OVER DE OPKOMST en het verval van de dyNamo
Kamiel Vanhole
Ik weet het, hoezeer zal ik het geweten hebben. Van Ostaijen is honderd. Het kreng werd
opgegraven, van zijn loshangende vleesdeeltjes ontdaan en weer keurig in elkaar gestoken.
Hoedje op en feest! De eeuweling krijgt een standbeeld, drie monografieën, zes
themanummers en honderd- zesendertig krantekoppen. In het partijblad zal de minister van
Cultuur zich laten ontvallen dat hij in het HEETST van zijn carrière al eens een lijntje
snoof. De minister-president zal zich weer drommels dynamies gaan voelen. En van de
weeromstuit wordt een nieuw bier gelanceerd: hoort men voortaan aan menige Vlaamse toog
'Drie Pollekes en 'ne fruitsap' bestellen. Tot meerdere eer en glorie van de letteren, dat
spreekt.
De Brakke Hond kon uiteraard niet achterblijven. Geheel in de geest van de tijd verzocht
het blad een aantal auteurs om 'een spraakmakend kattebelletje'. Kort, want wie las
er nog, en opzienbarend, want dat baarde opzien. Kreeg de patiënt een elektroshockje
toegediend om des te beter voort te dommelen.
Het spreekt vanzelf dat ik onmiddellijk mijn medewerking toezegde. Had Van Ostaijen immers
geen 'visionaire inzichten' vertolkt 'waar velen nu nog niet aan toe zijn?
Wou ik soms tot die velen behoren? Zou ik zo'n hoogbejaard foetusje willen zijn dat nog te
stom was om een beetje visionair inzicht te delen?
Nee toch.
Maar hoe zag zo'n visioen van Van Ostaijen er nu uit?
'Een beeld van, een dokument voor onze tijd zal eerst de kunst zijn als zij zich met de
tijd gelijkwaardig dynamies beweegt.' Zo luidde het citaat dat mij on-line bereikte.
Dan pas biedt de kunst een beeld van onze tijd, als zij met de tijd meegaat.
Of, nog sterker: alleen wat met de wind waait, geeft de richting weer.
Ik moet zeggen: mij klonk dit een tikje tautologisch in de oren. Meer hoerig dan visionair
eigenlijk. De dichter als jutter: alles wat op zijn hedentendaags strandje komt aanspoelen
biedt hij de muze aan, in de stellige overtuiging dat hij zodoende een dokument voor
onze tijd aan het samenstellen is.
Typisch Van Ostaijen, vermoed ik. Geeft vast een beeld van hem, zoals hij zich met de tijd
gelijkwaardig dynamies bewoog toen hij eenentwintig was.
Dat was in 1917, toen velen die zich met de tijd bewogen een bajonet door hun keel kregen
of in de modder van Westrozebeke stikten.
Dynamiek.
Voor Van Ostaijen was het 'een al de huidige richtingen, futurisme, ekspressionisme,
cubisme, konkretiserende' term. Een ratjetoe, zeg maar. Een jufferswindje en een
kanonschot.
Maar: in datzelfde jaar schreef Van Ostaijen ook 'Babel ', zijn beste gedicht uit 'Het
Sienjaal ', zoals hij een paar jaar later aan een vriend toevertrouwde. 'Je was er
overigens bij (...) Ik keek voortdurend naar Zazu's buik en benen. Keek omdat ik het kwaad
wou bedrijven. Zondigen.'
En onder zijn pen ontstond de volgende slotstrofe:
'Pijnig mij hondsblik-zachte lampen, schrille bloemen, wellust: zomerfestoenen, witte
waanzin van het winterwoud, liedjes, gigolo's. De zonde is de straat die leidt naar een
wit, maar ongedacht gelaat.'
Felle, bezwerende regels zijn dat, vol ingekeerde geilheid. Geschreven volgens Van
Ostaijens dynamiese techniek, die alle prosodische methodes overboord gooide en zich enkel
nog liet leiden 'door het eksplosieve van de gemoedsdrang, in toom gehouden en van het
overvloedige (...) decorum ontlast door het nuchtere verstand, dat een essentieel
poëtiese hoedanigheid is.'
Dit nuchtere verstand boezemt me meer vertrouwen in dan de catatone gestes van een
dynamies individu dat daar voor de spiegel geheel in zijn eentje de jongste Europese
kunst-stromingen staat te vertegenwoordigen.
Maar: 'Bezette Stad' heb ik altijd met plezier gelezen. Vroeger om het lef en de
bravoure, nu veeleer om het documentaire karakter ervan. Dat lijkt me nu juist de tragiek
van menig bijdetijds experiment: dat het zo snel gedateerd raakt. Even verkleefd aan de
tijd als een vlieg aan een glanzige, goudbruine, van gif doordrenkte strip vliegenpapier.
Kijk naar het typografisch gepermuteerde stukje taalmateriaal van Freddy de Vree
dat 'Revolution' heet, en zink weer onherroepelijk terug in de jaren zestig. Dat
is thans zijn waarde. Het biedt 'een beeld van , een document voor' een tijdperk. Zoals
ook de Rimmel van Asta Nielsen eens uitliep.
Van merk tot soortnaam
Nee, vooral die gedichten spreken me nu aan, waarin Van Ostaijen in eigen naam spreekt
en zich niet meer door een kakfonie van stemmen laat overmeesteren. de gedichten waarin
hij de tijd naar zijn hand wist te zetten en zeboehorens laat opklinken in plaats van
reklamekreten. De vraag is tenslotte hoe dynamies de 'kunst resp. literatuur
anno 1995/96' is, kan me botweg aan mijn reet roesten. Zijn de erotiek en het geweld
bij Peter Verhelst dynamieser dan bij Charles Ducal? Is Berckmans blitser dan Giphart? Zet
Koen Peeters meer eingetijdse ikonen neer dan Pjeroo Roobjee? Nee, vaart is een
achterhaald criterium, te smal en tijdgevoelig om er een oordeel met te gaan vellen. En
zijn criteria al niet helemaal voor de labielen onder ons, zij die liever vonissen dan
genieten?
Priez pour ces pauvres Gaspards.
|