Vlaams Fonds

Home > 48 > Jules Grandgagnage

Jules Grandgagnage - Hubert (4)


Even diep ademhalen. Hij staat nog altijd in dezelfde houding, hand op de rug, blik op oneindig. Zijn snor is nu in rust, wat me moed geeft. Ik steek mijn rechterhand ik de zak van mijn regenjas. Als die man een greintje fantasie heeft, vermoedt hij daar misschien wel een mes, een pistool, of een granaat. Ik ril. Waarom is het plotseling zo koud? Iets van de kilte van het flitsend neonlicht dringt door tot in mijn gebeente. Ik hou niet van de metro. Ik wil zo vlug mogelijk terug in de open lucht. Mijn doorweekte kleren kleven tegen mijn lichaam aan. Nee, ik kijk niet in de ruit. In dit licht zie ik er waarschijnlijk uit als Nosferatu, maar dan met regenjas. Ik ben iemand die angstvallig vermijdt naar zichzelf te kijken. Thuis heb ik alle spiegels zo hoog gehangen dat ik alleen mijn kop nog kan zien. Mijn kop is het meest imposante deel van mijn lichaam, vooral als ik mijn haar recht omhoog f'hn. Maar nu kleeft mijn haar op mijn schedel. Misschien moet ik toch wat op mijn tenen lopen, en mijn adem inhouden. Misschien lacht hij me zelfs dan nog uit. 'Doorschuiven!' Ik schuif door, tot bij de roerloze krijger. 'Excuseer, meneer... mag ik even?' Op dat ogenblik vertrekt de tram bruusk. Ik val voorover met mijn hoofd tegen zijn ton.
Fysiek stelt het niets voor. Maar de geestelijke schade is aanzienlijk. Mijn door contactvrees verstoorde psyche balanceert op de rand van de razernij. Ik word helemaal schizo en slaag er nauwelijks in iets zinnig te zeggen. 'Meneer,' zeg ik met ingehouden woede, 'meneer...', maar verder kom ik niet, want ik zink weg in een woordenloze afgrond, waar ik me slechts met moeite kan ontworstelen aan de impulsen van mijn primitieve reptielenbrein. Ik wil doden, vernietigen, verscheuren in blinde haat. Tenslotte bonst mijn hart zo pijnlijk in mijn borstkas, dat ik me bezorgd begin te maken. Rustig, rustig. Denk aan je kransslagader. Je bent niet meer van de jongsten. Diep en traag ademhalen. Beheers je. Het werkt, maar ik voel me uitgeput. Ik sta te trillen op mijn benen. Om niet helemaal voor lul te staan tracht ik door mijn scheef gezakt montuur een imponeerde blik op de samoura‹ te werpen. Hij likt over zijn vlezige lippen. Vraagt hij zich af of ik iets eetbaars ben? Twijfelt hij tussen dooddrukken of uithongeren? Aan welk wreed scenario geeft zijn lethargische brein de voorkeur? Elk ogenblik verwacht ik dat zijn opgerolde tong naar me toeschiet maar er gebeurt niets. Zijn buik deint rustig op en neer en ik word ritmisch samengedrukt tussen mijn ruggegraat en zijn pens. Dit is mijn ergste nachtmerrie. Zo moet het voelen om verkracht te worden. Wie mijn aangeboden huiver voor fysieke intimiteiten met beroepsmilitairen op de tram deelt, zal weten wat ik bedoel. Wat haat ik die man. Wat zou ik hem graag ter plekke afmaken met een genadeloze One-liner … la Bogart.
Maar mijn haat en huiver verdwijnen. Ze verdwijnen doordat de soldaat naar pannekoeken ruikt. En ik weet plots wat hij in die andere hand achter zijn rug verbergt.
Het was een spelletje dat grootvader tot op zijn sterfdag speelde. Elke zondag was pannekoekendag (zoals maandag wafeldag, woensdag olieboldag en vrijdag brooddag was). Dan voerden we, voor we begonnen te eten, telkens hetzelfde ritueel op. Ik speelde daar een belangrijke rol in. Grootmoeder bakte, moeder zette de tafel, vader deed niks, en ik hielp grootvader bij zijn act. Kies een hand, monkelde hij, en toen moest ik kiezen, links of rechts. In een van de handen verborg hij het potje suiker. Meestal raadde ik juist, maar soms faalde ik en werd de suikerpot terug in de kast gezet. Met de jaren vergrootte mijn trefzekerheid. Daarom weet ik nu, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, welke kant ik moet kiezen. De soldaat merkt mijn plotse bezieling, want hij ademt minder diep uit. De druk op mijn ruggegraat vermindert. Ik beheers me om niet triomfantelijk 'Links!' uit te roepen en beperk me tot het tellen van de sproeten op zijn gezicht. Als de tram begint af te remmen overvalt me plots met elektriserende helderheid de reddende gedachte. Als een gek begin ik te wuiven en te roepen naar een imaginaire vriend achter op de tram.

naar de inhoudstafel van nr 48

abonneren

Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.

Nummer nabestellen? klik hier.

boekenlinks

Proxis
boekenbank
DBNL

Over De Brakke Hond

De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.


nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in:


AanmeldenAfmelden


Powered by YourMailinglistProvider.com





design: wwww.mixette.com