Het slechtste, in veel opzichten het enige, waarover ik gehoord heb
toen ik opgroeide in de late jaren vijftig en vroege jaren zestig, betrof
de gruwelijke dood van mijn vaders broer, mijn oom Gideon. Hij stierf
tijdens de Bataanse Dodenmars van april 1942, een gebeurtenis die voor
degenen onder jullie die, zoals ik, geabsordeerd werden door de foto's
en nieuwsberichten van de Vietnamoorlog, nu net zo vreemd ouderwets
moet zijn als de tijden van dolende ridders en vuurspuwende draken.
'Onthoud dit,' zei mijn vader vaak toen ik klein was. 'Wij mensen kunnen
ons echt weerzinwekkend gedragen.
Elke familie heeft zijn eigen geschiedenis van verdriet, zijn geheime verleden van verraad of ongeluk; maar toen ik een knaap was - en waarschijnlijk doordat we zo ver weg wonen, in Deming, New Mexico, in een woestijn die wit en verschroeid en plat is als een hel die ik heb horen beschrijven - geloofde ik, stom genoeg, dat deze schanddaad, een mars van 78.000 inlandse en Amerikaanse troepen op een onbelangrijk Filippijns schiereiland, iedereen had beroerd in onze eigen veilige wereld. Voordat mijn moeder een dronkelap werd die op een dag weggedragen zou worden om sindsdien rustig in een privékliniek in Roswell te leven, en voordat zij en Pappa scheidden, had ik van haar geleerd over de andere tradities waaronder wij Bakers en Hopcrafts (haar familie) hadden geleden: faillissementen, rampen verbonden met het weer of auto's, papieren fortuinen die weg werden geblazen als boombladeren, een verdrinking, een doodgeborene, éen of twee zwarte schapen.
Maar terwijl mijn moeder terug kon kijken op eeuwen, tot aan de eerste van mijn voorvaderen die zich in het Amerikaanse Zuidwesten vestigden in het begin van de negentiende eeuw, kon mijn vader, ook pienter en net zo vertrouwd met onze eigen geschiedenis, slechts vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog kijken naar wat het dodelijke einde was voor de jonge man van wie men zegt dat ik het evenbeeld ben - mijn oom.
Nu, op mijn zevenendertigste, herinner ik me duidelijk hoe Pappa, op zijn vreemde manier, gewoon was me goedenacht te wensen met verhalen uit een verleden dat voor mij persoonlijk niet belangrijker was dan geld is voor een rots. Toen ik acht was, vertelde hij me - zittend aan het voeteinde van mijn bed, een Pall Mall rokend, een asbak balancerend op zijn knie - over de ziektes waaraan mannen in Korps II, en mijn oom, leden: dysenterie, beriberi, nachtblindheid, diarree, mysterieuze gezwellen. Toen ik negen was, een tijd waarin ik alleen maar dacht aan de kinderbaseballcompetitie of zwembijeenkomsten in de Mimbres Valley Country Club, nam hij me mee naar zijn kantoor, het nieuwste bijgebouw op onze ranch, om me zijn kaarten en geologische karteringen van het Departement of the Army te laten zien.
'Ze marcheerden vanaf hier,' zei hij vaak, wijzend op een arcering van gekruiste lijnen die geidentifieerd werd met Balagna, 'over de Oostelijke Weg naar Lubao op de Zevende Route.'Zijn vinger traceerde de route, soms een pad van kiezel en samengepakt vuil. 'Ze gingen vanaf Capas met de trein en liepen de volgende negen mijl naar Camp O'Donnell.'
Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.
Nummer nabestellen? klik hier.
De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in: