Dimitri Verhulst


Gescheten


Het is waar, de oven kon ze ook gebruiken.
Hoe akelig kil. Geen zetels, geen salontafeltjes, geen postuurtjes op de schouw, geen nul de niets. En dat terwijl ik die dingen ondanks hun afwezigheid toch zie staan. Deze ruimte liegt.
'Ze heeft achtergelaten wat ze volgens de wet verplicht was achter te laten. Een bed. Een tafel. Een stoel. Beetje eetgerief. Kastje. Ze heeft dat godverdomme zeer goed nageleefd. Het was een dwaze koe maar dit keer heeft ze zich goed laten inlichten, de teef.'
Ik zie dat hij hun brieven heeft herlezen want de lade waarin die altijd hebben gelegen staat op tafel. Ik mocht daar nooit in kijken, ze was dan ook altijd tergend goed op slot, en nu ligt die open en bloot voor het ontginnen klaar. Alsof men mij de toestemming geeft mijn schoolrapport in het bijzijn van de leraar in brand te steken. Van Willy en Arlette, een dikke proficiat met hun baby Dimitri. Van Staf en Ingrid, hip hoi met hun huwelijk. Van Erik, zijn afscheidsbrief. Een uur na het posten ervan heeft hij er in het bos te Haaltert een punt achter gezet. Aan een boom. Pal op zijn verjaardag.
'Je moet hier eens komen kijken', en hij wijst naar de ingelijste foto naast de deur. Die zou ik, indien ik die vaardigheid bezat, exact kunnen natekenen. Ettelijke malen heb ik die foto gezien, bewust of onbewust, hij hing altijd wel ergens in de winkelhaak van mijn gezichtsveld opgenomen te worden.
'Ziet ze'r daar niet gelukkig uit. Zien wij er daar alletwee niet gelukkig uit.'
Genomen bij haar thuis. Vader met putjes in zijn kaken van het oprechte glimlachen. Moeder met een tuil bloemen in haar hand, het bruidsboeket, een zwart-wit blos op haar wangen uit schroom voor de camera. Hij neemt haar doorzichtige kapje af waarmee de permanent van de bruid werd gedrappeerd. Officiële handelingen en voor de eerste geregistreerde kus met gesloten ogen.
'Allemaal voorbij. De bruid heeft gegomd.'
Moet ik hier iets op zeggen?
'Foetsjie', laat hij er op volgen: 'konden wij dan geen gelukkig gezin zijn?'
Voor het eerst merk ik het buikje van mijn moeder op deze foto op, zo goed als mogelijk onder het tierlantijnerige van een trouwkleed gecamoufleerd.
'Wanneer zijn jullie eigenlijk getrouwd pa?'
En dan lacht hij met dat soort van trots dat alle vaders vertonen als ze merken dat hun zoon tamelijk snugger is. Of hun dochter. Een arm van hem komt nogmaal op mijn schouder te rusten. Het gebaar dat op school wordt teniet gedaan door te zeggen dat men gebuisd is voor kapstok. En ik, ben ik gebuisd voor zoon dan?
'Ja sis, dat is een hele historie jongen. Maar het is niet omdat je toen niet gewenst was dat je nu niet gewenst bent.' Een zin met drie keer 'niet' erin, meester Van Langenhove zou zoiets maar al te graag het bord op krijgen om het ons te laten ontleden. Onderwerp. P.V. Lijdend Voorwerp. Gezegde. Bijvoeglijke Bepaling. Ik doe dat graag; pa zegt dat ik het van hem heb, hij had in zijn tijd altijd een tien voor moedertaal.
'Nu zou ik mij een stuk in mijn kloten moeten zuipen jongen, maar ik ga het niet doen.'
Ik draag al een schoenmaat 38 en leer mijn vader kennen. We hebben ons op de grond gezet en spelen Monopolie. Drie uur lang puilt het geld uit onze zakken, we kopen grond en zetten riante villa's die we namen als 'onze droom' geven. In de Veldstraat te Gent vullen we de plank met boeken uit de Fnack en ik betaal hem duur een logement in zijn Brussels hotel.
'Hihi, dat gaat u een fortuin kosten, manneke', en hij bevecht me, heroïscher dan Charles Bronson. Elkaar tien seconden lang op de rug proberen leggen. Zoveel wordt hier gedolven, maar ik in dit het onderspit. Ik zal nog veel boterhammetjes moeten eten, wat vroeger moeten opstaan hiervoor.