De vrouwelijke helft
van de gifdoornstruik (geselia nocta) bloeit uitsluitend in de nawinter.
Roosachtige, roze bloemetjes bedekken de grijze met fijne doornen bezaaide
takken gedurende ten hoogste enkele maanloze nachten.
Al een drietal van
haar tot roede gebundelde twijgen vormt in de hand van een beulsknecht een
geducht strafwerktuig. Dit ondervond de pseudo-Christus Leze wiens
levensgeschiedenis men kan terugvingen in het Esotorium van Muschil (deel III,
hoofdstuk 26, Over de navolgers van Jezus Christus, bedriegers). Deze
(schijn)heilige overleed tijdens de geseling die hij als bijkomende straf aan
de vooravond van zijn vierendeling ontving. Zijn volgelingen spraken van een
wonder, een godgeschenk, zagen in deze onvoorziene dood de hand van de Vader
die zijn Zoon de voltrekking van het afschuwelijke dood vonnis wilde
besparen.
Zowel in Vergilius' 4e Ecloge als in diens Georgica vindt men
een cryptische toespeling op deze legende.
Over het weldadige vergift dat
in verschillende organen van deze heester wordt opgeslagen, rept beknopt een
naamloos laat-Romeins geschrift. Baslidius refereert hieraan in zijn unieke
Handboek der Mediterrane Flora (vroeg-middeleeuws). Hij legt apriori een
direct verband tussen het klimaat waarin de geselia nocta gedijt (veel zon,
zeewind, verzilte grond) en haar levering van giftige stoffen. Hij noemt met
name de Dode Zee als vindplaats.
Uit Kathaarse overlevering weten we dat
de gifdoornstruik ook voorkwam in het zuidwestelijk deel van de Cevennen,
alwaar zij floreerde op hooggelegen, aan maritieme winden blootgestelde
plaatsen. Men oogstte de paarsrode bessen in de nazomer.
De smaak van
deze levensgevaarlijke vruchtjes werd hooggeprezen. Recente opgravingen in het
Midden-Oosten hebben zaden aan het licht gebracht die vermoedelijk van deze
struik afkomstig zijn. Botanici spraken de hoop uit dat latere generaties in
staat zullen zijn dit verdroogde nakomelingschap weer tot leven te wekken.
In zeker geheim genootschap deed eertijds het gerucht de ronde dat het
laatste exemplaar van de gifdoornstruik ten tijde van de Verlichting van de
aardbodem zou zijn verdwenen. Bouvard en Pécuchet vermelden in hun
Encyclopedie dat er nog voor Avignon een tegenpaus is geweest die een lijst
liet aanleggen waarop ook onze struik zowel in geschrift als afbeelding
voorkwam. Navraag bij de Heilige Stoel leverde tenslotte niets op dan een
korzelig ontkennend schrijven.
Goddank worden de Bacchantische
eigenschappen van deze nachtbloeister in een veel te weinig bekende mystieke
tekst lyrisch verheerlijkt: tijdens haar slepende maar uitzinnige doodsstrijd
spreekt Badewein over 'een struik van overweldigende goedheid', die 'al mijn
zintuigen gelijktijdig aan een zinderende vervoering blootstelt'...
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: