Na
veel antichambreren is Thomas Rosenboom nu ook bijgezet in het Pantheon van
de Nederlandse Literatuurprijswinnaars. De bekroonde roman heet Gewassen
vlees. Het sleutelwoord om hem te begrijpen is: hysterie.
Hysterisch
is allereerst het hoofdpersonage, de Friese burgemeesterzoon Willem Augustijn
van Donck. Een modieuzer fat, een ingebeelder kwast, een nuffiger sujet kan
men zich nauwelijks voorstellen. Te pas en te onpas vestigt hij de aandacht
op zijn persoon, nu eens schaterend als een krankzinnige jonker, dan weer
nerveus giechelend als een freule. Als toppunt van onbeschaamdheid stelt hij
tot zijn schande en ons ongemak telkens weer zijn achterwangen ten toon.
Bij zoveel exhibitionisme verbleken zelfs Vestdijk en Brakman. Wat kan de
reden zijn voor al deze aanstellerij? Net als in Rosenbooms vorige boeken is
zijn held een antiheld, een vrij onsmakelijke figuur, die zijn
minderwaardigheidsgevoelens compenseert door zich overdreven op te laten
vallen. In Gewassen vlees is de onderliggende psychologie niet
moeilijk te reconstrueren. Willem Augustijn heeft zijn moeder vroeg verloren
en probeert zich nu tegenover een dominante vader waar te maken. Zijn anale
fixatie is volgens het Freudiaans boekje (Rosenboom heeft niet voor niets drie
jaar psychologie gestudeerd) te duiden als latente homoseksualiteit. Daarom
mislukken zijn vrouwenliefdes jammerlijk en blijkt hij niet ongevoelig voor
mannelijk schoon. Zijn aanstelleritis is kennelijk niets anders dan een poging
om de vader te verleiden. Een Vatersuche dus, die aan het slot op averechtse
wijze vervuld wordt wanneer de vader de zon neerschiet en aldus hun beider
schuld op zich neemt.
Met dit hysterische thema correspondeert een
hysterische stijl. Recensenten schrikken meestal terug voor stilistische
opmerkingen. Maar hier is het stijlexhibitionisme zo groot dat zij het wel
moesten signaleren. Enigen worden er zelfs door besmet. Reinjan Mulder juicht:
'Daarbij komt nog de exuberante en ritmitische stijl van het boek. Het zingt
en tettert, het rommelt en raast, en het zoemt en sist.' Klonken bij de vorige
boeken van Rosenboom nog bezwaren tegen de overladen stijl, nu blijkt iedereen
er zich bij neer te leggen. Men vindt dat de overgestoffeerde taal aansluit
bij het historisch onderwerp en de achttiende-eeuwse mentaliteit.
Dat is
nog maar de vraag. Het eerste wat opvalt wanneer je het vocabulaire van het
boek bekijkt, is de heterogeniteit ervan. Op elke bladzijde tref je de
buitenissigste woorden aan: technische woorden als gruppen, slaperdijk,
impost, baljuwagie; literaire woorden als allengs, bezwadderd, het beweeg;
leenwoorden als jour, zich diverteren, zich animeren. Deze laatste zijn te
verklaren door de achttiende-eeuwse francofilie (om nu ook maar eens een woord
te gebruiken dat niet in Van Dale staat). Maar daarnaast bevinden zich massa's
woorden die in de gegeven tijd en plaats onbestaanbaar zijn. Zo vind je
typisch Zuidnederlandse woorden als luidop, perelaar, pandoer en valavond.
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: