Mijn leven mengt het zoete met het zure,
Als ik vol vreugde in verdriet verzink.

Ik lach terwijl ik nog een traan wegpink,
En in genot moet ik veel leed verduren,
Mijn lust vergaat en zal voor altijd duren,
Ik ben verdord terwijl ik welig blink.

Zo blijft me Amor onstandvastig leiden,
En als ik denk te leven onder druk,
Ben ik opeens verlost van alle lijden.

Maar als ik zeker lijk van mijn verblijden,
En op het toppunt sta van mijn geluk,
Stort hij me in mijn vroeger ongeluk.


© vertaling Paul Claes