23

Wat baat het mij dat jij weleer gereed
Stond mij te prijzen om mijn gulden haren
En om mijn ogen die zo stralend waren
Als Dubbelzonnen, waaruit Amor wreed

De schichten schoot die leidden tot je leed?
Waar ben je, tranen die ik zag bedaren?
En Dood, die ongeschonden moest bewaren
Je hechte liefde en herhaalde eed?

Was de bedoeling van je overgave
Me onder schijn van slaafsheid te verslaven?
Gun ditmaal, Liefste, mij vergiffenis,

Al blijven spijt en woede in me strijden,
Want waar je ook mag zijn, ik weet gewis
Dat jij dezelfde marteling moet lijden.


© vertaling Paul Claes