Even diep ademhalen. Hij staat nog altijd in dezelfde houding, hand
op de rug, blik op oneindig. Zijn snor is nu in rust, wat me moed geeft.
Ik steek mijn rechterhand ik de zak van mijn regenjas. Als die man een
greintje fantasie heeft, vermoedt hij daar misschien wel een mes, een
pistool, of een granaat. Ik ril. Waarom is het plotseling zo koud? Iets
van de kilte van het flitsend neonlicht dringt door tot in mijn gebeente.
Ik hou niet van de metro. Ik wil zo vlug mogelijk terug in de open lucht.
Mijn doorweekte kleren kleven tegen mijn lichaam aan. Nee, ik kijk niet
in de ruit. In dit licht zie ik er waarschijnlijk uit als Nosferatu,
maar dan met regenjas. Ik ben iemand die angstvallig vermijdt naar zichzelf
te kijken. Thuis heb ik alle spiegels zo hoog gehangen dat ik alleen
mijn kop nog kan zien. Mijn kop is het meest imposante deel van mijn
lichaam, vooral als ik mijn haar recht omhoog f'hn. Maar nu kleeft mijn
haar op mijn schedel. Misschien moet ik toch wat op mijn tenen lopen,
en mijn adem inhouden. Misschien lacht hij me zelfs dan nog uit. 'Doorschuiven!'
Ik schuif door, tot bij de roerloze krijger. 'Excuseer, meneer...
mag ik even?' Op dat ogenblik vertrekt de tram bruusk. Ik val voorover
met mijn hoofd tegen zijn ton.
Fysiek stelt het niets voor. Maar de geestelijke schade is aanzienlijk.
Mijn door contactvrees verstoorde psyche balanceert op de rand van de
razernij. Ik word helemaal schizo en slaag er nauwelijks in iets zinnig
te zeggen. 'Meneer,' zeg ik met ingehouden woede, 'meneer...',
maar verder kom ik niet, want ik zink weg in een woordenloze afgrond,
waar ik me slechts met moeite kan ontworstelen aan de impulsen van mijn
primitieve reptielenbrein. Ik wil doden, vernietigen, verscheuren in
blinde haat. Tenslotte bonst mijn hart zo pijnlijk in mijn borstkas,
dat ik me bezorgd begin te maken. Rustig, rustig. Denk aan je kransslagader.
Je bent niet meer van de jongsten. Diep en traag ademhalen. Beheers
je. Het werkt, maar ik voel me uitgeput. Ik sta te trillen op mijn
benen. Om niet helemaal voor lul te staan tracht ik door mijn scheef
gezakt montuur een imponeerde blik op de samoura‹ te werpen. Hij likt
over zijn vlezige lippen. Vraagt hij zich af of ik iets eetbaars ben?
Twijfelt hij tussen dooddrukken of uithongeren? Aan welk wreed scenario
geeft zijn lethargische brein de voorkeur? Elk ogenblik verwacht ik
dat zijn opgerolde tong naar me toeschiet maar er gebeurt niets. Zijn
buik deint rustig op en neer en ik word ritmisch samengedrukt tussen
mijn ruggegraat en zijn pens. Dit is mijn ergste nachtmerrie. Zo moet
het voelen om verkracht te worden. Wie mijn aangeboden huiver voor fysieke
intimiteiten met beroepsmilitairen op de tram deelt, zal weten wat ik
bedoel. Wat haat ik die man. Wat zou ik hem graag ter plekke afmaken
met een genadeloze One-liner … la Bogart.
Maar mijn haat en huiver verdwijnen. Ze verdwijnen doordat de soldaat
naar pannekoeken ruikt. En ik weet plots wat hij in die andere hand
achter zijn rug verbergt.
Het was een spelletje dat grootvader tot op zijn sterfdag speelde. Elke
zondag was pannekoekendag (zoals maandag wafeldag, woensdag olieboldag
en vrijdag brooddag was). Dan voerden we, voor we begonnen te eten,
telkens hetzelfde ritueel op. Ik speelde daar een belangrijke rol in.
Grootmoeder bakte, moeder zette de tafel, vader deed niks, en ik hielp
grootvader bij zijn act. Kies een hand, monkelde hij, en toen
moest ik kiezen, links of rechts. In een van de handen verborg hij het
potje suiker. Meestal raadde ik juist, maar soms faalde ik en werd de
suikerpot terug in de kast gezet. Met de jaren vergrootte mijn trefzekerheid.
Daarom weet ik nu, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, welke
kant ik moet kiezen. De soldaat merkt mijn plotse bezieling, want hij
ademt minder diep uit. De druk op mijn ruggegraat vermindert. Ik beheers
me om niet triomfantelijk 'Links!' uit te roepen en beperk me
tot het tellen van de sproeten op zijn gezicht. Als de tram begint af
te remmen overvalt me plots met elektriserende helderheid de reddende
gedachte. Als een gek begin ik te wuiven en te roepen naar een imaginaire
vriend achter op de tram.
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: