In het midden van de tram is het rustiger. Gek. Hangt er hier ergens
een bordje met 'Alleen veertigers' erop? 'Geen deodorant meer
vanaf hier'? Hier wordt niet meer gebaltst of gegiecheld. Hier ben
ik op vertrouwd terrein. Dit is het gebied van de mensbomen. De mannen
en vrouwen die wortel schieten, zodra hun haren grijzer worden en hun
ogen de horizon kwijt geraken. Ze zijn nog moeilijk te bewegen. Wijken
in wantrouwen. Zuigen zich vast in de ruimte die hun lichaam inneemt.
Voorzichtig dring ik door in die ruimte, tot ze onwillig toegeven. Ik
weet dat de geringste fout me fataal kan worden. Giftige blikken en
ongewassen oksels houden me op afstand. De ongeschreven tramcode luidt
dat wie deze subtiele boodschappen negeert en toch het territorium van
een ander binnendringt genadeloos wordt verstikt of vertrappeld. De
mensbomen transformeren dan in dodelijke insekten.
'O Pardon, was dat uw voet die ik vermorzelde? Wat moet U? Lucht?
Buiten vindt U genoeg van het goedje. Onder mijn oksels moet U het niet
zoeken. Kan er iemand alsjeblieft dit lijk onder mijn bankje verwijderen,
tramman? Ik haal mijn schoenzolen open aan zijn gebit.'
Ik kijk even achterom als een soldaat me de weg verspert. De juffrouw
met het dijbeen is mee opgeschoven. Ze staat nu achter de stoere jongens
en rookt ook een sigaret. Door de rook kan ik haar gezicht niet goed
zien. Maar ze heeft blond haar en verft haar lippen bloedrood. Ze wil
gezien worden. Goed, ik zal naar haar zien. Ik knijp mijn ogen halfdicht,
maar krijg haar niet scherp op mijn netvliezen. Ik moet een sterkere
bril. Al dat moois dat aan mij voorbij gaat. Met spijt draai ik me terug
om. De soldaat lijkt bevroren op zijn plaats. Twee strepen, registreer
ik. Buikje. Correctie: ton. Een door jaren zwelgen in troosteloze kantines
gekweekte bierton. Een anatomische monstruositeit. Een in schel neonlicht
en verschaalde schetenlucht gezwollen riemverdelger. Een blok. Een reus.
Een brok Vlaamse eigenheid. Hoe kom ik daar voorbij? Ik taxeer de situatie.
Ondanks de tijdsdruk voel ik me rustig. Vraag: hoe verzet je in je eentje
een menselijke vleesberg?
Hercules zou de Schelde omleiden en de obstakels uit de tram spoelen.
Maar ik ben geen halfgod. En bovendien ziet het er niet naar uit dat
zo'n ouderwets middel als een rivier verleggen in dit geval veel zou
helpen. Hoe moet je zo'n man imponeren? Als ik een uitgespoeld Nestlé‚-blik
en een eindje stevig naaigaren had zou ik nu om versterking roepen:
'Hallo, hier victor alfa bravo tango, vraag dringend pantserondersteuning,
luchtafweer, the works. Over and out.' En dan zou ik me bukken en
hopen dat ik niet word geraakt door de aanzoevende gedroogde koevijgen.
Hubert, mijn beste vriend, was daar een kei in. Een mager scharminkel,
bleek en astmatisch, maar als het op gooien aankwam was hij de beste.
Ik hoop voor hem dat er in de hemel ook iets te gooien valt. Gooi
maar wat naar beneden, Hubert, laat me voor de laatste keer nog eens
je kunst zien. Een flinke schep rijstpap tussen zijn ogen zou al helpen.
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: