Ik sta werkelijk even ademloos te wachten tot er wat gebeurt, idioot
die ik ben. Je moet het alleen doen, heb je dat nu nog niet begrepen?
Kijk naar de soldaat. Zoek zijn zwakke plekken. Iedereen heeft een zwakke
plek. Als je maar lang genoeg zoekt vind je wel wat. Nee, ik heb geen
tijd om te zoeken. Ik zou moeten vertrouwen op mijn instinct. Dat werkt
veel sneller dan mijn verstand. Maar ik blijf denken, luk er niet in
om mijn analyseer-reflex te verschalken. De soldaat ziet eruit als een
soldaat. Als hij ook denkt zoals een soldaat ziet het er niet mooi uit
voor mij. Soldaten worden afgericht om dingen te veroveren en niet meer
te lossen tot nader order. Hij omklemt de spijl alsof zijn leven ervan
afhangt: zijn kneukels zien wit. Zijn andere arm houdt hij op de rug.
In reserve, denk ik. Soldaten bewaren altijd dingen voor tijden van
schaarste. Mijn grootvader, die ook een snor had, maar voor legerdienst
werd geweigerd wegens platvoeten, stockeerde tijdens de Cuba-crisis
zoveel meel en suiker dat we nog jaren pannekoeken moesten eten. Deze
man doet met wat aan hem denken. De manier waarop hij in de verte staart.
De wijze waarop zijn neusharen trillen bij elke ademhaling. Ja, vooral
dat laatste roept bij mij onweerstaanbaar het beeld op van mijn grootvader,
snuivend achter een stapel pannekoeken. Ik schuifel wat dichterbij,
voorzichtig. Zijn snor beweegt. Is dat een slecht teken? Hubert had
vroeger een hond, een bruine met zwarte vlekken, en die liet ook zijn
lip trillen voor hij me aanviel. Ik aarzel, want ik hecht erg aan mijn
neus en oorlellen. Waarom ben ik toch zo laf? Zou het iets te maken
hebben met een onevenwichtige voeding? Zit mijn koolhydraten-verslaving
daar voor iets tussen? Misschien moet ik wat meer rood vlees beginnen
eten.
De woede over mijn eigen lafheid richt ik op de soldaat. Had ik maar
een pen, ik zou dat kereltje afmaken! Met vlijmscherpe hekel en flitsende
citaten. Met eruditie en dialektisch venijn.
Vijfduizend jaar beschaving zou ik op hem loslaten tot hij bezweek.
Ik, Gilgamesh, gij Enkidu. Me Jane, you Tarzan.
Ik schraap mijn keel, om hem te verzoeken mij passage te verlenen. Maar
in plaats van een sonoor mannelijk schraapgeluid, produceert mijn keel
slechts een iel piepje. Hij merkt het gelukkig niet op. Ik draai mijn
hoofd weg en begin wat te zoemen. Ik heb ergens gelezen dat dit, en
af en toe een lepel honing, heel heilzaam is voor je stem. Zoem, zoem,
zoem, zoemmmmm. Verdorie, we zitten al ondergronds, en ik ben nog niet
half. Snel mijn bril nog even oppoetsen. Zoem, zoem, zoem. Ik moet het
nu wagen! Nu! ZOEMMMMMM Mijn stem klinkt dieper nu, zoals het hoort.
Dat vindt de juffrouw met het dijbeen ook, want ze bekijkt me nogal
giftig. Kort, maar giftig. Ik wou dat ik zo giftig kon kijken, dan zou
die ijzervreter nogal springen. Ze staat op nog geen meter afstand van
mij. Dat profiel. Wat ik niet zou geven voor een meisje als zij. Maar
nu is mijn kans weer verkeken. Haast, haast, altijd haast. Er rust een
vloek op mijn geslacht. Ik weet het zeker. Wij moeten altijd ergens
zijn. Vader had het. Zijn broer ook. En nu ik. Rush, rush, honderd dingen
tegelijk, niets afgewerkt. Halve zaken, halve huwelijken, halve kinderen.
Dag, juffrouw met het dijbeen, ik moet nu verder. Had we but world
enough and time..., maar ik schat dat me nog maar enkele minuten
resten.
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: