'allons travailler'

Joris Note




1. De Brakke Hond schrijft: 'Als éénentwintigjarige vertolkte hij visionaire inzichten waar velen nu nog niet aan toe zijn: 'Een beeld van, een dokument voor onze tijd zal eerst de kunst zijn als zij zich met de tijd gelijkwaardig dynamies beweegt.' Dat bijzinnetje, 'waar velen nu nog niet aan toe zijn', klinkt nogal agressief. Het mag in elk geval niet doen vergeten dat de meeste artistieke inzichten slechts subjectieve mogelijkheden zijn, en dat kunst en literatuur geen rechtlijnig vooruitschrijdende geschiedenis kennen.
2. Het Van Ostaijen-citaat is uit de context gerukt van een lang artikel, waarvan de tendens gecompliceerder is dan die ene zin suggereert. Bovendien stamt het van een moment (1917) dat PvO aan het begin van zijn ontwikkeling stond: toen hij elf jaar later stierf, was hij in menig opzicht een andere dichter/schrijver; je zou de aanhaling makkelijk door iets compleet tegengestelds kunnen vervangen. De tekst wordt ook uit een bepaalde historische context losgemaakt: woorden als 'dynamiek' hadden toen een ander gewicht. De geciteerde zin beantwoordt hier en nu vooral aan een obsessie van DBH-redacteur Frank Hellemans, die in het titel-opstel van zijn boek Tegen de begijnhofliteratuur al naar hetzelfde stuk van PvO verwees, en volgens wie literatuur zich inderdaad moet laten leiden door 'de dynamiek van de huidige samenleving'. Maar ik heb geen zin om me voor die kar te laten spannen: de pot op met die dynamische praatjes, 't lijkt meer iets voor de minister-president.
3. Ondertussen is mijn sympathie voor PvO groot, onder andere:
- omdat hij aan zijn literaire praktijk een voortdurende reflectie koppelde - 'theorie' en 'kritiek', maar ook: 'waar ben ik mee bezig?';
- omdat hij op meer dan één manier schitterend toonde dat het om het spel (een hóóg spel) en het 'hoe' gaat, en niet om wat de schrijver/dichter meedeelt - al had hij zelf genoeg te vertellen;
- omdat hij als vrijwel enige Vlaamse auteur zich werkelijk op de hoogte hield van wat er destijds omging in de Europese kunst en daarmee in het reine trachtte te komen.
Overigens paste deze nonconformist toch wel minder goed in zijn 'tijd' dan Hellemans denkt - en minder goed dan Hellemans helaas in zijn tijd past.
4. PvO kan dus nog steeds als model dienen voor schrijvers en critici, en de hedendaagse lezer kan heel wat van hem opsteken. Maar dat heeft met literatuurgeschiedenis en -beschouwing te maken: kan ik PvO ook 'gewoon' lezen? Als jongen dweepte ik met dingen als: 'Voor de zoveelste maal heb ik Botticelli over het land zien gaan/die bloemen zaait' (uit Het Sienjaal, 1918). Later ging ik het meer zoeken in Bezette Stad en de nagelaten verzen. En ja, veel daarvan lees (en bekijk) ik nog met plezier; sommige gedichten vind ik nog altijd ongeëvenaard in de Vlaamse Poëzie.
5. Ik pleit graag apart voor het 'scheppend' proza. Dertig jaar geleden verweet Paul de Wispelaere aan Jean Weisgerber dat die in zijn Aspecten van de Vlaamse roman de grotesken en hun vernieuwende betekenis had genegeerd. Ik vrees dat er aan die verwaarlozing nooit een einde is gekomen. (Dat het proza van Gust Gils niet naar behoren gewaardeerd is, ligt in dezelfde lijn.) Er mag uit de grotesken en prozagedichten best eens een nieuwe bloemlezing (met aantekeningen) verschijnen. En de Vlaamse literatuur van nu zou gediend zijn met een flinke injectie uit die 'meesterstukken van intelligent en satirisch proza' (De Wispelaere).
6. Het mag niet blijven bij een gemakkelijk antwoord op een gemakkelijke rondvraag. Er zal in het komende jaar een hoop gebeuren met en rond PvO - tentoonstellingen, theaterprodukties, publikaties. Ik interesseer me in hoofdzaak voor de publikaties, en ik hoop dat ze zich niet te uitsluitend richten op biografie en historie. Nieuwe edities, kritische artikelen over het werk, commentaren bji aparte gedichten ...: dat zou ik graag te zien krijgen. In overvloed. En altijd met de bedoeling PvO dichter bij de lezers te brengen.
7.  Ter zijde en ten slotte. In kwade uren, als somberheid omtrent mijn schrijverij mij overmant, wordt Van Ostaijen de auteur van dat ene bekende zinnetje: 'En geloof me, ik sta alweer overeind en zeg: "vooruit dan maar, zonder supporters."'






© Joris Note