Hoe zijn die in het verre Friesland verdoold geraakt?
Het antwoord wordt gegeven in een interview dat Rosenboom bij de verschijning
van de roman toestond. Hij verklapte daarin dat hij bij zijn lectuur
lijstjes van eigenaardige woorden aanlegde en die bij de bewerking door
zijn tekst heen strooide. Zo is het anachronistische karakter van de
woordenschat te verklaren: behalve authentiek achttiende-eeuwse woorden
als schouw voor schoorsteen vinden we moderne, typisch twintigste-eeuwse
woorden als opgelaten en mascara. Daarnaast wordt er gegoocheld met
mythologie en klassieke citaten. Niet feilloos overigens. Zo schrijft
Rosenboom stelselmatig 'in delicto flagrante' in plaats van 'in delicto
flagranti' en geeft hij 'zij worstelden maar kwamen niet boven' weer
als 'luctaribunt, sed non emersunt', wat volgens een bevriende classica
'luctati sunt, sed on emerserunt' moet zijn.
Het effect van dit even opzichtig als onfunctioneel gepronk is nogal
twijfelachtig. Grappig vond ik dat Rosenboom bij het televisie-interview
na zijn bekroning een heleboel van zijn eigen woorden niet meer bleek
te kennen. Waarom verplicht de schrijver de arme lezer dan door zijn
woorddiarree te ploeteren?
Het vocabulaire is maar een deel van de hysterische stijl van Gewassen
vlees. Rosenboom zorgt als een volbloed maniërist voor een zo getormenteerd
mogelijke syntaxis. Veel zinnen moet je een paar keer lezen voor je
ze geconstrueerd hebt. Zo staat er op p. 249 een zin van wel honderd
woorden, die met allerhande tussen- en bijzinnetjes tot een onontwarbare
drol is samengedraaid. Erger is dat die zin bestaat uit een vergelijking
die al net zo protserig is als potsierlijk: de getuite mond van Willem
Augustijns vader wordt eerst de hals van een vaas, daarna een hele vaas
en ten slotte een schoorsteen. Als dat beeld grappig bedoeld is, lachen
wij alleen om de onhandigheid van de auteur ervan.
Dit soort onzin ontsiert haast elke alinea van het boek. In zijn poging
om zo opvallend, zo kunstig mogelijk te schrijven produceert de auteur
alleen maar gezochte formuleringen, slechtlopende zinnen en manke beeldspraak.
Neem nou zo'n beginzin als 'De kou drukte als een stempel op het stramme
land'. De metafoor beoogt een verheven literair effect. Maar dat verdwijnt
meteen als je concrete vragen stelt als: Drukt kou? Hoe kan kou een
stempel zijn? Wat is een stram land? Een echt stilist zou iets geschreven
hebben als: De kou drukte een stempel van ijzel op het verstijfde land.
Alles in de eerste alinea is navenant verliteratuurd en versuikerd.
Er is sprake over 'Oude dauw', 'de inval van de vorst', 'de groene,
toch levenloze velden' ('toch' in plaats van 'doch'). Dit is het soort
Tachtigersidioom dat wij na twee wereldoorlogen, de nieuwe zakelijkheid
en het modernisme definitief kwijt hoopten te zijn. Niets wordt gewoon
gezegd, alles wordt verfraaid en verdraaid tot de tekst ten slotte niet
meer betekent dan: Ik ben Literatuur.
Denk maar niet dat ik dit met plezier schrijf. Ik vind Thomas Rosenboom
een schat. Hij stottert zo ontwapenend en bloost zo vertederend dat
hij de moederlijkste gevoelens in mij wakker roept. Op het laatste Boekenbal
wilde ik hem dan ook toeschreeuwen: 'Thomas, we weten heus wel dat je
kunt schrijven. Ons hoef je niet te epateren. We zijn je ouweheer niet.
Zwoeg niet zo op die alliteraties en andere tierelantijtjes en besteed
liever wat meer tijd aan je intrige. Thomas, doe nu eens normaal en
laat die kouwe kak.'
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: