|
ALS PLOTS AAN DE RATATA EEN EIND ZAL ZIJN GEKOMEN
J.M.H. Berckmans
A la façon de la Brabançonne. (Hymne aan Jef Klak,nu Bettens) Oh dierbaar België de koning kan niet schijten want z'n hol is toegeplakt met kol, oh vaderland de ezel kan niet kakken want z'n trou zit vol met cautchouc, pompodom. Dit alles onderstreept en extra in de pastelkleurige verf gezet door de misplaatste tragiek en een nodeloos en overigens nutteloos opgehouden schijntje heldendom in het laatste resterende oog van een kreupele patriot. Moeilijk uit te maken of het nu z'n rechter dan wel z'n linker oog is. Het lijkt wel of het precies in het midden zit. Vlak boven z'n kromme patriottenneus. Dat heb je met die vaderlanders, het lijken wel cyclopen. A la façon de Land of Hope and Glory. (Volledig vrij naar Vera Lynn) Land van hoop en glorie, moeder van de vrij (harmonicasolo), moeder van mysterie, maak mij eeuwig vrij en blij. Adadadidamdam, dadadadidamdam, adadadidam-dam, dadadadidamdam, oh mijn gekruisigde Kristus. Ik zag u gaan en dacht daar gaat hij nu. Zie hem daar nu lopen met z'n kruis. Het lijkt wel of hij ieder ogenblik drie keer na elkaar kan gaan struikelen over z'n eigen voeten. Hoe hebben die Jozef en die Maria dat jong in hemelsnaam opgebracht. Zoiets verstaat ge niet. En als plots aan Ratata een onomkeerbaar, onherroepelijk eind zal zijn gekomen zal het wijf een afgeschafte soort geworden zijn en in het boek van Darwin en Marx en Freud vervangen door de piering. De regenworm. Onze kinderen en de kinderen van de piering zullen doodgeboren muskusratten zijn, inderhaast opgeraapt door zwervende, ontheemde vellenjagers aan de beemden van ingescheurde, uiteengeschreeuwde, aan flarden gehuilde, kapotgejankte dijken van tot overmaat door het sneeuwwater gezwollen beken in het hinterland van het binnenland van het buitenland van hieromtrent of daaromtrent of elders nog, bloed, water, wat hebt gij allemaal niet gezweet, povere miezerige Kristus Jezus, bloed en water en azijn, in uw aanschijn, in uw tronie, de zooi dreef bij stromen van uw smoel, muskusratten lukraak te hoop gegooid op kruiwagens, als delikatessen geserveerd tijdens middernachtelijke recessen van het antiseptische konklaaf, op smaak gebracht met gele pepers, een teentje look, misschien een scheutje tijm, misschien ook niet, Kristus Jezus, nu enkel nog door mij geprezen in een laatste machteloos, onmachtig, luid tot u gericht maar door niemand nog gehoord gebed, uw gepijnigde smoel gedrukt in het zweetdoek van ene Veronica die van wie weet waar was komen afzakken naar de heuvel met de kruisen, uw druppels snot en uw fluimpjes slijm opvangen in een kelk door een gast van Arimathea, als allerlaatsten ook zij nu voor de bijl gegaan, want in de Ghetto's wordt alleen nog met de hakbijl gehalsrecht.
|
|
