Home
> 48 > RITA PINSON - Lange varkens
RITA PINSON - Lange Varkens (1)
Tweede prijs verhalenwedstrijd '95
Had Mijnheer Vandendriessche mij die avond in februari niet opgebeld,
dan was ik nu mijn rechterbeen niet kwijt. Niet dat ik het hem kwalijk
neem. Hij was mijn oud-leraar electronika en ik kon altijd goed met hem
opschieten. Hij had een job voor me. Aangezien er haarst bij was zat hij
nog geen kwartier later met zijn onafscheidelijke cigarillo's in onze
grote zetel. De baas van Veevoerders Van Sluis had hem opgebeld. 'De'
Van Sluis met een kast van een villa in de Koksijdese duinen en een luxe-jacht
in Nieuwpoort. Om dat jacht ging het. Het lag in een haven van Papoea
Nieuw Guinea en de enige man aan boord die verstand had van de electronische
apparatuur was om een of andere duistere reden op de terugweg. Vandendriessche
keek me geamuseerd aan en door de manier waarop hij de rook in korte wolkjes
uitblies leek het erop dat hij zich inhield om de spanning even te laten
duren. Hij wist dat ik ervan droomde ooit eens met een zeilboot mee te
varen en dat ik er zelfs mijn lief en een vaste job voor zou laten staan.
'Acht maanden zeilen,' zei hij schijnbaar onverschillig terwijl hij de
as in een bloempot afklopte. Langer hoefde niet voor mij. Toen hij opstond
en mij het visitekaartje van Van Sluis toestak, nam ik het maar al te
graag aan. 'Onderhandel jij maar,' zei hij en klopte me op de schouder.
'Wees niet te happig en laat hem zelf over de brug komen. Geld speelt
voor die mensen geen rol, maar ze geven het niet graag uit.'
In de namiddag van vijftien februari landde ik in Port Moresby met het
idee dat Papoea een woest land was waar de beschaving nog niet was doorgedrongen
en waar nog mensenetende stammen woonden.
Van Sluis had mij niet veel vragen gesteld. Mijnheer Vandendriessche was
een vroegere schoolmakker en hij had er het volste vertrouwen in. Ik had
een contract als werknemer op zak en de secretaresse had me naar de luchthaven
gebracht.
Waarschijnlijk zou één van de twee opvarenden me komen ophalen: Jacques,
zijn enige zoon, of Leo, zijn schoonzoon. Leo was chirurg en herstellend
van een depressie. De regen gutste uit de hemel en toch was het drukkend
heet. In de aankomsthal zag ik een lange, donkere man die een plaatje
omhoogstak met mijn naam erop. Naast hem stond een reus van een kerel
met een blonde volle baard. Hij stond er rustig bij terwijl de andere
gespannen naar de aankomende passagiers keek. Toen ik mijn arm opstak
kreeg ik van beide mannen een brede glimlach. De dikste stelde zich voor
als Leo en nam mijn valies over. De andere zei dat hij Jacques heette;
hij loodste ons naar een taxi. 'Hou je tas stevig vast', zei hij 'en blijft
niet achter. Hier word je zelfs bij klaardichte dag overvallen.'
Jeugdbendes maakten de stad onveilig. Elke bende bestond uit jongeren
van dezelfde clan en ze waren naar de stad gekomen om werk te zoeken.
De beschaving was dus doorgedrongen.
Moresby was niet meer dan een allegaartje van buildings, mobiele snackbars,
winkelcentra en vooral veel open ruimten met modder. Aan de rad van de
stad lagen de obligate krottenwijken: lange slierten paalwoningen vlabij
de baai. De jachthaven lag een eindje buiten de stad. Het was opgehouden
met regenen en het jacht schitterde in de tropenzon. Ik had het van ver
herkend en het was nog indrukwekkender dan in Nieuwpoort.

naar de inhoudstafel van nr 48
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts
32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.

De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding,
hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters".
Vul hier uw e-mailadres in: