|
VITAL BAEKEN
Een geschrift over de oorsprong van levitatie
Drie jaar geleden ongeveer is het begonnen. Toen wij hier pas kwamen wonen. De meubels die we hadden, waren een tafel, een zetel en een paar stoelen. In mijn eentje was ik uit nieuwsgierigheid of ik weet het niet meer, waarom, op de grond gaan liggen, en luisterde wat naar het verkeer dat ik nog niet kende.
Heel soms, zo merkte ik het toen, kwam er een camion voorbij. Nog tamelijk vroeg in de avond begon ik een paar vogels, krassende vogels te kunnen horen, die te zamen bij mekaar zaten in deze gelukzalige atmosfeer die er hing. En het verkeer begon toe te nemen. Mijn oren begonnen te suizen. Mijn lichaam werd helemaal anders, mijn ruggegraat begon op en neer te wiegen, te zwiepen, heel raar... Het was, tenminste: zo noemde ik het later pas, een levitatie. Maar de levitatie, ik weet niet goed welk ander woord... Maar alles dat ik opschrijf, en ook mijn vriendschappen, mijn levenslust, mijn liefde voor de mensen en mijn geduld dat ik soms heb, als ik, onverwacht, toch in de problemen ben terechtgekomen met iets, worden door die ene, heel speciale ervaring die ik toen had, in augustus, geschraagd. En altijd wanneer ik eraan terugdenk, aan die, zogenaamde, levitatie, vind in de moed om weer vooruit te gaan. Ik gehoorzaam sindsdien aan een stem in mij, die weet wat goed is, die weet wat niet goed is, die weet wat vrolijk is, wat eerlijk is, wat de mensen die mij omringen misschien, op hun beurt, vertroosting zou kunnen verschaffen... Dat is toch een beetje mijn taak, sindsdien, geworden. Voor de rest doe ik nog maar weinig, ik hang misschien wat in het ronde.
2. Het belangrijkste waarover ik zou willen schrijven in mijn leven, zijn mijn vrienden die ik hier heb, mijn indrukwekkende vrienden De Geert, Den Hugo, Den Alain, De Philip,..., en over mijn vrouw en over mijn vriendinnen vooral. Maar nu ik het over de levitatie heb gehad, moet ik mijn ideeën over het Hiernamaals misschien ook behandelen. Dan leren jullie ineens mijn hele gedachtengang kennen, en kunnen we daarna misschien beginnen met het verhaal... Ik bezie het leven als een verhuizing van één droom naar een andere droom. Tussen die twee dromen in word je door iemand wakkergeschud, moet je heel efkens wakker blijven, en mag je daarna opnieuw gaan slapen. Dat is alles. En de inslaping die hierna komt, die onder de wol van het schapenrijk Hiernamaals, is eeuwigdurend. (Als je sterft, en je gedraagt je toevallig vrolijk, op dat moment, dan zul je dat voor eeuwig zijn. Maar als je je toevallig slechter voelt, juist op het moment dat je het toch begrijpt dat dit creperen is, of je voelt je achterdochtig, bang of jaloers, dan zal het daarvan zijn, als een regel, dat je tot in het oneindige in het Hiernamaals, last zal hebben te dragen, en spijt vooral! Voor alle zekerheid moeten we dus, m.a.w., zoveel mogelijk goedgezind zijn, maar zonder, natuurlijk, hoogmoedig te worden! Maar dat is, zo een beetje, de opdracht waarvoor wij leven, toch. Een andere opdracht kan er niet bestaan.)
|
|